Het lokaal als instrument voor de docent

Twee leerkrachten, ieder hun eigen context en praktijk. Evelien Hoekman, docent economie aan het Etty Hillesum Lyceum in Deventer en Ronald Heidanus, docent algemeen vormende vakken aan VSO het Brederocollege in Breda. Beide docenten geven les vanuit de overtuiging ‘Doen Wat Werkt’ en passen hun omgeving aan op leerkrachtstijl, diversiteit in de groep en rekening houdend met de wensen van de leerling! In dit blog wordt het lokaal besproken en vanuit verschillend oogpunt uiteengezet. Voor beide docenten is het lokaal in ieder geval een instrument, geen vaststaand doel op zich!

"Op alle scholen waar ik ben geweest staat zeker 85% van de lokalen in de beroemde busopstelling. Drie rijen van tafeltjes in groepjes van twee met de docent ervoor. Wat ook opvalt is dat wanneer ik een studiedag geef de tafeltjes direct verschoven worden. De economiesectie gaat met zes tafels bij elkaar zitten, meestal in een U-vorm. Dit verschuiven gebeurt ook bij iedere rapportvergadering en overleg op mijn school. Echter na afloop van de bijeenkomst wordt alles weer teruggezet. Ik vraag me al jaren af waarom dit zo is. Is een les dan zoveel anders dan een vergadering en waarom is vergaderen in de busopstelling niet mogelijk en lesgeven wel?

Een lokaal is in mijn beleving een instrument dat bijdraagt aan het leerproces. Voor een discussie “verbouw “ ik het lokaal in een carré opstelling want iedereen wil graag zien wie wat zegt. Voor een handelsspel zet ik alle tafels en stoelen aan de kant zodat er een leeg middenstuk over blijft. Je wilt leerlingen immers uitdagen en bewegen tot actie. Met elkaar onderhandelen gaat wat lastig als er tafels in de weg staan. Wellicht een open deur maar voor een groepsopdracht is het wel heel handig als de leerlingen ook fysiek bij elkaar zitten. Het is dan meteen duidelijk wie met wie in de groep zit en het zorgt dat overleg mogelijk is en ook binnen dezelfde groep blijft. Tot mijn verbazing worden groepsopdrachten door veel docenten in de ‘busstand’ gedaan. Er is geen duidelijke structuur voor de klasindeling. Soms wordt er her en der door leerlingen met wat tafels en stoelen geschoven of ze gaan bij elkaar op schoot zitten. In mijn ogen werkt het niet efficiënt als een groepje van vier leerlingen een opdracht maakt op twee tafels. Waar moeten ze al die boeken, schriften en opdracht-handouts laten?

Persoonlijk geef ik al bijna tien jaar les in een groepsopstelling, dit tot mijn grote tevredenheid. De opstelling is in de loop van de jaren gegroeid tot een vorm die het beste past bij mijn stijl van lesgeven. Tijdens mijn lessen gebruik ik veel activerende didactiek. Leerlingen maken opdrachten en doen dit meestal in groepjes. Daarnaast zijn er nog een paar andere redenen waarom ik in groepjes les geef: 

  • Persoonlijke aandacht voor de leerling. Door deze opstelling kan ik letterlijk naast iedere leerling gaan zitten om hem uitleg te geven. Ik schuif er een stoel bij terwijl in “de bus” dit bij de buitenste rijen niet mogelijk is. Ik vind dit prettiger en persoonlijker dan over een leerling heen hangen.
  • Bewegingsvrijheid voor de docent. Door de opstelling kan ik op verschillende plekken in de klas iets uitleggen en echt rondlopen. Ik hoef niet altijd voor het bord te staan. Dit is best verfrissend. Drukke groepen (achterin) hebben nu ineens een docent naast zich staan tijdens de uitleg. Nu met mijn iPad kan ik zelfs vanuit het hele lokaal mijn digibord bedienen, ideaal. 
  • Spreiding van groepen leerlingen. Door de vaste opstelling van tafels worden groepen leerlingen uit elkaar getrokken. Een groepje van vijf leerlingen neemt plaats op twee tafels en de discussiegroep halveert. Bovendien is in de groepen achter in de hoeken slechts plaats voor drie leerlingen. Dit heb ik heel bewust zo gedaan omdat “de herriemakers” graag daar zitten. 
  • Meer rust tijdens de lessen. Doordat ze in groepen zitten is de hoeveelheid potentiële kletspartners kleiner dan ‘in de bus’ waarbij hele rijen soms met elkaar aan het praten raken. De groep werkt als natuurlijke scheiding. 
  • Terechtwijzen is gemakkelijker. Door de groepsopstelling vraag ik nu aan een groepje of ze op willen houden met kletsen en aan het werk willen gaan. Bij de bus-opstelling vraag je vaak aan één leerling of hij of zij zich wil omdraaien. Dit geeft vaak bij leerlingen het gevoel van: “ze moet mij altijd hebben”. 

De vragen die ik aan docenten wil stellen zijn: Hoe heb jij je lokaal ingericht? Heb je bewust voor deze opstelling gekozen? Zo ja, waarom? En verander je de opstelling als je een andere werkvorm doet? Tot slot nog een open deur: als je leerlingen instrueert hoe de tafels moeten staan d.m.v. van tekening op het (digi)bord, is de verbouwing binnen drie minuten klaar." – Evelien Hoekman 


"Vlak na mijn start in het Voortgezet Speciaal Onderwijs werd mij al snel duidelijk dat inzet op het groepsproces een belangrijk onderdeel zou zijn als sleutel naar meer zelfvertrouwen en motivatie voor leerlingen om te komen tot leren. Zonder gevoel van eigenwaarde zijn leerlingen niet gelukkig en komen ze niet (voldoende) toe aan hun ontwikkeling. En zoals iedere ontwikkeling individueel is, is dat in het speciaal onderwijs niet anders. Segregatie in het onderwijs heeft er voor gezorgd dat leerlingen met een soortgelijk ‘label’ bij elkaar in de groep zitten en het lijkt erop dat mede door deze maatregel de ontwikkeling moeizamer verloopt. Gevoel van veiligheid, vorming en persoonsontwikkeling, sociale interactie en gevoel van empathie wordt door leerlingen (V)SO als lastig ervaren. De sfeer in de groep, het mogen zijn als individu met alles wat je bezit en het zien van verschillen en overeenkomsten dragen bij aan het overwinnen van moeilijkheden!

De opstelling in het klaslokaal is daarin een onmisbare schakel. Als eerste zijn er de leerlingen die een stem dienen te krijgen in wat voor hen werkt. Door hen een stem en medezeggenschap te geven wordt het ervaren van veiligheid vergroot. Mijn (ex-)leerlingen geven veelvuldig aan dat zij omgevingsgeluiden als onprettig ervaren. Feit is dat leerlingen in het speciaal onderwijs zintuiglijk anders waarnemen. In het (regulier) onderwijs is hier minder begrip voor, waardoor een leerling sneller onaangepast zal reageren. Stel: een leerling heeft een (hyper) sterk (absoluut) gehoor, neemt omgevingsgeluid op als een spons en kan zelfs horen wat er drie lokalen verder wordt gezegd. Hoe kan deze leerling zich dan concentreren? Is een lokaal dan alleen rustig als de leerkracht het rustig vindt? Sluit je ogen maar eens in een lokaal op verschillende momenten en focus eens op alle geluiden. Is het echt rustig? En wordt deze ‘rust’ hetzelfde ervaren voor de leerling? Een busopstelling is dus in beginsel niet ideaal. Leerlingen geven bijvoorbeeld regelmatig aan snel afgeleid te zijn door wat er achter hen gebeurt. Wanneer er begrip is vanuit de leerkracht is het voor leerlingen ook minder moeilijk daarover te communiceren!

En daar waar leerlingen in het speciaal onderwijs anders waarnemen en communiceren is het werken in een U-vorm, ook wel carré genoemd, voor mij dé ideale vorm voor een klassenopstelling. De U-vorm draagt bij aan meer overzicht en er is directer contact. Het sociale en pragmatische aspect van communicatie maakt de wijze waarop gecommuniceerd wordt tot een belangrijk onderdeel van verbale communicatie. Praten ‘tegen’ iemand is ten slotte heel wat anders dan praten ‘met’ iemand. In de U-vorm kunnen leerlingen elkaar aankijken, leren ze naar elkaar te luisteren, samen te vatten en open te staan voor elkaars argumenten, uitgangspunten en meningen. Ook non-verbale communicatie ondersteunt de boodschap van dat wat gezegd wordt. De U-vorm maakt het mogelijk voor leerlingen om direct te kunnen zien en te ‘toetsen’ of de boodschap goed begrepen is. Ook geluiden worden direct opgemerkt en men spreekt elkaar hier op aan. Verder kunnen er in een veilige omgeving discussies en dialogen ontstaan. En doordat leerlingen in een U-vorm zitten kunnen zij actief participeren, gesprekken aangaan en ontstaan samenwerkingsmogelijkheden. In mijn dagelijkse praktijk is gebleken dat op de langere termijn conflicten afnemen, gevoel van veiligheid vergroot en daarmee ook het (zelf)vertrouwen groeit. Vervolgens is er een basis om gemotiveerd te zijn om te leren.

En dan is er de leerkracht die het gehele jaar met een groep werkt met als taak de leerlingen in hun ontwikkeling verder te brengen. Het ligt dan ook voor de hand dat de leerkracht alle vrijheid dient te hebben om het klaslokaal aan te passen op wat voor hem en de groep werkt! Net als iedere leerling is ook iedere leerkracht anders en heeft een eigen stijl van lesgeven. De leerkracht zal zich ook veilig en vertrouwd moeten voelen om de verbinding met de leerlingen aan te gaan en zijn lessen te kunnen geven. Signalen vanuit de groep zijn voor mij in een U-vorm makkelijker op te pikken. Overzicht, aandacht geven en ook leerlingen zelf zijn onmisbare (f)actoren. Aanpassen van de omgeving is voor mij als leerkracht altijd van groot belang om zo effectief mogelijk te educeren." - Ronald Heidanus

The Butterfly Circus

Een kind, slim, creatief, ondernemend, open, vol zelfvertrouwen en talent start op het VWO en via de HAVO belandt hij/ze op het VMBO-T. Ook daar krijgt het te horen dat hij/zij het niet gaat redden. Een psychiater wordt aangeraden, alsof een label zal helpen... Zelfs dan wordt er niet gekeken naar de mogelijkheden! En de persoon zelf gaat geloven dat wat iedereen zegt, waar is!? Ieder kind heeft meer dan 100 talenten, echter...worden deze ook gezien, benoemd, gewaardeerd en gestimuleerd? Krijgt een kind de tijd en ruimte om dit te (mogen) doen?


Als leerkracht ben je 'leider' van jouw Butterfly Circus, een passant in de levens van je leerlingen. Je zet iets in gang en je kan van toegevoegde waarde zijn! Jouw taak is het om hen verder te brengen in wie zij werkelijk zijn!

Let them discover and show their own talents!!

Tussen de regels van Matthijs

De Regels Van Matthijs, een indrukwekkend en zeer integer neergezet document van Matthijs, een volwassen man met iets dat het ‘syndroom van Asperger’ wordt genoemd. Fijn dat het een naam heeft zou je kunnen denken, echter de vraag is voor wie? Matthijs voelt zich “…buitengesloten van de rest!” Daar waar classificering en etiketten voor enige duidelijkheid zouden kunnen zorgen, lukt het mensen niet Matthijs te begrijpen en Matthijs de anderen ook niet. “Mensen hebben dubbele lagen in gesprekken. … Ik wil begrijpen wat mensen bedoelen, niet zeggen, maar echt bedoelen.”

In onze samenleving lijkt het ingebakken te zitten om mensen in hokjes te plaatsen en zelfs uit te sluiten. We doen het al eeuwen, van de oude Grieken, via de middeleeuwen tot op de dag van vandaag. Alles dat afwijkt van de ‘standaard’, wat dat ook moge zijn, wordt bestempeld. Op zich niets mis mee, het helpt ons om onze omgeving behapbaar te maken en te houden. Echter, het is wel van groot belang om verbinding te blijven houden met de diversiteit van onze samenleving. Op het moment dat dit niet gebeurt ontstaat onbegrip, kan een stigma groeien en ontstaat een warrig beeld van de werkelijkheid. Dat kan voor een vertroebeld en zelfs afwezig contact leiden met de omgeving. Maar welke werkelijkheid is nu dé werkelijkheid? Iedereen heeft een eigen perceptie, concept en invullingen van dat wat gehoord en gezien wordt. Daarmee construeer je jouw waarheid. Dat jouw waarheid ook jouw waarheid is daar is op zich niets mis mee. Het gaat mis bij het projecteren van aannames en vasthouden aan eigen normen en waarden!

In het geval van Matthijs gaat het om ‘Asperger’, althans, dat is wat men vindt dat hij heeft. Is er ook stilgestaan bij wat ‘Asperger’ voor hem werkelijk inhield? In de film BenX benoemt hoofdpersoon Ben het treffend: “Ik heb autisme...autisme heeft mij!” Vele boeken en sites (be)schrijven (na) wat een stoornis betekent of lijkt te betekenen. Kenmerken worden gelezen en worden als waarheid aangenomen. We benaderen mensen met autisme vanuit deze zelf geconstrueerde kennis. Maar ligt de werkelijke betekenis van een diagnose niet bij de persoon zelf?

Gedrag is dat wat we zien, maar verder kijken dan alleen het zichtbare gedrag is wat vaak niet gebeurt. Gedrag (en ook moeilijkgedrag) is communicatie! Ik denk dat mensen met autisme juist heel goed kunnen communiceren en de meest pure vorm van communicatie bezitten. “Als het te vaag wordt raak ik het spoor kwijt.” vertelt Matthijs. “Je moet even expliciet zijn!” lijkt Matthijs te eisen. Wat gebeurt er als je zelf het spoor bijster bent, wat gebeurt er intern? Ja, we proberen bij/met de ander om naar duidelijk te zoeken. We vragen om uitleg en om concreet te zijn. En zelfs ‘duidelijkheid’ en ‘concreet’ zijn woorden die geen inhoud hebben als mensen niet met elkaar tot afstemming kunnen komen. Het begint met verder luisteren dan alleen het verplaatsen van lucht. Matthijs schreeuwt in een scène: “Waarom luistert er niemand naar mij!? Waarom moet ik toch altijd alles alleen doen?” Vanuit de ander komt niets! Ja, hij schreeuwt en dat kan bedreigend overkomen. Wat maakt dat hij dit gedrag laat zien? Is hij gefrustreerd, voelt hij zich onmachtig en/of onbegrepen? Schreeuwt hij om aansluiting? Hij lijkt een roepende in de woestijn! Is het dan nog steeds een bedreiging?


Matthijs heeft voor zichzelf een manier van ordenen gevonden, een eigen wijze van structureren, van het nummeren van potjes, noteren van datums en herstructureren van zijn huis. “Als autist denk je alles uit. … Ik heb dus deze woning helemaal uitgezocht. … Ik moet steeds weer alles opnieuw gaan uitdenken.” Als er goed naar Matthijs wordt geluisterd en met een verwonderende blik wordt gekeken is het eigenlijk heel duidelijk wat maakt dat Matthijs doet wat hij doet. Jean-Pierre Geelen zegt in DWDD: “… Het heeft heel erg te maken met Matthijs zelf. Hij lijdt aan Asperger, een autist is het! … Die verstrikt raakt in de regels die hij zelf heeft geschapen, omdat hij de werkelijkheid eigenlijk niet aan kan…” en Owen Schumacher noemt als reden op het gedrag: “…hoe hij controle over zijn leven probeert te krijgen”. Met een ‘narrow view’, een eenzijdige focus op alleen de persoon en kijkend naar alleen het gedrag zou je dat zo kunnen zien. Echter niets is wat het lijkt! Matthijs heeft zijn eigen werkelijkheid gecreëerd en verbouwt zijn woning om rust en veiligheid te vinden. “Ik denk dat mijn woning in wezen niet iets anders betekent dan voor wie dan ook.” Hij zoekt naar een plek “…waar je je privacy hebt, voor zover daar sprake van is. Waar je je eigen dingen hebt, wat van jou is. De plek waar je veilig zou zijn, in theorie dan.” Maakt de omgeving dit mogelijk? Matthijs moet voorkomen en de aanklager is duidelijk: “Van der Meer verschuilt zich nog al eens achter zijn autisme en hij zoekt kennelijk een rechtvaardigheid voor zijn handelen.” De rechter doet vervolgens de uitspraak: “Er is in uw geval sprake van een afwijkende wijze van bewoning.” En daarmee is Matthijs, volgens de rechter, bezig met eigen interpretatie van normen die voor iedereen gelden. Zelfs het vormgeven van je eigen leefomgeving is dus onmogelijk! Is het dan niet eigenlijk zo dat door principes of uitgangspunten vanuit de maatschappij de ‘controle’ juist bij de maatschappij ligt? Wie raakt de controle nu kwijt?

Voor Matthijs is de wereld anders, een wereld waarin het merendeel als chaos wordt ervaren. En wie is er verantwoordelijk voor deze chaos? Matthijs zoekt: “Als ik overdrijf wordt ik niet serieus genomen, als ik onderdrijf wordt ik ook niet serieus genomen!” Matthijs is een man van uitersten en wat zou het mooi zijn als de samenleving zijn uitersten zou omarmen!? Hij geeft kleur aan onze wereld, neemt ons mee in zijn wereld, een wereld die er óók is, net als die van velen die nog onontdekt zijn… Wie hebben er problemen met zijn werkelijkheid? Is het ‘wij’ omdat we de verbinding met ‘anders’ niet aankunnen? Omdat onze normen en waarden niet zo ‘extreem’ zijn als die van Matthijs? Hierdoor staan we lijnrecht tegenover mensen met een wezenlijk ander brein! Wie is er nu dan eigenlijk beperkt? Wie houdt wie in stand? We verzuipen in medisch model denken. Zelfs de rechter doet een duit in het zakje: “…enige mate voor tolerantie voor psychiatrische patiënten moet natuurlijk aan de orde zijn … de grens wordt hier duidelijk overschreden!” Zowel het diagnosticeren als de hulpverlening worden gedreven door richtlijnen, protocollen en regels! Wie is/handelt er rigide?

Is het dan gek of vreemd dat er wordt gezegd dat mensen met autisme ‘problemen’ hebben met sociale interactie? NEE! Als je niet dezelfde taal spreekt of wilt spreken, als je door alle opgelegde normen en waarden (en door er aan vast te houden) niet open staat voor die ‘andere’ manier van beleven van de werkelijkheid, wordt het moeilijk om verbinding te maken. “Een werkafspraak is geen afspraak…een afspraak doe je z’n tweeën!” Matthijs snapt het juist heel goed! Hij zoekt zelfs naar verbinding en blijft vragen stellen: “…waarom houden ze zich niet aan de afspraken, waarom krijg ik geen antwoord, dan heb ik zes hulpverleners om me heen en dan word ik uit mijn woning gezet…” Het vraagt iets van je als mens om echt contact te maken met mensen met autisme, om lef! Lef om buiten kaders te denken, tussen de regels door te lezen/luisteren en te blijven verwonderen zonder (voor)oordelen! Open, eerlijk en nieuwsgierig! Het vraagt om lef om dat wat nodig aan te passen. Het vraagt om moreel en ethisch handelen en het belang van de MENS, van welke afkomst of met welk neurologisch geprogrammeerd brein dan ook, voorop te stellen. Geef mensen die je moeilijk begrijpt een stem! Volg en bouw samen om voor iedereen de wereld leefbaar te maken!

Matthijs heeft een stem gekregen, we kunnen alleen niet meer naar hem luisteren…

“Je hebt me toch, ik ben alleen niet blijvend…”



*Met dank aan Wendy voor het delen van gedachten!

De ruimte tussen de treden

Vanochtend bracht ik samen met mijn vrouw en jongste dochter de twee oudsten naar school. Bij het binnen lopen van het gebouw was zichtbaar dat de bel al was gegaan. . Ik liep met Jonah (de middelste, vier jaar en net gestart op school) richting de trap. Rennende kinderen en bedrukte ouders passeerden onze flanken. Zijn stappen waren die van iemand die mee wilde gaan in de snelheid van de mensen om hem heen. Dit lukte hem de eerste paar stappen, totdat hij besefte dat hij zijn eigen lijf voorbij aan het lopen was. Hij nam een pas op de plaats en liep in zijn tempo door. De ruimte voor ons werd groter en er ontstond ‘lucht’. Achter ons voelde ik de druk van het aantal mensen, dat nog steeds met dezelfde snelheid probeerde door te lopen, toenemen.

De ruimte die voor ons ontstond deed mij doen beseffen dat er eigenlijk niets mooiers is dan je eigen tempo te mogen bepalen. En tevens besefte ik dat, met de snelheid waarmee we leven, er steeds minder ruimte ontstaat om werkelijk oog te hebben voor dat wat de mens als individu nodig heeft! Is het dat het tempo van onze samenleving alleen maar wordt bepaald door tijd? De klok tikt immers door en de focus op wat er werkelijk toe doet wordt minder helder… De druk is voelbaar! Of worden we meegesleurd door het tempo en wat drijft ons dan?

Steeds vaker voel ik een paradox ontstaan over het onderwijs. Hoe meer ik me verdiep in het onderwijs, hoe meer ik denk dat goed onderwijs alleen maar goed kan zijn door middel van minder onderwijs en meer educatie! Als ik zie dat we in Nederland ons alleen maar richten op resultaten en opbrengsten en ook Stephen J. Ball in The Education Debat zei: “Onderwijs is geheel ondergeschikt geworden aan de zogenaamde onvermijdelijke globalisering en wereldwijde economische concurrentiestrijd”, dan vraag ik me af hoe dit in verhouding staat tot geluk, naar mijn mening één van de essenties in het leven. Alexander Sutherland Neill schreef in 1960 in zijn boek “Hoe kunnen we hen gelukkig maken? Mijn antwoord is: laat het gezag los. Laat het kind zichzelf mogen zijn.”

Ruimte krijgen om te zijn wie je bent levert in het huidige tempo een spanningsveld op. Ben je zelf als leerkracht gewend om ruimte te krijgen? Om autonoom te mogen handelen en jezelf te mogen zijn? Er is op dit moment gekaderd beleid en je dient te doen wat men van je verwacht; onderwijzen en door prestaties en opbrengsten aantonen dat een leerling naar een volgend klassenjaar kan. Het tempo is verpakt in een schooljaar, (kern)doelen liggen vast, maar waar is de ruimte om als leerkracht echt het tempo van een leerling te volgen? Wat wil een leerling leren en hoe sluit je als leerkracht hier ‘leidend’ op aan?

Ik zie ouders op de trap van de school hun kind oppakken en langs mij heen lopen. Zij bepalen het tempo! En geldt dit alleen voor op de trap? Het kind kan niets anders doen dan lijdzaam volgen. Wat maakt dat ouders niet het tempo van hun kind volgen? Is hun werk echt belangrijker dan hun eigen kind? Dan heeft Stephen J. Ball gelijk en zijn we allemaal een marionet geworden.

Stel dat de trap metafoor staat voor de ontwikkeling van een kind, met bovenaan een doel, dan kan het zijn dat zij door de vele obstakels, bijvoorbeeld speelgoed, niet boven geraken. Het speelgoed staat enerzijds voor kind eigen kenmerken, identiteit en ontwikkeling van kinderen. En tegelijkertijd staat het voor de vele obstakels die juist ‘wij’ als onderwijs op de trap zetten. Een kind kan eigenlijk niets anders dan in één bepaald tempo functioneren. Voldoe je niet dan volgen protocollen, onderzoeken, diagnoses en ontwikkelingsperspectieven. Ik denk dat het aan mij is, als leerkracht én ouder, om (mijn) kinderen te leren en te begeleiden in het opruimen (of omgaan/overwinnen) van het speelgoed. Dat betekent: kijken, luisteren, begrijpen, afstemmen, omgeving aanpassen, waar nodig ondersteunen en extra begeleiding te bieden. Daardoor ontstaat zelfvertrouwen en zullen zij zelf, in hun tempo, de trap op lopen, op weg naar hun doel! Kinderen zijn naar mijn mening leidend en natuurlijk leer je kinderen lezen en schrijven! Zo kunnen zij dan immers zelf op zoek naar hun waarheid… En natuurlijk bied je kinderen context, anders zal dat wat geleerd wordt niet beklijven of ontstaat er demotivatie!

Wie over een scherpe geest en lef beschikt, zal niet verhongeren; 
noch zal hij zich druk maken over honger …
DH Lawrence (1918) uit Education of the people

Als samenleving en volwassenen bepalen we wat we belangrijk vinden voor onze kinderen en diens toekomst. Of dit nu het ochtendritueel is, een schoolkeuze of de snelheid waarmee je een trap op loopt, wat maakt dat we zeker weten wat én dát het belangrijk is voor onze kinderen? Mede ons verleden, ervaringen en de wijze waarop wij normen, waarden en overtuigingen betekenis geven, maakt dat we onze werkelijkheid waarnemen zoals die is. Is deze werkelijkheid wel dé werkelijkheid? Ik mis in het vormen van dat wat belangrijk is vaak de stem van het kind zelf! Zij zijn de toekomst en maken hun eigen samenleving! Sir Ken Robinson was in zijn TEDtalk “Bring on the learning revolution!” duidelijk: “Als volwassenen houden we ons alleen maar bezig met een toekomst waarvan we niet eens weten wat die werkelijk zal zijn.” In dezelfde talk noemt Robinson een voorbeeld van een jongen die brandweerman wilde worden en vertelde dat zijn leraar hem absoluut niet serieus nam, tot de jongen als dertigjarige brandweerman het leven van deze leerkracht en diens gezin redde! Voor mij een duidelijke metafoor dat we kinderen serieus dienen te nemen en ook de ruimte en het tempo te geven waardoor zij kunnen zijn en worden wie zij werkelijk zijn!

Ja, je kunt ook de keus maken om op de trap je kind op te pakken, regie in eigen hand te nemen en voor het kind te lopen. Vraag is echter hoe het kind leert wie hij is, hoe hij leert zijn eigen tempo te bepalen, hoe hij leert zijn eigen grenzen aan te geven en hoe hij zich verhoudt tot zijn omgeving en het tempo ervan? Wanneer en hoe bouw je aan eigen regie en zelfvertrouwen van een kind? Door het jouw tempo als volwassene op te leggen?

Jonah was in ieder geval op tijd in de klas…in zijn eigen tempo!



Sensorische waarneming en autisme



Sensorische waarnemingen en autisme gaan regelmatig samen, zonder dat de omgeving zich ervan bewust is! Dit, simpelweg, omdat ieder brein en daarmee iedere waarneming voor iedereen anders is. Maar: iedereen raakt wel eens overprikkeld!Stel: een leerling heeft een (hyper) sterk (absoluut) gehoor, neemt omgevingsgeluid op als een spons en kan zelfs horen wat er drie lokalen verder wordt gezegd. Hoe kan deze leerling zich dan concentreren? En dus: hoe verhouden verwachtingen zich met sensorische waarnemingen? En hoe dient de (leer)omgeving van leerlingen andere waarnemingen aangepast te worden?

Deze video geeft voor een deel inzicht hoe zintuiglijke waarneming kan zijn. Vergeet echter niet de andere zintuiglijke waarnemingen zoals: gezichtsvermogen, tast, reuk, smaak, proprioceptie en vestibulair en combinaties niet.. Het blijft luisteren en kijken naar ieder individu! leestip

Levensles van Ronald Herregraven


Het begon allemaal met één van mijn leerlingen die elke vrijdag ‘enthousiast’ vertelde over het programma Over Mijn Lijk van BNN. Het programma maakte een grote indruk op hem en zijn verhalen over het programma ook op anderen. Hierdoor ontstonden bijzondere gesprekken met veel vragen over ‘kanker’. Een aantal weken geleden klikte ik op Facebook wat door naar de pagina van Ronald Herregraven en kwam ik uit op zijn blog. De manier van schrijven over zijn ziekte en zijn humor maakte het prettig en tevens indrukwekkend om te lezen. Onder één van zijn teksten schreef hij dat hij ook gastcolleges gaf. Ik moest direct aan mijn leerlingen en hun vragen denken en de stap was snel gezet!

Na wat berichten over en weer werd er een afspraak gemaakt. De leerlingen vonden het geweldig dat zij bezoek zouden krijgen van ‘iemand van tv’. Ook het aantal vragen groeide in sneltreinvaart door het besef dat iemand met kanker, niet lang meer te leven, bij ons op bezoek zou komen. Naast de wat technische vragen over kanker ontstonden ineens ook vragen over wanneer hij zou komen te overlijden en of hij niet in de klas dood zou kunnen gaan!? Ik besloot een compilatie te maken van alle fragmenten uit het programma en deze in de klas samen met de leerlingen te bekijken. Zo zouden zij een eerste ‘kennismaking’ met Ronald hebben en zien hoe hij in het leven staat! Ook hebben de leerlingen stukken uit zijn blog gelezen.

Woensdag 24 oktober was het dan zover. De leerlingen waren zenuwachtig en dat was op hun gezichten duidelijk af te lezen. De dag ervoor kreeg ik al vragen van leerlingen en eerlijk, ook ik vond het best spannend! Je weet niet hoe de dag zou kunnen lopen, hoe leerlingen omgaan met hun emoties en wat de impact zal zijn... Het was wel zeker dat de leerlingen deze dag een bijzondere kans zouden krijgen om al hun vragen te stellen. De bereidheid van Ronald maakt dat onderwijs een extra dimensie zou krijgen; leerlingen verder brengen in hun beeld op en over de wereld. Geboorte, leven en dood zijn daarin belangrijke en niet te missen onderdelen. Ze maken deel uit van ieders leven. Het kan helpen bij de belangrijke vraag: “Wie ben ik en hoe verhoud ik me tot mijn omgeving?” Zien en verbinding aangaan is meer dan alleen ervaring opdoen, zou achteraf blijken.

Na de pauze vulde het lokaal zich in een rap tempo met alle tweedejaars. De spanning was voelbaar en het was een mooi moment om te ervaren en te voelen hoe de leerlingen en Ronald samen (non)verbaal op zoek gingen naar afstemming. Na een korte aankondiging volgde een introductie door Ronald zelf over wie hij is en wat hij precies heeft; darmkanker met uitzaaiingen naar de lever en longen en bezig aan zijn laatste chemotherapie. Vervolgens gaf hij het woord aan de leerlingen, stelde zich volgend op en baande zich, op een meesterlijk rustige, duidelijke en soms humoristische wijze, een weg door het vragenvuur.

Met “bent u gelukkig?” werd afgetrapt. Het antwoord was duidelijk: “Ja!” Hij vervolgde met te vertellen dat hij natuurlijk op momenten verdrietig is, maar dat, hoe gek het voor de leerlingen misschien zou kunnen klinken, de ziekte hem juist ook hele mooie momenten gebracht heeft en nog steeds brengt. Deze vraag brak direct een barrière en een ander sprak zijn overdenking uit: “Ik vind het apart dat je weet dat je dood gaat!” Hierop antwoordde Ronald dat we allemaal zeker weten dat we dood gaan, maar dat niemand weet wanneer en dat daar het verschil zit. En ook weer niet! Ja, hij komt te overlijden en dat het geen vijf jaar meer gaat duren is bijna zeker, echter kan het ook zo zijn dat hij onderweg naar huis een ongeluk krijgt... Op de vraag: “Sta je positief in het leven?” antwoordde hij net zo duidelijk als de eerste vraag: “Ja!” Hij vertelde over zijn school, zijn harde werken, zijn drive om iets van zijn toekomst te willen maken en over zijn jonge gezin. Tegelijkertijd refereerde hij ook aan wat hij in Over Mijn Lijk vertelde: “Ik ben nu met ‘pensioen’, heb in mijn leven hard gewerkt, ben ongeneeslijk ziek geworden en geniet nu 24/7 van mijn vrouw en mijn dochtertje.” “Kijkt u ook anders tegen het leven aan?” was daarna de vraag. “De prioriteiten liggen anders en ik doe niet meer moeilijk over kleine dingen.” Vervolgens werd hem de vraag gesteld of hij met de wetenschap van nu, terug in de tijd, andere keuzes gemaakt zou hebben? Na heel even in stilte te hebben nagedacht gaf hij aan: “Waarschijnlijk niet!” “Heb je alles gedaan wat je hebt willen doen?” vroeg een leerling daarop. “Eigenlijk wel.” en Ronald recapituleerde met een twinkeling in zijn ogen zijn leven en zag er zichtbaar voldaan uit.

Naast het leven en de dood kwamen er ook vragen over na de dood. “Ga je je dochter niet missen?” Ronald vertelde dat er zeker momenten zijn waarop hij erg verdrietig wordt van de gedachten dat hij zijn dochter niet ziet opgroeien. En vooral de gedachte dat zijn dochter geen vader meer zal hebben doet hem pijn. Om het verdriet om te buigen schrijft Ronald brieven aan zijn dochter voor de levensjaren die zij gaat passeren. Hierdoor blijft hij nog een rol spelen in haar leven.

“Bent u gelovig?” Een mooie vraag, waarop Ronald antwoordde: “Ik geloof heel erg in mezelf. Ik ben overtuigd van wat ik doe en weet dat ik daar zelf ook verantwoordelijk voor ben.” Deze uitspraak is nog dagen in verschillende vormen in de klas teruggekomen. Het heeft de leerlingen duidelijk aan het nadenken gezet. Het besef dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor wie ze zijn en wat ze doen leek hen een stukje ‘volwassenheid’ mee te geven. De leerlingen waren tijdens gesprekken in de dagen erna meer bereid om echt naar elkaar te luisteren en proberen elkaar te begrijpen!!

Er volgde in de resterende tijd van dik een uur nog letterlijke, prangende en bijna filosofische (levens)vragen die op momenten het gewicht van het onderwerp relativeerde. Het verschil in gevoel en beleving tussen leerlingen onderling was duidelijk zichtbaar. Het niet durven uitspreken van gevoelens gaf aan hoe moeilijk het is om jezelf veilig te voelen. Toch hebben veel leerlingen zich verwonderd en hebben het lef gehad om hun eigen vragen te stellen. Het was een zeer bijzondere, waardevolle en leerzame ochtend. De leerlingen vonden dat zijn liefde voor zijn vrouw en dochter, het feit dat hij alles uit zijn leven heeft gehaald en dat hij in de klas durfde te komen om zijn verhaal te vertellen heel knap! Zijn quotes “Het is wat het is!”, “Alles was en is mooi!” en “Niet achteruit kijken, maar vooruit!” krijgen een belangrijke plek in de klas!

Mijn dank en respect gaan uit naar Ronald voor de wijze waarop hij met veel kracht en levenslust een diepe indruk heeft achter gelaten bij de leerlingen, mijn collega’s en bij mij! Het kan niet anders dan dat er (on)bewust wat in gang gezet is…


Verschil in begrip

Zie, er is een verschil tussen 'onderwijs' en 'educatie'! Wij zijn in Nederland goed in het anders verwoorden van begrippen en verliezen daardoor de inhoud..

"Education is everything.. Education is not preparing for life, education is life itself! It's about things that matters to us as individuals..learn skills to negotiate, to exspress, to analyze and to respect, respct ourselves and respect diversity. Education should help us reflect upon where we come from, who we are and what we want to be. It should empower us to follow our dreams!"

Lijkt me duidelijk..niet?


Een reis met onbekende wegen

Van 3 t/m 12 september is de Japanse leraar Toshiro Kanamori, bekend van de documentaire Children Full of Life, in Nederland om verschillende lezingen door het land te geven. Door zijn komst is op co-creatieve wijze de eerste onderwijskrant van HetKind ontstaan. Voor deze speciale Kanamori Krant ben ik door Marcel Kesselring gevraagd een stuk te schrijven over onderwijs en Sociale Media. Hieronder een kort fragment:



"Ons brein lijkt zich van generatie op generatie te evolueren, met een explosieve snelheid. We zien drukke en andersdenkende kinderen. We labelen en problematiseren. Wat we weinig doen is om deze kinderen - deze breinen – in te zetten op hun specifieke competenties en talenten. Ze motiveren, werken aan hun zelfvertrouwen en persoonlijk leiderschap. Dat vraagt andere skills, juist van de leraar. Maar dus ook het inzetten van andere media.

Als ik met leerlingen met autisme werk, is het van groot belang om aan te sluiten op het individuele curriculum. Als leraar is het belangrijk om hun eigen cognitieve leerstijl te willen zien en te begrijpen, hun andere manier van denken. Dat vraagt om..." Lees hier verder!

cadeautje

Kunst

Wat we willen:
Momenten
Van helderheid
Of beter nog: van grote
Klaarheid

Schaars zijn die momenten
En ook nog goed verborgen

Zoeken heeft dus
Nauwelijks zin, maar
Vinden wel

De kunst is zo te leven
Dat het je overkomt

Die klaarheid, af en toe

Uit: Verzameld werk. Gedichten.
© Amsterdam, 2002.

Regisseur van je eigen leven

Antoinette Beumer gaf gister in het programma 'Filmfestival Cannes' een wijze les. "..heel goed weten wat je wilt halen, maar dat je dan op de set alles moet loslaten". Te veel nadenken over wat je wilt halen heeft geen zin volgens haar, want zoals ze zegt: "Het wordt nooit zo, als dat je van te voren hebt bedacht. Maar als je durft een beetje los te laten.." En daar zit voor mij de kern: 'lef', 'beetje' & 'loslaten'.

We hebben het vaak over 'loslaten'. En voor mij zijn er twee manieren van loslaten, namelijk 'handpalmen omlaag' en 'handpalmen omhoog'. Ofwel het woord letterlijk volgen ofwel de inhoud van het woord toepassen. Ik verkies het laatste! Een prachtige gebaar waarbij vertrouwen wordt uitgestraald dat "wat je wilt halen" er in eerste instantie niet toe doet. Het gaat om het proces, de kleine stapjes er naartoe. Er zijn genoeg variabelen waar je geen invloed op hebt en maken dat jouw 'uitkomst' niet zal worden zoals je het jezelf had voorgesteld. Met een eenzijdige focus raakt je alleen maar teleurgesteld. Als al die variabelen ook nog eens worden gezien als 'angst' om te vallen en als de handpalmen omlaag zijn, ga je hard op je bek en zal er veel lef nodig zijn om het de volgende keer nog eens te proberen!? Start met een 'beetje loslaten' met de handpalmen omhoog en voel 'lef', durf en echtheid groeien. Dan is het alleen maar een kwestie van waarderen en/of ontvangen!


De 'op de set' kan ook vervangen worden voor 'in de klas'. We schrijven een script (leerdoelen) en hebben verwachtingen van onze leerlingen. Maar net als dat de leerkracht de regisseur 'speelt' in de de klas, zijn zij dat eigenlijk ook van hun eigen leven. Voor leerlingen is dat niet anders! Ik denk dat het proces van loslaten ook precies is wat maakt dat kinderen kunnen ontwikkelen en exploreren waarbij het geven van vertrouwen (ruimte) niet geheel onbelangrijk is. De wetenschap dat de handpalmen van de leerkracht omhoog zijn geeft ook vertrouwen. Dan is het genieten van die 'acteurs' in je klas! Zij gaan op pad naar hun eigen doel op de maan. 

En ja, Antoinette, ik ben het met je eens; ..dan gaan ze vliegen! Dank voor dit mooie inzicht.

Tja, moeilijk gedrag..probleem van de ander lijkt me!

Zoals er vele vormen van moeilijk gedrag zijn, zijn er ook vele bronnen, variabelen en ervaringen van moeilijk ofwel lastig gedrag. In de triangulatie zijn er de ‘lastige’ leerlingen, diegene die het gedrag als lastig ervaren en de omgeving. Kijkend naar mensen met autisme is de ontwikkeling van hen soms moeilijk te onderzoeken omdat ze vaak niet een normaal ontwikkelingsverloop doormaken. Bekend is dat mensen met autisme anders ontwikkelen en/of andere (sensorische) waarnemingen hebben op het gebied van communicatie, verbeelding, sociale interacties (triade van Wing), executieve functies, centrale coherentie en theory of mind. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat leerlingen met autisme een andere manier van denken, leren, begrijpen, ervaren, vasthouden van informatie, vaardigheden organiseren, impulscontrole hebben en van strategieën wisselen. Kennis op het gebied van autisme is dus van groot belang!

Doorgaans wordt met probleemgedrag (ofwel challenging behaviour) gedrag bedoeld dat potentieel fysiek (en/of psychisch) schadelijk of storend is voor de persoon zelf en voor zijn omgeving óf gedrag dat participatie in de samenleving belemmert
. Dit brengt ander gedrag met zich mee  en er is een duidelijk onderscheid tussen het feitelijk waarneembaar gedrag, de onderliggende oorzaken en de interpretatie van de omgeving van het geheel. Moeilijk gedrag kan zijn oorsprong vinden in onderstimulering, overvraging, gebrek aan communicatie, gebrek aan veiligheid (dus zelfbescherming), onzekerheid, overprikkeling, stress en het lokt sneller reactie uit. Moeilijk gedrag is initiatief nemen/communicatie, is een oplossing voor problemen of is juist een signaal omdat er geen oplossing is. Het kan een ontsnapping/weg moeten van iets interessants zijn. Het is belangrijk je focus te verleggen naar de betekenis in plaats van het gedrag. De "ijsbergtheorie" van McClelland, zoals in Scheeren et al staat beschreven, is een essentiele ‘tool’ om gedrag proberen te begrijpen. Gedrag is als het topje van de ijsberg, het belangrijkste deel van de ijsberg is onzichtbaar en zo zijn ook de oorzaken van het gedrag bij mensen met autisme onzichtbaar. Dat wat daaronder aanwezig is zijn sterke behoeften. Grote vraag is dus: “wat is de functie van het gedrag?”. Dit ontstaat door het maken van een analyse, het op zoek gaan naar de sterke behoeften en datgene doen dat werkt en motiveert. Wat drijft een leerling echt, op welke manier ontwikkelt een kind zich het best en wat maakt dat een leerling bepaald gedrag laat zien? En wat zouden leerlingen zelf zeggen over moeilijk gedrag?

Dit kan bewerkstelligd worden door te
kijken, te observeren en te luisteren naar een leerling waardoor de leerkracht het perspectief van de leerling kan innemen. Echter “iemands individuele wijze van waarnemen vormt een integraal aspect van zijn persoonlijkheid en het volledig kennen van de een is van wezenlijk belang voor het volledig begrijpen van de ander”. Dus perspectief nemen lukt alleen als je daar zelf voor open staat, jezelf kent, afstand durft te nemen van je eigen normen en waarden, durft waar te nemen, te verwonderen, je open, eerlijk en nieuwsgierig bent en richting neemt om buiten gebaande paden te denken en te handelen. Vervolgens zal er een basis van vertrouwen en veiligheid dienen te zijn of te ontstaan. Pedagogisch tact gaat uit van interactie tussen de leerkracht en leerling vanuit relatie, competentie en autonomie en bouwt o.a. aan vertrouwen. Mocht er een situatie ontstaan, benader deze dan vanuit de ecologische visie en stem samen de situatie, oplossingen en afspraken (sociocratisch) af. Meerdink heeft na het interviewen van 5000 leerlingen geconstateerd dat een tiental factoren bijdragen aan het gevoel van veiligheid op school. Hij zet ‘de stem van de leerling’ centraal waardoor zij mede verantwoordelijk gemaakt worden voor de veiligheid binnen een schoolse setting.

En ook de (fysieke) omgeving speelt een rol bij het waarneembaar gedrag. Ervaringen kunnen anders zijn, dus het aanpassen van de fysieke omgeving heeft invloed op het leren, gedrag en productiviteit
. Het innemen van ruimte en toestaan van toenadering is belangrijk. Het kan een gevoel van onbehagen, woede of angst teweeg brengen wanneer persoonlijke ruimte wordt benaderd. Uit onderzoek van Kennedy et al. (2009) blijkt ook dat de amygdala een belangrijke rol speelt bij emotionele reacties op de nabijheid van andere mensen en sociale cognitie. Deze kliertjes in de hersenen fungeren als filter voor informatie. Bij mensen met autisme blijkt de amygdala afwijkend te functioneren en dat het grote verschil vooral ligt in de manier waarop mensen met autisme beslissingen nemen. Uit het onderzoek is verder vast komen te staan dat mensen met autisme een andere manier van invoelend vermogen kunnen hebben en dat zij extra gevoelig kunnen zijn voor signalen van gevaar en stress bij anderen.

Dit wetende is het toch ‘gewoon’ een kwestie van afstemmen?

“Het individu is wat hij is door wat hij bezit” - Bakker & Bakker-Radbau

“Het is belangrijk dat anderen beseffen dat er altijd een logische verklaring is voor het ogenschijnlijk zonderlinge gedrag van mensen met het Aspergersyndroom.” - Tony Attwood

Eindelijk #ruimte

Soms brengt nieuws je een koude rilling..

Eind 2007, en toch als de dag van gister, betrad een bijzondere jongen met skatetalent mijn lokaal. Sommige mensen hebben niets nodig om kleur te brengen..deze jongen was gewoon kleurrijk! 

De klas? Te klein voor al die kleuren. Tussen vier muren en een ‘halfpipe’ bouwen bleek geen gelukkige combinatie. 

Tijden? Wanneer het voor hem tijd was om te komen. Mindful, niet? Ja, je kon veel van hem leren, bijvoorbeeld ‘hoe zwem ik tegen de stroom in?’ 

De school? Zijn leer- en leefwereld was buiten! Hij was het perfecte voorbeeld van een jongen met een sterke eigen wil, te groot en krachtig voor het concept school! 

Hij koos zijn eigen weg. De wereld beplakte hem met van alles.. Nee! Hij was gewoon wie hij was! Uiteindelijk verliet hij mijn klas, precies zoals hij had voorspeld. Op weg naar zijn doel op de maan! Hij nam de ruimte die hij nodig had om te kunnen exploreren..

Ook nu heeft hij zijn eigen weg gekozen! Eindelijk ruimte... Ik zal je missen, Willem!

Woodstock van het onderwijs, EduShock Experience 2012

"Over een paar jaar denken wij terug aan 2012, het jaar dat de onderwijslente 
begon en dat wordt Edushock, Woodstock van het onderwijs!" - Marcel Kesselring

Waar het allemaal mee begon: een #onderwijsgekken-avond ergens eind november 2011 in Utrecht. Daar kwamen Harriët Kollen, Guido Crolla, Dirk de Boe, Lotte Rensen, Lex Hupe en ik bijeen in het Louis Hartlooper Complex.

Louis Hartlooper (1864 – 1922) was een explicateur en werd omschreven als een explicatie die een bioscoopvertoning, het doodse, maakte tot levende kunst! Onder de noemer ‘niets is toeval’ is in dit ‘complex’ het idee geboren voor een heuse Edushock Experience met het boek Edushock als basis voor het event. Van het witte papier naar een real-life experience waarbinnen ontdekken, ervaren, dromen en ontwerpen van het onderwijs van morgen centraal zou moeten staan. Zo werd er vertrokken vanuit de drie pilaren: ‘turn schools into lighthouses of education‘,‘move from close to open education’ en ‘from fixed to aflexible and personal curriculum.


7 maart 2012 was het dan eindelijk zover: Edushock Experience 2012! Een onconventioneel event voor onderwijsvernieuwers, onderwijzigers - leerkrachten, studenten, ouders, beleidmakers -, onderwijsgekken en iedereen die onderwijs een warm hart toedraagt. Op weg - en samen - naar - het onderwijs van morgen - vraaggestuurd onderwijs, passion based learning en het vormgeven van een open leeromgeving. Een omgeving die zich ook (of misschien wel juist) buiten de schoolmuren afspeelt.

At last, you are here because you know something. What you
know you can't explain, but you feel it.

Tweehonderd onderwijzigers sloten aan met als missie het onderwijs van binnenuit te veranderen. In de Vasim (Nijmegen) werden d.m.v. verschillende workshocks en talks vorm gegeven in TED-style naar verbinding gezocht en gevonden:

Na de introfilm kwam Vera Camilla als eerste keynote spreker ‘on stage’. Ze is een dropout die na - in het onderwijs een laatste kans te hebben gegeven op het MBO - uiteindelijk koos voor haar eigen school: de ‘Academie Van Het Leven’. Ze heeft een eigen beautyblog waar ze dagelijks tussen de negen en de twaalf uur mee bezig is en dat doet voor 13.000 unieke bezoekers per dag!! Haar toenmalige school stuurde haar weg na uitlatingen op haar blog. Wat is dat toch, scholen die minder goed tegen kritiek - van hun eigen studenten - kunnen!?

Direct na Vera betrad de 18-jarige Robert van Hoesel het podium. Robert vertelde dat hij eigenlijk op school had moeten zitten. Om toch een leerproces aan zijn talk te koppelen vroeg hij de aanwezigen hem feedback (of feedforward) te geven op zijn talk via twitter: @robertvhoesel. Titel van zijn talk was Edutopia, zijn droomonderwijs. Edutopia werkt met learningpoints in combinatie met een speciale learningpoint-app voor je smartphone. Je houdt precies bij op welke onderdelen je nog punten dient te halen. Je hebt eigen regie en bent zelf verantwoordelijk voor het behalen van je learningpoints. Op deze manier ontdek je waar je goed in bent en wat jouw kracht is.


Als laatste, voor de start van de workshocks, sprak Erica Aalsma over de Omgekeerde Leerweg, naar het gelijknamig boek “de Omgekeerde Leerweg een nieuw perspectief voor het beroepsonderwijs”. Door het leerproces om te keren en praktijk met de theorie te koppelen ontstaat er context voor leerlingen, de 'waarom' wordt functioneel. Ook kan precies worden afgestemd op de behoeften van de leerling. Zo komen de sterke kanten duidelijk naar voren! Door middel van het ruggengraatmodel worden werk- en leerprocessen verweven. De theorie wordt gekoppeld aan de praktijk en in de praktijk wordt de theorie gereflecteerd om reflecties weer toe te passen in de praktijk. Ben je klaar voor nieuwe theorie dan wordt deze vergaard om zo stap voor stap naar je diploma te werken.

De workshocks
Dirk de Boe had een kampvuursessie waar terug werd gegaan naar het biografisch verleden om nu op een creatieve wijze een plan te maken voor de toekomst. Guido Crolla kroop met een groepje belangstellenden in zijn creatie-ei waar men vol passie in gesprek ging. Lex Hupe vroeg zichzelf af en liet ook de aanwezigen zich afvragen ‘welk onderwijs wil ik eigenlijk?’. Er was slimmerkunde, sudbury, leraar worden en veel meer

Al rondstruinend tijdens de eerste sessie viel mijn oog op ‘My Machine. Een project waarbij jonge kinderen een droommachine verzinnen en tekenen, die studenten van de hoge school verder uit werken en ontwerpen om uiteindelijk gemaakt te worden door een technische opleiding. De kinderen blijven eigenaar van het idee, gaan in dialoog met de studenten en volgen het productieproces. Een prachtig voorbeeld van co-creatief en open onderwijs!

Na een ‘urban picnic’ was het de beurt aan de ingevlogen Erno Mijland die zijn universiteit, die van Middelbeers, nader kwam verklaren. Een universiteit waar een leven lang leren centraal staat, een individueel curriculum heeft en die geen open dagen kent maar alle dagen open is! Kijk, dat is nog eens een mooie filosofie! En, een universiteit met een duidelijke visie: leren ‘any time, any place’, ‘blended learning’ en dat volgens een sociaal-constructivistische leertheorie.

Voor de tweede ronde workshocks sprak Sandra van Kolfschoten over de wens van ‘lokpaarden’ in het onderwijs. Ze startte haar TEDtalk met een film over de paarden die in november 2006 in het Friese plaatsje Marrum vast kwamen te staan op een eiland omringd door stijgend water. Vier ruiters op lokpaarden zorgden er voor dat de andere paarden het lef kregen en vertrouwen hadden doordat uiteindelijk de gehele groep in beweging kwam. Een sterke metafoor die volgens Sandra gelijk staat aan de noodzaak naar ‘lokpaarden’ in het onderwijs. Het onderwijs is een karikatuur van zichzelf geworden en Sandra benoemt dat het onderwijs weer gezien dient te worden als levenstijd. Het start bij weten hoe je deuren opent, mensen van waakvlam naar het interne vuur laat bewegen en daardoor een ongekende energie vrijmaakt. Concrete tips, 'lessen in lokpaardschap':
  1. Word wakker
  2. Omarm een concept dat taal en betekenis geeft aan waar jij voor staat. Liefst meerdere. Dompel je onder. Laatje mee varen en voeren
  3. Werk en leer samen met je leermeesters en inspiratoren
  4. Laat je inspireren door wat je (nog) niet begrijpt
  5. Werk als een dolle aan je eigen meesterschap. Lees alles, weet alles. Blijf leren. Ken iedereen. Het idee van op een paard gaan zitten, is niet genoeg. Je moet ook goed kunnen rijden
  6. Zoek partners op dezelfde essentie en waar je mee op vakantie zou willen en kunnen
  7. Heb het Lef dingen te doen die je nog nooit hebt gedaan en zeg en zorg dat het goed komt. Wees onverschrokken naïef
  8. Maak formeel informeel, congressen, opdrachten, plannen van aanpak, verslagen, ontmoetingen
  9. Maak je Levens Werkdag zo mooi mogelijk. Begrijp dat mooi werk ook automatisch goed werk is. Wees waarachtig en laat je raken. Verwar werk met vriendschap en leven. Maak van je werk je leven. Besef dat het levenstijd is die je opmaakt.
  10. Hou de dingen kleinschalig, geheim en ondergronds. Niet voor iedereen. Zeker nooit verplicht. Maak iets zo tot object van begeerte
  11. Gebruik nieuwe, consistente taal.
  12. Weet wat je weglaat. Ken de gangbare modellen en concepten en vervang deze door lichtvoetige versies.
  13. Laat je niet vangen. Hoor overal bij en nergens. Beweeg in verschillende groepen en verbind deze.
  14. Raak jezelf niet kwijt. Blijf staan voor je zaak. Kies voor de consequenties van je overtuiging. Als je vrijgevig wilt zijn, geef je de meeste rondjes 
  15. Geef andere meesters ruimte, podium en licht
  16. Doe maar wat. En doe dat toevallig heel goed
  17. Buig de regels naar je eigen hand. Of ontduik ze. Of ontregel ze
  18. Laat je irritatie de bron zijn van iets nieuws en schoons
  19. Geniet ervan maar niet te lang. Blijf nieuwsgierig naar wat nog ontdekt kan worden. Omring je met lokpaarden die jou verleiden van je eigen eiland af te komen
  20. Geloof vooral niet wat ik te zeggen heb. Maar onderzoek wat het voor jou betekent om lokpaard te zijn. Hanteer daarbij het principe van vooruit leven en achteruit leren. Naai het genie er achteraf in. Ontdek je eigen meesterschap. En doe dat beter dan ik. Bijvoorbeeld in 5 lessen...

De tweede workshockronde gaf ik zelf een workshock. Van de andere workshocks deze ronde heb ik helaas niets mee gekregen.

Onderwijs vernieuwen en veranderen in een tijd waarin anders gedacht wordt maakt dat we niet voorbij mogen gaan aan de stem van de leerling. Via ‘perspectief nemen’ naar ‘aansluiten bij de leerling’ om uiteindelijk te werken naar ‘het doel op de maan’. Vanuit vertrouwen en veiligheid, zonder (voor)oordelen en door open te staan/te verwonderen ontstaat er een klimaat waarin je met iedereen het onmogelijke bereikt! Dat was in een notendop mijn shock

Door middel van verschillende praktijkvoorbeelden heb ik het o.a. gehad over dat (moeilijk) gedrag communicatie is, dat niets is wat het lijkt en dat je als leerkracht eigenlijk gewoon een OEN moet zijn; Open, Eerlijk en Nieuwsgierig!

Voor deze workshock was Teun, een oud-leerling van mij, meegekomen om zijn stem te laten horen. Teun is een jongen die nu op school zit voor voorgezet speciaal onderwijs maar ook daar mee gaat stoppen omdat er niet een juiste (leer)omgeving gecreëerd kan worden...!? Wat heeft hij nodig? Dat verklaarde hij in een sterke dialoog met de aanwezigen.

Als laatste TED-spreker betrad Christian Boer het podium. Tijdens de kunstacademie heeft Christian een lettertype ontwikkeld voor mensen met dyslexie. Het lettertype zorgt ervoor dat teksten rustiger gelezen kunnen worden. Het begon allemaal met de ‘zwevende’ letters b, d, p, q die hij aan de onderkant van de bolling heeft ‘verzwaard’. Uiteindelijk heeft hij het gehele alfabet en de afstand tussen de letters zo aangepast. Na testen met mensen met dyslexie, kwam hij erachter at het werkte! En wat nu als boeken, de CITO, de WISC en ga zo maar door, in dit lettertype verkrijgbaar zouden zijn? Wat zou dit teweeg brengen in onderwijsland!?

En met de laatste spreker kwam - na een mooie dag - Edushock Experience ten einde. Het zal het einde van het begin van een golf nieuwe onderwijs initiatieven zijn, dat was duidelijk voelbaar. Edushock zal niet een evenement zijn dat stil blijft staan, het gaat door!

De eerste onderwijzigers waren getuigen van het begin van een onderwijslente, een nieuwe frisse wind! Wordt vervolgd!