Angst en de witte krijtrots

Een weekend Engeland.
Samen.

(Ja, zonder ‘a’… En dat in het land waar je anders geleerd zou hebben.)

Over met de boot.
Een nacht in Duinkerken.
In de nieuwe ochtend naar Dover.

Al weken denk ik aan het rijden in Engeland. Aan het links rijden. In Nederland de kant van de tegenligger. Nu is die tegenligger mijn denken: de angst voor het onbekende! En de vraag die mij regelmatig in bedwang houdt: ‘kan ik dat wel?’

Na anderhalf/twee uur varen we de haven van Dover binnen. Mijn vrouw attendeert mij op de krijtwitte verticale rosten. Ik ken ze van de foto’s. Uit mijn ‘Stepping Stones’-handboek van de Engelse lessen. Ooit kreeg ik die lessen, nu geef ik ze zelf aan mijn leerlingen. Leerlingen die zich, net zoals ik toen, nog steeds afvragen waarom zij Engels moeten leren. Ja wereldtaal, ja vakantie en ja zoveel meer argumenten…

De witte rotsen op dat kleine plaatje uit mijn boek ooit, komen wel heel dichtbij wanneer we de boot uitrijden. Of ik het wel kan met dat links rijden is niet meer im frage, uuh is ‘to be out of question’!

Mijn onzekerheid heb ik in Nederland achtergelaten. Blijkt als ik laveer met het verkeer dat haar weg vervolgt. Ik had geen rekening gehouden met de andere weggebruikers. Dacht dat ik het alleen moest doen. Vanuit mijn onzekerheid mezelf vastdenken, dat enkel mijn onzekerheid voedt en in stand houdt.

En nu rijd ik aan de linkerkant. Alsof ik nooit anders gedaan heb rijden we een hevige regenstorm tegemoet. Alsof mijn spanning ontladen wordt door hevige onweersbuien. Spannend was het. Het autorijden stukken minder. Door de Engelse havenstadjes rijden we naar onze bestemming in Lympne.

In de dagen die volgen wisselen we het muziekfestival af met het verkennen van de streek. Typisch Engelse theehuizen doen we aan, evenals de nodige kastelen, kerken en oude (haven)steden.

Door de Pieter Post-landerijen denk ik terug aan die onzekerheid en vooral aan mijn angst van eerder. De keus die om het links rijden relatief ‘makkelijke’ los te laten en te vertrouwen op dat het me zou lukken door het te doen.

Op de dag van vertrek nog een paar uur in Dover rondkijken. Vastberaden die witte krijtrots op te gaan! Het deed me terugdenken aan de eerste keer dat ik door de Alpen reed. Indrukwekkend is het woord dat de lading redelijk dekt.

Het witte krijt contrasteert op mijn zwarte broek, op mijn zoektocht naar een mooie steen. Voor mijn kinderen. Om hen naast de plaatjes ook het krijt te laten voelen. Het krijt dat ooit op het bord de Engelse grammaticale regels deed ontvouwen.

In mijn hoofd klinken de tonen en de tekst van die band een avond eerder: “… here's me overseas, across a pond by the Dover peaks …”

Met de angst verloren sta ik bovenop die ‘peaks’! Trots teken ik met krijt een hart op een houten plank. De ‘on’ ontdoen van ‘zekerheid’ is niet out of reach. Zolang ik de angst niet als een echo door mijn hoofd laat gaan hoef ik mezelf niet te bewijzen. Dan weet ik dat de angst mij enkel uitnodigt op zoek te gaan naar het pure wit.

INSPIRatiE

Een ode aan mijn collega's en de leraar die mij life-changing heeft geïnspireerd!

Niet voor niets kom jij iedere ochtend je nest uit! Dag in dag uit de klas in en inspireer je, op jouw manier, de leerlingen die voor je zitten. Jij hebt een belangrijke taak en bijdrage binnen het onderwijs en zelfs binnen de samenleving. Iedere dag probeer je je leerlingen verder te brengen op weg naar volwassenheid: hen motiveren en leren de dingen zelf te doen! Jij als voorbeeld, motivator en leermeester.

En ooit, back in the days, was daar een leerkracht die ook mij raakte en geïnspireerd heeft. Waar ik van heb mogen leren. Een mens die mij veel gegeven heeft, maar ook open stond om mij te zien en te horen. Die mijn onderwijs- en mensenhart heeft aangewakkerd… 

En speciaal voor jullie een aantal inspirerende films*!

Voel je vrij om bij de reacties over jouw leerkracht van toen te vertellen. Over het waarom en wat hij/zij precies deed… En wellicht, ooit, maak je een film van deze leerkracht. Of leerlingen van jou!?


“Teachers changes lives. So can you.” start het filmpje van Chris Emdin. Eigenlijk is het laatste deel natuurlijk: ‘So DO you!’ Motion en eMotion zijn direct twee begrippen die mij grijpen uit de rap van Chris. Hij houdt van hiphop en deze hiphop geeft hem de perfecte pedagogisch model: reality pedagogy. Waarom? Omdat hij het voorleeft! Het zit in zijn bloed! Meervoudig in zijn eenvoud. Zoeken naar dromen, bieden van kansen, fun, motivatie, nieuwsgierigheid en het maken van verbindingen tussen educatie en de wereld waarin leerlingen leven. *een respectvolle zucht*



“Ms. Reifler, I don’t know what to do with my life!?” Maria Rosa Reifler ziet de diversiteit in en tussen haar leerlingen! De diversiteit die ik ook iedere dag in het (voortgezet) speciaal onderwijs zie. Een waaier aan diagnoses, unieke mensen, achtergronden en uitdagingen waarmee zij iedere dag hun rugzak vullen… Ms. Reifler blijft zo dicht bij zichzelf, ziet de brug die de kinderen afleggen naar volwassenheid en leert kinderen van zichzelf te houden. Ze maakt contact en educeert haar leerlingen groot te (blijven) dromen!



If you get to know your students, you get to know their interests, and if you know what’s exciting, you can frame your own story around the curriculum!” David Hunter (bijzondere achternaam trouwens in zijn eigen context) creëerde ‘zombi-based learning’! Waarom? Omdat het kan! Hij neemt de ruimte om zijn eigen creativiteit in te zetten waarbij hij niet vergeet alle 'inspectionele' standaarden meeneemt. Boeken meer en meer uit de klas door zijn eigen materiaal ontwikkelen. Motiveren, projecten, toepassen van kennis, memoriseren, doelen en verwachtingen delen, (peer-to-peer)feedback, gamification en gebruik maken van de techniek die er in overvloed is! Waarom? Omdat het kan!



“Hard work is where it is! Nothing’s free, nothing’s easy, and if you go sit on a couch and complain ‘that life’s not fair’ you’re never gonna get off that couch.” Kevin Baas is baas! Een man die snapt waar het over gaat: meesterschap en passie. Mentoren die hem hebben laten inzien dat ook hij kan ‘slagen’. Mentoren die in hem gelo(ofd)(v)en en hem hielpen zijn energie te focussen. Mooi dat hij het over ‘focussen van energie’ heeft. Zeker in een wereld waarin diagnoses blijkbaar snel boven komen drijven. Kevin helpt nu zijn apprentices én (niet in de minste plaats) zijn eigen kinderen een weg te vinden in een wereld en toekomst die voor hen ligt. Hij wil een cirkel rondmaken: “…take as much from me, what I was giving from others!” Hij maakt gebruik van de kracht in de twijfel, de twijfel die een apprentice gebruikt de wereld en eigen talenten te exploreren. Baas is baas, omdat hij de generaties voor en na hem begrijpt en inspireert!



“I don’t fall asleep in his class” & “He’s the epidemy of how a teacher should be”, zomaar wat stemmen van leerlingen over Jeffrey Wright. Kickuh toch? Let even op het fragment na 34 seconden: geniaal! Een groot kind, spelend met onderwijs en hoe zijn leerlingen leren. “This guy is just crazy, he’s just exploding with fun!” Hoppa! En waarom? De “how, howhowhow” ontvlammen! Hij pakt ze in, boeit ze en neemt ze mee op onderzoek. Samen met hem. Samen spelen! Hij ok als groot storyteller. En hij vergeet niet van zijn leerlingen te houden om wie ze zijn. The full package. Hij snapt dat onderwijs veel kan veranderen, maar OOK dat leerlingen na school naar een werkelijkheid gaan waar hij niet voor weg loopt. En dat is de reden dat: “one size fits all” niet voor hem werkt. Ow, en hij baseert deze wijsheid op zijn eigen werkelijkheid: zijn zoon. En ik denk aan mijn ervaringen met Renée.


“Every kid deserves a champion: an adult who will never give up on them, who understands the power of connection and insists they can be the best they can possibly be!” Weten waarom kinderen uitvallen, waarom ze moeilijker tot leren komen en tegelijkertijd de dialoog open gooien ten behoeven van de waarde van menselijke verbinding: relaties. Rita Pierson is helder: “kids don’t learn from people they don’t like!” Een duidelijk statement, een duidelijke uitdaging voor veel van ons. Blijven voeden van de relatie boven de druk die wij opgelegd schijnen krijgen… Kevin Baas had het over ‘focus’. Wij leggen onszelf helaas vaak die druk op. We geloven dat wat gezegd wordt over de ‘inspectie’ en alles wat ‘top-down’ terneer daalt. Focus op wat er toe doet, maak fouten en deel deze, is waarom Rita mij inspireert. Wat heeft ieder kind volgens jou nodig? Maak het deel van jezelf en voorleef! Rita, rust zacht! Heldin.


Wat deze mensen in mijn ogen bindt? Liefde! Liefde voor mensen, opvoeding en de kracht van educatie. Jeffry Wright legt het perfect uit, nadat zijn dochter hem dit inzicht gaf: “… I didn’t care about HOW things work anymore, it’s the reason WHY things work: and it’s because of love!” Dat wat groter is dan energie en entropie vervolgt hij... 

Liefde voor jezelf, de ander en wereld waarin we samen leven. Inspirerende leermeesters nemen hun eigen kinderen en leerlingen mee. Mee op (wereld)reis. Als spiegel van en voor henzelf. Allen op hun eigen wijze, met hun eigen wijsheid.

Misschien nog ver weg, maar ooit…ooit kun je net als dat een zeer getalenteerde pianist kiest voor een leermeester, kiezen voor de leermeester die jou verder brengt. Waar je jezelf verbonden mee voelt, die jou weet te boeien, je ziet, hoort en weet dat wat jij in je hebt jouw toekomst maakt nog voor dat je het zelf kan geloven. En dat allemaal door en om de liefde. Voor zichzelf, jou, de wereld vol levenslessen!

Na het zien van deze filmpjes redeneer ik door en denk aan Kierkegaard en Sartre. Authenticiteit als thema. Het kan! Door dicht bij mezelf te blijven. Door de vrijheid binnen mijn eigen ruimte te nemen. Om te leren van anderen mezelf in de spiegel te durven zien. En om burgerlijk ongehoorzaam te zijn, omdat ik naar mijn kinderen en leerlingen luistert, die resoneren in mijn eigen hart. Luisteren met mijn hart! Een ongoing process...

Op naar een nieuw en mooi schooljaar!



*Dit artikel is weer geïnspireerd door een artikel op EdutopiaMaar er is zo veel meer, @TED bijvoorbeeld. 

Fuck die kruk!

cc foto Frans Droog #blimageNL
“Wie heeft er last van het tl-licht?”
Met die vraag startte ik de dag.

De avond ervoor waren sensorische waarnemingen thema tijdens mijn studie. Een boeiend thema. Zeker toen ik meer en meer - en dit proces is overigens nog steeds gaande - bewust werd van mijn eigen waarnemingen. Onbewust heb ik strategieën ontwikkeld waardoor ik sensorische waarnemingen ‘buiten’ kon houden, om overprikkeling te voorkomen. Het simpele ervaren van gedoofde tl-lampen in het lokaal was genoeg om mijn inzicht te voeden.

Wat werd verteld was dat sommige mensen al een tijd voordat de tl-lamp kapot gaat, horen en zien dat de lamp het einde tegemoet gaat. Het flikkeren en zoemen werkt immers toe naar het doven van het licht.

In het midden van de klas gaat een vinger omhoog. De 11-jarige Max maakt mij duidelijk dat hij de tl-lampen niet heel prettig vindt.

Max, een jongen die erg aanwezig is in de groep. Een opvallende verschijning. Veel mensen vinden hem bovengemiddeld druk. Zo staat ook in zijn persoonlijk handelingsplan, waar een aantal nummers uit een psychologische test dit lijken te bevestigen.

Maar Max is ook fantasierijk. Thuis kan hij weken aan een stuk met Playmobil spelen. Zijn kamer bouwt hij vol, waardoor het zijn moeder niet lukt zijn kamer schoon te houden. Op school is hij snel afgeleid, tekent en knutselt graag. Een doener. En hij heeft dus last van het tl-licht!

Het is sowieso bijzonder dat hij, die doorgaans tijdens instructies lijkt weg te dromen, direct reageert op mijn vraag. Dat hij zich bewust is van zijn waarneming én dit ook deelt. En ik ‘moet’ als leerkracht iets met deze informatie. Ik stel de vraag niet voor niets.

Wat ik in eerste instantie doe is het licht uitdoen. Een makkelijke interventie, maar niet heel handig in een lokaal met donkerrode muren en in een tijd waarin de dagen steeds korter licht blijven. Dus besluit ik, in overleg met Max, hem aan het raam te zetten. Het is bijzonder wat er gebeurt: vrijwel dezelfde dag valt op dat Max beduidend meer rust uitstraalt en ervaart, zo geeft hij zelf terug tijdens de dagevaluatie.

Maar er viel nog iets op. Ik gaf hem terug dat hij tijdens het werken op zijn hurken zat. En dat boven op zijn stoel. Er niets van te zeggen was mijn doel. Mijn aanzet slikte ik in. Want, het is zo makkelijk om dat wat vroeger tegen mij werd gezegd - ‘ga recht op je stoel zitten’ - zo snel door te geven aan de ander. En daarmee dus voorbijgaand aan de ontwikkeling van eigen strategieën.

Jaren later merk ik dat mijn oudste zoon het prettig vindt om staand of half hangend op zijn verhoogde stoel te eten. Stilzitten op zijn stoel vindt hij lastig. Alsof het verwerken van zijn eten beter lukt wanneer hij staat. Als ouders hebben wij elkaar afgetast in wat wij hiervan vonden en afgezet tegen hoe het ons ooit is geleerd. Welke waarden voor ieder van ons belangrijk zijn en gekeken naar het welbevinden van onze zoon.

En ik, ik dacht ook aan Max, die op zijn hurken aan het raam zijn rust vond. De rust die hij nodig had om geconcentreerd te kunnen werken. Maar ook aan die vinger die direct omhoog ging na mijn vraag wie last had van het tl-licht. En ineens weer een inzicht: bewustwording wordt gecreëerd door - in dit geval kinderen - taal te geven voor wat je ervaart.

Wanneer ik van de week op een basisschool in groep 5 rondloop zie ik Elvin een rekenopdracht lezen, wat dromerig voor zich uit staren en een seconden of tien later een antwoord invullen. Op zijn stoel zit hij niet. Hij hangt met één ellenboog, schuin onderuit gezakt aan zijn tafel. De achterkant van het potlood in zijn mond.

Als ik langs zijn plek loop, vraag ik aan hem of hij het prettig vindt hangend te rekenen. Hij kijkt mij in eerste instantie wat verschrikt aan. Grote ogen die lijken te willen zeggen dat hij zich niet bewust was van het feit dat hij überhaupt hing. Tegelijkertijd een eerste beweging om terug te gaan zitten op zijn stoel. Alsof mijn vraag een gebiedende wijs impliceert en/of conditionerend van aard bedoeld zou zijn geweest.

Ik stel hem gerust en vertel over Max. Nogmaals mijn vraag.
“Ja, ik vind het prettig om te staan,” antwoordt Elvin met een open lach op zijn gezicht.

Het geven van taal aan zijn gevoel is wat gebeurde, tegelijkertijd bij mij de twijfel of mijn vraag niet te suggestief zou zijn? Vertwijfeld loop ik verder de klas in en hoor achter me: “vooral bij rekenen eigenlijk, meester!” Met een glimlach en een snelle box laat hij mijn twijfel verdampen.

Een vraag is snel gesteld: wie last heeft van tl-licht, onderzoek naar wat maakt dat mijn zoon staand eet en of Elvin het prettig vindt om hangend te rekenen. Soms zijn de woorden voor een bevestiging er nog niet. Het geven van betekenis aan woorden en (sensorische) ervaringen voedt mijn begrip voor de ander en daarmee de relatie die ik aanga.

Zelf vind ik het fijn om in de klas op een kruk te zitten. Waarom? Het gevoel niet ingesloten te zitten tussen een zij- en rugleuning. Maar ook het verschil verkleinen dat mijn bureaustoel met mijn leerlingen juist vergroot. Ruimte ervaren en gelijke waardigheid als thema’s. Waarnemingen en denkconcepten. Fuck* die kruk trouwens! Staand en lopend is er in de klas zo veel meer te ontdekken. Sneller in contact met de ander die ook mij leert hoe ik mijn wereld ervaar en als voor waar aanneem.


*Excuus aan diegene die mijn taalgebruik veroordeelt. Dit was wat ik dacht toen ik een tweet van Frans Droog voorbij zag komen. Maar wanneer ik word uitgedaagd door Frans, kan ik dat natuurlijk niet weigeren. Het initiatief dat Frans de wereld ingegooid heeft, heet #blimageNL. Karin Winters noemt het een sneeuwbaleffect binnen onderwijs. ONderWIJS verCOOLing in de zomer, Karin! @sensor63 verzamelt.

De keuze voor foto was snel gemaakt: eerder schreef ik over de metafoor van een rups naar vlinder in de context onderwijs. Het kopje koffie deed me denken aan chocomeltijd en het lege schoolplein aan die onmachtige situatie van ooit.

Frans, bedankt voor het losmaken van een verhaal! De uitdaging geef ik met liefde door aan zeer gewaardeerde denkers en doeners: Han de Jonge, Jetske van der Greef, Inge Spaander en Roeleke Schepers. En aan mijn vrouw Inge van de Goor, om mijn grote droom in stand te houden ;) De foto’s waaruit jullie kunnen kiezen zijn:







Over de grens van mijn comfortzone

Na mijn middelbare school startte ik met de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk. Eigenlijk wist ik daarvoor nog helemaal niet wat ik wilde gaan doen in mijn werkende toekomst. Als een puber met lange haren en Metal-shirts, zoekend naar mezelf in de overgang naar adolescent, was werken nou niet echt iets dat me kon boeien. Men vond ‘iets met mensen’ wel bij me passen. Ik volgde maar wat anderen in mij dachten te zien…

Het was het beging van ’98, een jaar aan het einde van een vorige eeuw. Een nieuwe uitdaging diende zich aan. Alleen wist ik dat toen nog niet.

Een half jaar eerder startte het tweede jaar van de opleiding; een jaar lang stage. Stage op een ZML-school, onderwijs aan kinderen die Zeer Moeilijk tot Leren komen. Tegenwoordig vergelijkbaar met praktijkonderwijs, inclusief de ‘cluster 3’-leerlingen van nu. Eén dag in de twee weken naar school. Om te reflecteren, een nood om even los te komen van een intensief proces.

In mijn stageklas, die gevuld was met kinderen in de leeftijd van 8/9 jaar, deed ik mijn eerste ervaringen op met een groep kinderen die, afgezonderd van een reguliere context, anders leerden: meer individueel, grote verschillen in perspectieven en veel nadruk op sociale vaardigheden.

Net voor de kerstvakantie het bericht van het afhaken van een medestudent. Een klas waarin meervoudig gehandicapte kinderen begeleid werden. De uitdaging bleek te groot voor haar.

Met de mededeling dat ik vanaf januari tijdens de lunch zou gaan ondersteunen in deze klas, kon ik het doen. Het hakte erin! Kijk, ondersteunen bij kinderen met leermoeilijkheden, prima! Komt daar een ‘zeer moeilijk’ classificatie bij, ook goed. Maar kinderen verzorgen waarbij leren in mijn perceptie niet eens speelt, dat was niet wat ik voor ogen had met dat ‘iets met mensen’ van mijn omgeving!?

Maar een keus was er niet, de mededeling een piketpaal.

Mijn toenmalige stagebegeleider zag een volgende stap in mijn ontwikkeling. Een stap die ik zelf maar moeilijk kon zien. Harder botsen tegen de grenzen van mijn comfortzone, dat was wat ik nog nooit eerder zo had ervaren.

De twijfel sloeg toe. Een twijfel die uiteindelijk meer over mijzelf ging, dan dat ik open stond om de nieuwe taak als uitdaging aan te gaan! Angst.

Ze was veertien jaar, zat in een rolstoel, blind en had een ontwikkelingsleeftijd van drie/vier maanden. Tijdens de lunch helpen met eten en daarna verschonen. Dat was ‘alles’. Als een berg zag ik op tegen starten!

Alles was nieuw: een klas binnenstappen waar alle leerlingen in alles ondersteuning nodig hadden, een ander helpen met eten (ik noemde het voeren), het vastgeplakte brood van haar gehemelte halen waardoor slikken werd vergemakkelijkt, haar helpen met drinken met een speciale beker waarvan ik het bestaan niet eens wist, communiceren op een niveau die totaal nieuw was (ik wist niet eens dat communicatie mogelijk was) en dan het ‘ergste’ van alles: een veertien jarige meid verschonen!? Help!

Een half jaar later baalde ik dat mijn stage erop zat! Niet in de laatste plaats omdat ik gehecht was geraakt aan een bijzonder mens. Ze kreeg in de loop van de eerste weken zelfs een naam: Renée! Natuurlijk had ze die al vanaf haar geboorte. Maar ik was vooral met mezelf bezig. De focus op de grote verschillen tussen haar en mezelf. Genderverschillen, op wat zij allemaal niet kon, wat ik onsmakelijk vond en dat het toch niet mijn roeping was een veertienjarige een schone luier om te doen!?

Na een aantal weken merkte ik dat Renée enthousiast werd als ik om twaalf uur de klas binnenkwam. Op haar manier was ze blij mij te ‘zien’. Ik kwam er achter dat ze mijn grappen - die ik nodig had mijn onzekerheid te verbergen en ervaringen te verwerken - kon waarderen wanneer ik bepaalde, unieke geluiden hoorde.

We kregen een band en ik had het niet eens door. Aftasten ging over in doen, de grote verschillen tussen ons vervaagde.

Tijdens het zo gehate verschonen kregen we de grootste lol. Alsof er ‘een knop’ omging verliepen de momenten ontspannen, lachten we samen ieder op onze eigen wijze en was het de intonatie en energie in mijn monologen waarop Renée reageerde.

Wat ik in het begin vergat, was dat we beide mens zijn. Beide behoefte aan contact. Ieder op onze eigen manier, maar samen zo hetzelfde. Beide behoefte aan ondersteuning: zij in haar dagelijkse levensbehoeften, ik tijdens deze uitdaging. Beide jong in onze ontwikkeling, en samen willen leren.

De verbinding die ontstond draag ik nog dagelijks met me mee. Renée heeft bijgedragen in de persoon wie ik ben. Zij is voor mij de brug geweest in communicatie op een totaal andere ‘laag’: los van leeftijd, niveau en verwachtingen. Zo vol van eigen, in het moment en contact. 

Zij heeft bijgedragen aan het waarderen en zien van details. Het samen onze eigen taal creëren om elkaar te ontmoeten en begrijpen. Verstaan door dichtbij elkaar te staan, daar over de grens van mijn comfortzone.

Straf op tijd

Hij heeft het er al weken over. School. En in het bijzonder over de activiteiten die de dag net iets anders maken: muziekles na school, het schoolreisje, de juffendag, zwembad- en waterpistolendag, de musical, de films in plaats van de rekenles, de ruildag en het welkom van de aanstaande groep-drieërs. Vol enthousiasme vertelt hij over zijn belevingen en wat de aankomende dagen en weken met hem doen.

Tijd is voor hem een relatief begrip. 'Nu' is duidelijk. De vraag ‘hoeveel nachten slapen’ ondersteunt hem dagen te ordenen. Het gevoel van tijdsduur te ontwikkelen. Spanning ervaren en het een plek te geven op zijn eigen tijdlijn. 

Al een dag of twaalf gingen zijn ogen in de ochtend, middag en avond vaker naar de klok. De ‘hoeveel nachten’-vraag transformeert in ‘de grote wijzer‘-bevestiging. Om zeven uur ’s ochtends weet hij over hoeveel uur de groep-vierders voor even zouden uitvliegen naar groep vijf. En dat hij, samen met de overgebleven klasgenoten, de nu nog kleuters zou ontvangen. Spelend op de drempel, hij als oudste in de klas.

Tijdens het tienminutengesprek vorige week luisterden we de eerste vijftien minuten naar zijn tegenvallende resultaten. Van begrijpend lezen tot de kwartieren in het uur die nog niet geautomatiseerd waren. De CITO lag uitgedraaid op tafel, de kleuren ons welbekend. De tijd van analyses leek voorbij. 

Een vraag kwam in mij op. Of hij zijn werk begrijpt en wel eens vragen stelt? Over nachten of grote wijzers. Over het construct van de vraag, het belang van de context, samenhang van teksten en/of formuleren van het antwoord. Een vragende blik kwam ons tegemoet.

Ja, een goed idee het hem te vragen...

Wat verwonderd sloot hij tijdens het gesprek aan. Een vragen- en woordenvuur probeerde hij te verwerken. Steeds kleiner wordend liet hij de eerste zinnen indalen. De boodschap die ik eruit filterde, begreep en hoorde was: durf te vragen! De veiligheid lijkt te ontbreken. Wellicht wat wederzijds begrip.

Wat spokend in het donker wordt hij vannacht wakker. Verschillende nachtmerries volgden elkaar op. Het bed van ons, ouders, biedt de veiligheid die hij nu zo nodig heeft. Wat hij droomt houdt hij voor zichzelf. Heeft nog niet de taal zijn dromen woorden te geven. Herbeleven is nog te lastig. Delen een uitdaging.

Deze ochtend is hij niet wakker te krijgen. Half opstaan en weer gaan liggen met dichte ogen die niet open zijn geweest. Vier keer een kwartier later komt hij op school aan. Uitslapen wordt het wel eens genoemd. Bijkomen is wat het was. Met ‘ongeoorloofd’ wordt de veroordeling geveld. Het warme welkom is een tijdloze kilte.

Morgen gaan we luisteren. Naar het perspectief van de leerkracht. onGEoorLOOFd zal vast ONGEHOORloofD zijn. Het volgen van protocollen zal een eigen proces blijken. Een dictee waar hij middenin aansluit. Storend. Een absentielijst die nog onderweg is naar de klas. Drukte. 

In de ochtendstress zullen we snel moeten zijn. Op naar school! En in de deuropening roept hij hard naar binnen: “Het is kwart over acht, we moeten gaan anders krijg ik straf!”

Fiets inzicht

Na maanden weer eens lekker met mijn hoofd in de wind. (Race)fietsen. Stil gezeten heb ik echter niet. Vele inzichten deden een wedstrijd om als eerste begrepen te worden. Gegrepen zou wellicht beter passen.

Als ik na 40 kilometer er achter kom dat mijn gekozen afstand net iets te lang blijkt te zijn, dwaalt mijn hoofd af. Ik denk aan gisteren. Aan het nieuws dat de pilot SAMENkracht wordt opgeschort. De visie blijft ont-wikkelen, de vorm verandert.

Afgedwaald naar de toekomst vliegen twee achter elkaar aan zittende merels in een bocht vlak voor mijn wiel langs . De schrik gooit me terug in het moment. Bewustwording dat mijn gedachte me overnam, gevolgd door directe angst. Tegelijkertijd de opluchting dat mijn benen wat minder hard trappen dan een half uur daarvoor.

Met een lach fiets ik door. Voelend hoe de zon brandend op mijn benen de pijn wat verzacht. 

Twee wielrenners snellen me voorbij. Direct de impuls om aan te klampen. Een kilometer of tien gaat het goed. De man voor me is duidelijk getraind. De ander haakte na een paar kilometer al af.

De moeheid slaat toe, de focus verslapt. Op het moment dat ik de rood-witte paal in het midden van het fietspad net niet raakte, opnieuw een bewustwording: eigen tempo!

Het frustreert me! Mijn tempo. De irritatie dat systemen zo zuiver voelbaar zijn. De voorspelling rondom de pilotklas had ik al gedaan. Op het moment van mijn laatste rit. Limburg. Ik weet nog waar we fietsten. Vlak voor de Eyserbosweg. 

Voor de klim de waarschuwing: ‘op tweederde wordt ie pas echt steil’.

Samen met Florus hebben we 100% gegeven. Na een aantal maanden al éénderde terug. Meerdere redenen. Verschillende variabelen. Een dag ontslag tussendoor. Nu blijft er een derde over. Welzijn voorop. Terug naar nemen.

Respect voor wat we hebben neergezet. Ik heb mogen zien en experimenteren wat werkt. Ook gevoeld wat nodig is! Net als nu. Conditie om te beginnen. En een opbouw. Een trainingsschema is een optie. De WIL voorop.

Een mooie dag vandaag. De zon doet haar best om mijn omgeving te verwarmen. Mijn benen hebben het gevoeld. Met mijn hart gevuld met energie en motivatie beginnen we een nieuw avontuur. Dezelfde spelers. De vorm is iets anders.

Als een boot de brug voor me doet openen sla ik af. Een weg in die ik nog maar weinig heb gefietst. Met een laatste inspanning. Het viaduct over. Het doet pijn. Maar stoppen?

“Don’t stop believing, unless your dream is stupid.”

verRIJKEnde opVOEDING.

Al een tijd volg ik op sociale media de school van mijn kinderen. Het is prettig om als ouder up-to-date te blijven van welke activiteiten er zich binnen/buiten de school afspelen. Doorgaans ‘like’ ik. Afgelopen week een gevoel van ‘dislike’! Alleen, die knop bestaat niet. En enkel een like/dislike is ook zo nietszeggend.

Als Feie de school inloopt en doorgeeft dat hij eerst nog naar de tandarts gaat, vraagt zijn lerares dit ook door te geven bij de juf van de verrijkingsklas. Wachtend op mij in de deuropening meldt hij mij zijn eerstvolgende bestemming.

De juf loopt op mij af met de vraag hoe laat we een afspraak hebben. Zij zou met de groep op excursie gaan. Naar de McDonalds. Een rondleiding waar Feie dan nog bij aan zou kunnen sluiten. Like!

Wanneer ik Feie afzet na het tandartsbezoek is de rondleiding al in volle gang. Een prettige sfeer. Vragende kinderen. Verwonderde blikken.

’s Avonds valt mijn oog op een foto. Blije kinderen voor de McDonalds. Lachend, zwaaiend en het laatste slokje. Het bekertje uitknijpend. Tot op de laatste druppel geslaagd lijkt me!?

De eerste reactie onder de foto die ik lees verbaast me!

Dat vind ik jammer... Van wie komt dit initiatief?’

Deze opmerking kan natuurlijk vanalles betekenen. Van het jammer vinden niet te kunnen participeren tot het oordeel op de McDonalds. Ik ga uit van het eerste. Totdat ik verder lees… Mijn mond valt open. De honger vergaat me!

Ik heb van S. net geleerd dat McDonalds echt best gezond is!Terwijl de rest van de wereld juist steeds beter snapt dat het superslecht is. Misschien toch een misser, dit?
En een andere ouder post nog een link, de 14 ingrediënten van een frietje.

Oké, wat een uitstapje naar de Mac al niet kan losmaken. Ik verbaas me. Los van het oordeel op de ‘Mac’, vind ik het juist een positieve ontwikkeling dat een school de moeite neemt leerlingen de wereld te laten zien!

Ik weet nog goed dat we een jaar of acht geleden ontdekten dat er een traditionele vernieuwingsschool in onze wijk stond. Een Montessori-school. En laat Maria nu een sterk pedagogisch statement hebben gehad: ‘Help mij het zelf te doen!’

Parallel aan Maria Montessori leefde Janus Korczak, voor mij een pedagogiekheld. Als ik de reacties onder de foto zie staan, denk ik aan zijn statements: ‘we kunnen ons kind geen vrijheid geven, zolang we zelf geketend zijn’ en ‘uit angst voor de dood van het kind, ontnemen we hem vaak het leven’.

Statements die neigen naar zelfopvoeding, met de kanttekening dat je altijd een ander nodig hebt om te ont-wikkelen! En het toeval wil dat kinderen ouders/opvoeders hebben. Niet voor niets. Net als dat de school onderdeel is van het leven van een kind. opVOEDING als centrale rol in het leven van een kind. Opvoeding verrijkt. Net als excursies dat doen. Kinderen laten ontdekken. Details en het grote geheel leren (over)zien. Hen leren hun eigen plek in te nemen. Het zelf te doen!

Kinderen zijn kinderen, leven in het moment. Zij zijn (nog) niet bezig met oordelen. Hebben (nog) geen angsten over wat er in voedsel zit. Kinderen verwonderen. Bevragen ons. Leren langzaam en spelenderwijs de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven te dragen.

Een MISser wordt gezegd. Ik weet het niet. Welke impact zou dit bezoek aan de McDonalds op de lange termijn hebben voor Feie? Ik ga er niet eens over nadenken!

Vroeger toen ik net zo oud als Feie was, gingen we tijdens een kinderfeestje naar de McDonalds. Toen nog de Mac met rood en geel. We kregen ook een rondleiding. En mochten daarna zelf hamburgers bakken.

Een avontuur!
Ik was niet bezig met waar het vlees van een hamburger vandaan kwam.

Mijn pedagogisch statement in deze context zou zijn: ‘Help en leer mij zelf te waarderen!’

Zelf ga ik niet met mijn kinderen naar de McDonalds. Een bewuste keuze. Legitimeren doe ik wanneer zij met de vraag komen! Tegelijkertijd leer ik hen gezond te leven. En bewust keuzes te maken. Waarom wel/geen vlees bijvoorbeeld. Een keus die zij uiteindelijk zelf mogen maken. Als zij die verantwoordelijkheid kunnen dragen.

Een McDonalds uitsluiten heeft weinig zin in mijn ogen. Hetzelfde willen we doen met roken, alcohol en drugs. En ik denk aan Korczak.

Ik wil mijn kinderen leren hoe zij hun plek innemen. Hoe zij sterk in de wereld kunnen staan. En dat wil ik samen met hen verkennen. Van en met elkaar leren! En daarin mogen de diversiteit van mensen en plekken op de wereld er zijn. School speelt een belangrijke rol. Er gaat niets boven samen opvoeden van kinderen. Samen onze kinderen verder brengen. Luisteren, volgen, spelen, ontdekken en open de wereld in. Educeren!

Wanneer we denken in ‘missers’ en oordelen, hoe leren kinderen dan zelf waarderen?

Drie over vier.

Op weg naar het zwembad met de mannen. Lekker zwemmen, oefenen en spelen: heerlijk! Jonah fietst voor het eerst op zijn 'nieuwe' fiets. Een tijdje voor zijn verjaardag hebben we een tweedehands Beach Bike gekocht.

Helemaal trots op zijn fiets geniet hij van het gesprek over zijn fiets. De oudste, zeven, zit bij mij achterop. Hij bewondert Jonah's nieuwste aanwinst en samen vuren zij vragen af.

Ik leg uit wat er allemaal vernieuwd is. Hoe je een fiets in en uit elkaar haalt. En dat mamma zijn fiets gespoten heeft. Beide geïnteresseerd in het proces van schuren en spuiten vertel ik ze dat pappa de fiets eerst roestvrij gemaakt heeft.

Van achterop de fiets uit het niets een scherpe verwachting:
Dat hoef je zo niet te zeggen hoor!
Wat verbaasd over deze uitspraak bevraag ik Feie. Nieuwsgierig en verwonderd ben ik benieuwd wat hij eigenlijk wil zeggen.
Je hoeft niet 'pappa' te zeggen hoor. Ik ben geen vier meer!
Na een kort moment van stilte stromen tranen van het lachen over onze wangen. Wat is het toch fijn om te weten dat kinderen de openheid hebben om te zeggen wat in hun opkomt. En tegelijkertijd wordt het zo helder waar zij zich in hun eigen proces bevinden!

Samen leren, leven en genieten van elkaars groei.

Natuurlijk zullen er ook wel ergens roestplekken ontstaan of te vinden zijn. Bewustzijn creëert de voelbare ruimte om alles tegen elkaar te mogen zeggen. Een fractie van mijn oude pijn ‘heb ik iets verkeerd gezegd' kon ik loslaten. Even schuren. De lach en tranen deden de rest! Polijsten.

Pappa heeft het begrepen!

Mensschap vraagt oefening!



Het houdt me bezig. Parijs. Dat ene beeld. Die voor even eenzame man.
En dan die tweet van ‘een leerling’, als reactie op de gebeurtenissen. Vertrouwen in jezelf! Mooi.


Bijna tegelijkertijd zie ik op Facebook een bericht voorbij komen. Over Aboutaleb, de burgervader van Rotterdam. Op de dag van de desbetreffende aanslag, sprak hij zich uit. Vooral zijn emotie. Begrijpelijk! Hij is het zat! En ik lees die ene tweet van ‘een leerling’ nog eens. Zou Aboutaleb boos zijn? 

Natuurlijk is hij boos! Wie niet. Dat wat er is gebeurd, is verwerpelijk. Zo ver mogelijk.
En tegelijkertijd direct mijn vragen als ik de uitspraken van Aboutaleb in Nieuwsuur hoor:

wat drijft iemand tot een actie als deze?
Wat maakt dat we als samenleving weinig oog hebben voor emoties van anderen?
Hoe draagt satire bij aan de open dialoog, juist ook tussen de tekenaar/schrijver en ontvanger?
Welke verantwoordelijkheid hebben de media?

Het houdt me bezig.

Er ontstaat een wisseling van woorden met Marcel Kesselring. Prettig om gedachten te ordenen. Ze een plek geven te geven. Het mezelf verhouden tot anderen, andere meningen en het verkennen en scherpstellen van mijn taak en rol als opvoeder en leraar.
Ronald, ik ben van de dialoog maar soms houd het echt op. Weet niet met welke dialoog je deze mensen nog überhaupt kan bereiken of had kunnen bereiken - niets verplicht je om in Frankrijk of Nederland te wonen, toch?
Met welke dialoog je deze mensen kan- of had kunnen bereiken. Nu? Geen enkele!
Het gaat om wat we nu wel kunnen doen. Ik denk terug aan ‘een leerling’.
Mensen gaan naar andere landen. Ze rotten op! Om daar te leren hier pijn te doen. Wat leert dat ons?
Ik vind wel dat we veel meer moeten weten hoe het zover komt dat mensen radicaliseren.”
Deze ‘vraag’ naar perspectiefname is geniaal! Eerst begrijpen. Ik zou het ook willen weten. Wat drijft hen tot gedachten die werkelijk die niet de mijne zijn? Hoe leg ik mijn kinderen uit hoe zij zich verhouden tot acties en gebeurtenissen als deze? Kan ik hen het onderliggende verklaren? 

Mag ik denken dat een oordeel ontstaat vanuit onwetendheid? Gebrek aan (zelf)vertrouwen?
Blijkbaar woekert er al jaren iets in de westerse samenleving, misschien is dit nu juist het moment dat Europeanen dichter bij elkaar komen en dat dit de echte dialoog start "wat voor Europa zijn we en willen we zijn”."
Woekeren. Een bijzonder woord. Ongewenst groeit er iets voort. Het functionele waarom van geschiedenis. Wat was ooit en is de functie van een wapen? Het spel van macht en onmacht. Over uitsluiten gesproken. Eeuwenoud. 

Een leerling benoemt: ‘als je sterk genoeg bent’. Een sterker ‘wapen’ is er volgens mij niet. In je kracht staan! Dicht bij jezelf. (zelf)Vertrouwen volgt. 

En waarom alleen Europeanen? Het start bij het gezin, de klas en de buurt. Waar ook ter wereld. Waar ook ter wereld is de mogelijkheid er om te leren sterk genoeg te zijn. Om te oefenen. We noemen het opvoeding en onderwijs. Cultuur bepaalt, het gesprek als brug naar anderen.

De dialoog, het gesprek door woorden. Zolang we dezelfde betekenis aan woorden geven en de moeite doen het onderliggende gevoel samen te ervaren. De tijd nemen om te luisteren naar wat er gezegd wil worden. Vragen helpen mij dat wat gezegd wil worden te snappen. Mijn mening en argumenten te verruimen. Begrijpen vraagt oefenen mijn perceptie ‘even’ los te laten.

Het gesprek waar emoties mogen zijn. Pokon voor de relatie. Waar kwetsbaarheid juist kracht is. Waar persoonlijke inzichten bijdragen aan persoonlijke groei. Vanuit ‘het zelf’ naar de ander. Insluiten.

Daarom zou ik de vraag ‘klein’ willen beginnen. Less is more!

‘Wie ben ik en hoe verhoud ik me vreedzaam 
tot mezelf, de ander en de wereld?’

De vraag die in mijn ogen de essentie is van opvoeding en onderwijs. Kinderen bevoorwaarden zichzelf te blijven (her)ontdekken. Ieder met zijn/haar eigen verhaal.
Ronald, helemaal eens met je opmerking dat we bij onderwijs moeten beginnen, daarom vind ik dat we het op scholen veel meer moeten hebben over burgerschap, veel belangrijker dan al toetsen. De eerste vraag van een onderwijsinspecteur moet zijn: wat doe jij structureel op school met kinderen met burgerschap. En nee, burgerschap is geen vak, het is de kern van onderwijs.
Bij onderwijs beginnen. En ouders dan? School is natuurlijk ook opvoeden. Het lijkt me daarom belangrijk om als school met ouders in gesprek te gaan. Over hoe zij ‘school’ zien, ‘opvoeding’ en ‘burgerschap’. Maar ook over de gebeurtenissen in Parijs. Afstemmen. Iedereen hoort erbij. Ook de verhalen van ouders.

Burgerschap, voor mij een statisch begrip. Dat komt omdat je het kind leert een ‘burger’ te zijn. Vrijheid binnen kaders. Alsof de democratie de absolute waarheid is. Wat sluit het uit?

Mensschap klinkt natuurlijk niet. De inhoud: leren om zelf ‘sterk te zijn’. Vragen durven stellen. Vreedzame keuzes maken. Als mens van waarde zijn. En vooral veel oefenen! Fouten mogen maken en door fouten te vieren groeien. Open met elkaar absolute waarheden in twijfel trekken. Met oog en respect voor diversiteit in mens en visie.

Het vraagt verantwoordelijkheid. Om binnen de vrijheid van de kaders keuzes te maken, te starten en te voorleven. Om iedereen te betrekken in het proces. Ook een, in een democratische rechtstaat gevormde, inspectie binnen onderwijs.
Helaas lossen we daar de problemen van vandaag niet mee op en in dat opzicht ben ik het met onze burgemeester eens. …
Probleem. Wat is een probleem? Volgens mij niets anders dan een brug tussen de situatie NU en de gewenste situatie. Vandaag is nu, dus hoe kan welke brug dienend zijn. Samen de ‘waarom’ onderzoeken.

Vele meningen over het wel/niet bespreken van de gebeurtenissen in Parijs met kinderen zie en hoor ik voorbij komen. Vaak met argumenten om het gelijk te verankeren. Het houdt mij bezig, maar mijn kinderen en leerlingen ook? Zo nee, wat maakt dat ik het wel zou bespreken? Meenemen als verhaal, ‘inspiratie’ en voorbeeld wanneer de eerste vraag komt!

Op HetKind.org lees ik een les van Roel van Dael. Hij raakt met zijn woorden: ‘De werkelijkheid bestaat niet uit losse feiten en gebeurtenissen, maar uit relaties! … Dan kunnen we de leerinhoud onmogelijk in vakjes gaan opdelen. De ecologische, sociale en economische aspecten zijn namelijk onlosmakelijk verweven met elkaar.’ De holistische benadering juig ik toe!

Hij legitimeert: ‘We krijgen dus te maken met tal van duurzaamheidsvraagstukken, waar we niet zomaar een oplossing voor vinden. ... We moeten het totaalbeeld achterhalen! Dit kan enkel door over te schakelen naar een constructieve systeembenadering. We laten de kinderen, die van nature systeemdenkers zijn, zelf hun kennis ontwikkelen! …’

Kennis construeren door de dialoog met elkaar aan te gaan. De opvoeder/leraar niet als alwetende, maar samen elkaars kennis open leggen, delen en holistisch te benaderen. Samen onderwijs maken en dragen. Waar rolwisseling (apprenticeship) er mag zijn! En daar kunnen we vandaag al mee beginnen. 

Wat het vraagt?

Kwetsbaarheid en moed. Zonder (waarden)oordeel, wel/niet vanuit oude pijn, het gesprek durven aangaan met de ander. Bewust zijn van je bewustzijn. De objectieve subjectiviteit ont-moeten. Dan de ander. De open vraag naar (kinderlijke) verwondering. Waarderen van waarden. Het conceptualiseren en vormen van een standpunt dat op voorhand flexibel is, waar ieder mens en iedere situatie uniek is.

Ik denk terug aan ‘een leerling’. Zij weet het, schrijft ze. Voor haar en nu, in deze situatie. Zij als leermeester, ik lees als apprentice. Ik voel dat het nog ergens wringt. Voor mij en in deze situatie. Vertrouwen in jezelf. Het was er volgens mij. In de ander ook. Maar in het leven?