...aan de keukentafel

Daar zat ik dan, afgelopen vrijdag aan de keukentafel bij Edith. Een regenachtige namiddag maar genoeg energie en inspiratie. Ook Karin en Rhea waren van de ‘partij’. Het begon allemaal een week eerder met het oplossen van een ‘mysterie’. Karin wist dit natuurlijk allang en er ontstond een gesprek over ‘ruimte maken’, idealen en dromen. Edith en Rhea haakte in en voor dat we het wisten waren we tot de kern, een gezamenlijk thema! “Ruimte maken in hoofd en hart terwijl je wel alles goed blijft doen blijft een stikmooie uitdaging” (van Montfort, 2013). Binnen no time stond er een afspraak en zo geschiedde.

De centrale vraag van de middag was: “Waar ga je maandag 27 mei mee stoppen?” Een vraag waar ik een goede week over na heb gedacht. Er is zoveel waarmee ik zou willen stoppen (ofwel zoveel waar ik aan zou willen beginnen)! ‘Op (onderzoek)!’ ligt in het verlengde van waar ik mee stop. Mijn ideaal om het onderwijs mooier te maken voor de hele school laat ik even links liggen. Ik ga nu het advies dat Peter te Riele ooit gaf eens ter harte nemen. Ik heb jaren naast mijn reguliere taken geprobeerd om opbouwend kritisch te zijn ten opzichte van het beleid binnen de school/organisatie. Zo heb ik al jaren de vraag om inzage in het financieel verslag. Waarom? Lees ‘I take the road less travelled… #1’, daarom! En naast wat daar staat beschreven zijn er nog genoeg redenen te geven (alle redenen hebben overigens te maken met of hebben invloed op de leerlingen overigens). Conclusie: het heeft geen zin! Via de reguliere weg lijken bepaalde lagen onbereikbaar. En dit is wat ik vanaf morgen niet meer ga doen, me druk maken om beleid en financiën. Geeft tijd en ruimte om te kleuren!

Dat gaat een hoop fRUSTratie schel(GEV)EN...


Op (onder)zoek!

Het startte allemaal na de zomer van 2006, mijn diploma van de PABO was eindelijk binnen. Ik had wat meer tijd genomen om mijn studie af te ronden. Waarom? Omdat ik altijd het gevoel had dat de schoen ergens wrong. Om na te denken over de ontwikkeling van mezelf, over onderwijs, over opvoeding en specifiek die van mensenkinderen die als ‘anders’ te boek staan. Een intrigerende mix waar vele meningen en visies elkaar ontmoeten. Ik miste de verbinding tussen visies, een bovenliggend paradigma, de samenwerking tussen scholen en (naar wat ik later een woord kon geven, dankzij een inspirerende ‘master’) het principe ‘apprenticeship’!

Voor de lerarenopleiding heb ik een jaar gewerkt bij zeer moeilijk lerende kinderen en daar is mijn ‘liefde’ voor leerlingen die anders leren gegroeid. Bij hen, en bij welk kind niet trouwens, is het aangaan van de relatie van groot belang! Op de lerarenopleiding werd er naar mijn mening veel te weinig aandacht besteed aan leerlingen die (zeer) moeilijk leren. Met een aantal docenten en medestudenten kon ik daar overigens wel over ‘sparren’, over speciaal onderwijs, andere onderwijsvormen, wat dit nu precies inhoudt voor elke individuele leerling, de omgeving en wat daar voor nodig zou zijn om leerlingen verder te brengen in de samenleving. Andere perspectieven hebben mij altijd getrokken, omdat in mijn beleving gestandaardiseerd onderwijs niet bestaat. Iedere dag, iedere leerling en iedere leerkracht is anders. Het is constant balanceren tussen ‘dat wat moet’ en ‘dat wat de leerling echt nodig heeft’.

Mijn diploma binnen en dus solliciteren. Vele brieven de deur uit in Brabant en beet, een VSO school in ’s-Hertogenbosch. Het gesprek was goed, ik had er een goed gevoel bij, het was de doelgroep waarvoor ik me graag voor wilde inzetten. In januari 2007 startte ik met een eigen groep. In een half lokaal zat ik met vijf leerlingen en een diversiteit aan ‘zijn’ en specifieke noden. Niets was op orde en ik moest van ‘scratch’ af aan bouwen om de klas te vullen met materialen en uitdagende activiteiten. Al snel had ik door dat de erfenis van het vroegere speciaal onderwijs (dagbesteding en ‘de bank en het dartbord in de klas’) plaats diende te maken voor resultaten en opbrengsten. Een slag die overigens, door verschillende variabelen, nog steeds niet gedegen uit de verf komt. Met een aantal collega’s hebben we de eerste vertaalslag gemaakt om de organisatie in de school voor de leerlingen te verbeteren. Wat voor mij de eerste anderhalf jaar duidelijk werd, mede dankzij de vele gesprekken met leerlingen en collega’s, was dat het samenvoegen van leerlingen ‘die graag willen leren maar niet weten hoe’ en de ‘ik ga niet leren, waarom zou ik, waar heb ik het überhaupt voor nodig’-leerlingen geen perfecte ‘match’ was. We hebben twee stromingen gerealiseerd, aan veiligheid en vertrouwen gewerkt en daarna ons toegelegd op de volgende missie: reguliere examens! De school werkte met IVIO, echter was er in de omgeving van ’s-Hertogenbosch op een enkeling na geen examen-/toelatingscommissie van het MBO die ervan gehoord had. En daarbij, ook deze leerlingen hebben ‘gewoon’ recht op staatsexamens! Nadat dit stond en mijn derdejaars leerlingen in de startblokken stonden om aan hun eerste examens te beginnen heb ik samen met een collega voorgesteld om vakoverstijgend te gaan werken, je als leerkracht vakbekwaam te maken en a.d.h.v. doelen methodes aan te passen op de cognitieve stijl van deze groep leerlingen. Die stap was blijkbaar een brug te ver en zorgde voor een zeer verassende wending. Na dit voorstel kwam de focus op persoonsbehoud te liggen. Mijn visie op onderwijs leek zich te verplaatsen naar mensvisie. Al jaren (en nog steeds) werkte ik met een piercing door mijn lip. Ineens moest die uit of ik “moest maar een school zoeken waar dit wel mocht..”!? Hoe motivatie en passie om het best mogelijk onderwijs te realiseren ineens heel persoonlijk kan worden, bijzonder. Als gevoelsmens was ik niet opgewassen tegen het ‘regeltjesgeweld’ en de wijze van benadering. Na ruim drie jaar bleek mijn huid niet dik genoeg en ben ik op zoek gegaan naar een school waar de menselijke maat wel hoog in het vaandel stond.

Een kleine SO-school in Breda moest de uitkomst worden. In het gesprek leek het gras groener, want (zo werd gezegd) alleen op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling zou nog een slag gemaakt moeten worden. Nou, perfect, dat was juist waar ik in ’s-Hertogenbosch op had ingezet. Niets bleek minder waar en na een maand besefte ik (en werd gelukkig ook bevestigd) dat ze ‘gewoon’ iemand nodig hadden en dat het verhaal tijdens het gesprek vele malen mooier was gemaakt dan de werkelijkheid liet aftekenen. Liegen kun je dat ook wel noemen… Er moesten wel meerdere slagen gemaakt worden... Ok, ‘daar gaan we weer’, schouders eronder en in combinatie met een studie ‘Autismespecialisme’ voor de boeg zouden er veel veranderingen voor de leerlingen op komst zijn…dacht ik…hoopte ik… Een deceptie bleek achteraf. Van ‘boven’ werden lijnen uitgezet en naar de vloer werd minimaal geluisterd. Ook het team waar men zich zeer onveilig voelde en waar zelfs een psycholoog aan te pas diende te komen, kon niet voorkomen dat velen de school weer verlieten. ‘Proberen te bouwen op beton dat niet hard wordt’ heb ik het beleid op deze school altijd genoemd. Zelfs een ‘motie van wantrouwen’ werd achteraf door de overige initiators niet ondertekend. Met “…maar we hadden een biertje op…” werd het afgedaan. Van transparantie was vanaf het sollicitatiegesprek weinig te merken. De druppel was toen mijn toenmalige integraal directeur mij op het matje riep en na een situatie (eenzijdig conflict) en zonder alle partijen te horen mij als ‘betweter’, ‘negatieveling’ en ‘roddelaar’ wegzette. De grens was bereikt. Mij werd langzaam duidelijk hoe ‘het spel’ gespeeld werd en dat deze gesprekken er dus voor zorgen dat mensen bang zijn en klein gehouden worden. Later heb ik nog wel een gesprek aangevraagd. Insteek was een vraag die me bezig hield; of zijn beeld van mij (het door hem benoemde ‘laisser faire’ aanpak en ‘experimenteren’) van invloed zou kunnen zijn als hij met deze ‘bril’ mij be(/voor)oordeelt? “Dat zou best eens kunnen!” was daarop het antwoord. Eerlijk van hem en voor mij een positieve afsluiting van een relatief korte samenwerking.

Ruim een jaar geleden startte ik op mijn huidige school. Met een gedreven locatieleider had ik alle vertrouwen dat ik met mijn kwaliteiten en mogelijkheden zou kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de leerlingen en de school. En ja, van haar heb ik mogen aanpassen voor en (onder)bouwen (van/)aan beter onderwijs en het motiveren en empoweren van leerlingen! Het eerste half jaar was top. Een klas waarin mijn geliefde ‘apprenticeship’ bewaarheid werd. Ik voelde me als een vis in het water en had zin om vol het nieuwe jaar gaan. Een nieuwe, frisse groep. Maar het liep anders. Voor het eerst sinds vier jaar kreeg ik weer een gemixte groep, een groep waarin de noden zo ver uiteen liepen dat van ‘binding’ nooit sprake is geweest, laat staan ‘bridging’. Ja, individuen verder brengen is me gelukt, echter groeit het besef dat op ‘deze wijze’ het speciaal onderwijs in stand gehouden wordt. En natuurlijk ging ik er voor de volle 100% in, maar in december werd ik verkouden (dat ik niet vaak ben) en dat hield aan tot eind januari. Tussendoor werkte ik ‘gewoon’, maar na een beginnende longontsteking en anderhalve week op bed te hebben gelegen is er een periode aangebroken van nadenken en ‘finetunen’ van gedachten, mijn visie op dit type (speciaal) onderwijs en het echt benutten van mijn kwaliteiten. Het voelde als het eerste half jaar van mijn ‘korte’ loopbaan. Ik werd terug in de tijd gesmeten en het turbulente jaar koste me veel energie.

Tijd voor bezinning! De afgelopen weken/maanden heb ik veel nagedacht over wat ik wilde. Ik mis het onderzoeken en de tijd om hier aan te werken. Er zijn veel thema’s die me bezighouden, waaronder diversiteit, ‘bonding and bridging’ op micro- en macroniveau en de verbinding en transitie van speciaal en(/naar) regulier onderwijs. Maar ook de inzet van nieuwe media/vormen binnen onderwijs. Ik weet ook dat er al zoveel mooie dingen gedaan worden in het onderwijs en ik wil ook dit onderzoeken en eventueel uitzetten in mijn praktijk. Mijn huidige context is zeer complex (klassen met 13 leerlingen (vroeger 9!), problematiek en niveau gemixt in één groep, één groepsleerkracht geeft alle (!!) vakken, volgt de leerling ook sociaal-emotioneel, onderhoudt oudercontacten, schrijft verslagen (ongoing proces) op basis van gedegen observaties). Om mijn onderwijspraktijk te verrijken wil ik graag vooruit. Ik wil op zoek en schrijven over mijn dagelijkse praktijk, good practices delen en bouwen aan goed onderwijs. Binnen mijn eigen werkcontext is hier te weinig ruimte voor. Ik heb het idee dat er ook niet echt geluisterd wordt en dat beperkt mijn gevoel van autonomie en remt mij op een onnatuurlijke wijze. Dat maakt dat ik deze ruimte ga pakken door een dag ontslag te nemen om ideeën/vraagstukken uit te werken, om te onderzoeken en om het onderwijs in mijn klas, voor mijn leerlingen en vele andere leerlingen die anders leren en/of thuiszitten te verbeteren!

Here I go, plons!

Latorrr! En daar ging ze, door de mist...

Hoe vermist waarschijnlijk ingeleid werd door het gemis aan veiligheid, vertrouwen, gevoel van eigen regie en vrijheid dat uiteindelijk heeft aangezet tot haar vertrek.... Samen met een groepsgenoot liep zij rond middernacht weg. Op avontuur? Op zoek naar beter? Het is en blijft natuurlijk (nog) speculeren wat haar dreef om te weg gaan. Tussen de eerste reacties van mensen die haar 'kennen' vind ik een "...niet heel verbazingwekkend.." Klopt! Ze is, wat heet, een 'probleemleerling'. Naast een beschrijving van uiterlijke kenmerken en spullen die ze bij zich heeft, hangen er ook een hoop labels aan haar. Dat laatste schrijven ze er natuurlijk niet bij. Daaraan is ze moeilijk(er) te herkennen en toch moet ze onderwijs volgen op een 'speciale' school.

Veiligheid
Wat maakt dat haar gedrag als 'probleem' gezien wordt? Ooit vertelde ze dat zij zich allesbehalve veilig voelt op school. Haar hoofdreden: het niet begrijpen van en adequaat kunnen communiceren met anderen in haar omgeving. Ja, het is fijn dat er voor leerlingen die niet meer welkom zijn in het regulier onderwijs een 'speciale' school is. Echter is het op tien vingers na te tellen wat een opeenhoping van leerlingen die niet in het reguliere systeem passen bij elkaar teweeg kan brengen. Wanneer het al lastig is om een antwoord te vinden op de vraag 'Wie ben ik?' (als adolescent al helemaal en nog even los van schoolse vaardigheden en kennis, waar overigens wel (de na)druk (op) ligt), dan is de 'hoe verhoud ik me tot mijn omgeving'-vraag verder weg dan ooit... En als een veilige omgeving moeilijk gecreërd kan worden, juist omdat de groepsleerkracht probeert de sociaal-emotionele ontwikkeling zo snel mogelijk samen te brengen met kennis (want om het laatste draait het), vallen ook binnen het speciaal onderwijs leerlingen buiten de boot! Er is(/wordt) veel te weinig tijd en ruimte (genomen) om de omgeving echt aan te passen aan dat wat een leerling nodig heeft. En dus stromen ook leerlingen vanuit het cluster4 onderwijs uit naar gesloten settingen. Nee, als dat op me zou staan te wachten zou ik ook "Latorrr!" zeggen...wat zou jij doen?

Daar zat zij op een dag, in de achtervang (een time-out/strafklas) en vulde een herstelformulier in. Het probleem voor haar was dat zij het gevoel had dat haar leerkracht niet naar haar luisterde. Zij schreef dat totaal anders op waardoor bij het punt 'mogelijke oplossingen' alleen maar iets kwam te staan wat de ander diende te veranderen. Ik sprak haar hier op aan en merkte direct dat zij zich niet veilig en vertrouwd voelde om gelijkwaardig het gesprek (met haar leerkracht) aan te gaan. Met een metafoor, humor en wat vragen stuurde ik haar vol verwarring terug met als doel echt na te denken over een constructieve oplossing. Na drie vragenrondes (bij sommige duurt het weken, zelfs maanden!) kwam ze tot inzicht en zelf in beweging, winst dus! Het gesprek verliep goed. Ze zat duidelijk in een andere mindset en voelde zich veilig/sterk genoeg om het gesprek aan te gaan. Ze gaf later terug gehoord te zijn geweest!

Vertrouwen
Wat heeft deze 'avonturier' dan nodig? Naar eigen zeggen mist ze het vertrouwen in en van haar omgeving. 'Onze' opdracht zou dus moeten zijn: haar het vertrouwen geven en leren vertrouwen te hebben! Maar vertrouwen geven betekent ook dat de ander op wie we rekenen de positieve verwachting nog niet (vaak vanuit 'ons' eigen perspectief, aanname en oordeel) waar kan maken. Vertrouwen is leren en ervaren, op je bek (mogen) gaan en vanuit een gevoel van veiligheid en in relatie met de ander mogen groeien. De taak voor de leerkracht is om te luisteren, de ander serieus te nemen en het geloof te hebben dat een kind/leerling blijft exploreren, vragen, verwonderen en ontwikkelen. Wanneer het niet toekomt aan leren is het tijd om ruimte te geven en een leerling succeservaringen op te laten doen, te laten ervaren dat het er mag zijn. Ontkoppelen (van 'uit het lokaal zetten/sturen' tot het 'niet gelijkwaardig bejegenen') werkt averechts en juist daarom is een ecologische visie zo gewenst; zonder (voor)oordelen, door open te staan en te verwonderen, te kijken met je hart, luisteren en af te stemmen samen te gaan doen; op zoek te gaan naar wat nodig is om samen verder te komen, vanuit respect voor elkaars perspectief!

Laatst werd ze teruggestuurd naar school. Ze wilde niet meelopen met de groep naar de andere locatie voor een praktijkvak. Op school vertelde ze dat zij zich schaamde voor de rest van de klas. Dit zegt natuurlijk alles over haar zelfbeeld, zo onzeker als ze is. Ook gaf ze aan dat niemand vertrouwen in haar had en ik kon opmaken uit haar woorden en intonatie dat dit haar zeer deed. Zou de vraag om 'hoe?' haar murw hebben gemaakt om nog iemand te vertrouwen? En ze voegde er aan toe dat ze echt wel alleen kon lopen, veilig zou aankomen en goed mee zou kunnen doen tijdens de les. Ik wilde haar wegsturen, zodat ze mij kon laten zien dat ze te vertrouwen was en te laten ervaren dat ik alle vertrouwen in haar had. De locatieleider dacht daar anders over, alleen lopen was niet volgends de regels... De teleurstelling in haar gezicht was verscheurend om te zien en weer liep ze een deuk op! Ze baalde, "..zie je wel dat niemand mij vertrouwt!?" Ze had gelijk! Uitzonderingen op regels dienen gemaakt te worden voor uitzonderlijke leerlingen! En ook ik zat met een k#tgevoel! Ik had haar moeten laten gaan en zelf de klappen moeten opvangen... Latorrr, weg vertrouwen!

Eigen regie en vrijheid
Laten we niet vergeten dat dit kind, dit mens, uit eigen beweging is weggegaan. Zij heeft eigen regie gepakt over en voor haar vrijheid. Natuurlijk kun je dan zeggen 'vreselijk'. Je kunt je ook afvragen wat zij heeft doen bewegen om weg te lopen. Daar liggen de antwoorden en aanknopingspunten om samen te bouwen. Korczak schreef ooit: 'ieder kind heeft recht op zijn eigen dood'. Hij vervolgde met 'Uit angst dat de dood het kind uit ons leven wegrukt, ontnemen wij het kind het recht om te leven'. Ja, natuurlijk kan of is het misschien wel zo dat de jonge avonturier hulp nodig heeft, echter zal zij degene zijn die zal aangeven welke en bewegen in de richting van de hulp die bij haar past. Het gaat hierbij om volgen! Haar (of welk kind dan ook) in een doos stoppen en met gaffer dichttapen ontneemt haar naast alle vrijheid en vertrouwen dus ook het gevoel van veiligheid om te groeien als mens. Om te mogen laten zien wie je nu werkelijk echt bent! Ze pakt nu haar vrijheid om te laten zien waartoe zij zelf in staat is. Dat ze ook om kan gaan met 'gevaren', als die er al zijn. Dat ze verder is dan 'wij' als volwassenen denken. En is ze dat niet dan zullen wij moeten vertrouwen op dat zij snel weer terug is. En natuurlijk hoop ik dat ze veilig is en besef tevens dat dit mijn gedachte en wens is. En het gaat niet om mij, het gaat om de noden van deze jonge dame!

Kwaliteit van leven en onderwijs
Als veiligheid, vertrouwen, gevoel van eigen regie en/of vrijheid ontbreken, wat zegt dit dan over de kwaliteit van een leven? Hoeveel regie en verantwoordelijkheid mogen 'wij' als ouders, hulpverlener of leerkracht (over)nemen? Zijn de voorgaande begrippen als kaarten in een kaartenhuis? Kun je het ei ook kapot knijpen door angst en/of te veel of 'verkeerde' zorg? Kan iemand als los zand, mede omdat het het nooit geleerd/ervaren heeft hoe, door je vingers glippen? Vorig jaar bracht ik een oud leerling naar zijn laatste rustplaats. In zijn laatste brief schreef hij altijd het gevoel te hebben gehad niet welkom te zijn. Wat maakt dat een kind wegloopt? Zoek je naar veiligheid? Geborgenheid, zoals ieder zoogdier dat leeft dat nodig heeft? Is het een gemis aan vertrouwen? Zoek je respect, gelijkwaardigheid? Een luisterend oor misschien? Zoek je naar ruimte of iemand die je leert om te gaan met vrijheid en verantwoordelijkheid? Een plek waar je welkom bent en/of jezelf welkom voelt? Is het niet de taak van een school, ofwel het onderwijs, om leerlingen verder te brengen in hun ontwikkeling, talenten en dromen? Is het niet 'onze' taak om een rolmodel te zijn, ook en misschien wel juist voor leerlingen die (nu nog) niet passen in het reguliere systeem? 
Wat is de droom van deze avonturier? Ik weet het niet! En die onwetendheid steekt mij omdat het mijn professie is leerlingen te kennen. Ik ken haar niet en dat wetende blijven er eigenlijk alleen een hoop vragen over. Geen mening, oordeel of gevoel van 'wat erg'. Eerder een gevoel van jaloezie. Zij heeft het lef om te vertrekken... Die jonge dame uit Iran, die ergens voor staat, zien we als een heldin. Deze jonge avonturier zoekt waarschijnlijk haar eigen heldin, in zichzelf. Iemand die een hand naar haar uit steekt, trots is!

Haar vertrek deed me denken aan het verhaal van Melani Burnett tijdens TEDxAmsterdamED een jaar geleden. Haar grootste boodschap en metafoor was dat wanneer alle deuren gesloten lijken te zijn, er altijd open ramen zijn! Ik zie deze jonge avonturier verdwijnen door het raam, de donkere nacht in. Ik heb er alle vertrouwen dat zij de juiste keuzes maakt en genoeg leert van deze zelf ondernomen reis. 

Wanneer de mist is opgetrokken zal ver niet zo ver meer zijn...latorrr en tot snel!


Visuele notulen van Festival Of Solutions

Waarom thuis zitten als je op school welkom bent?!

Probleemleerling als risicofactor”, zo kopt het Reformatorisch Dagblad vandaag! Een bijzondere kop, daar waar leerlingen gezien blijven worden als ‘probleem’... Verder in het artikel wordt zelfs nog eens de denigrerende uitspraak van die politicus herhaald. Blijkbaar had de schrijfster even een blind ‘vlekje’. 

Laten we stoppen met stigma’s in leven houden… Waar het om gaat is namelijk veel belangrijker: leerlingen die thuis zitten omdat zij en hun ouders geen plek vinden in het onderwijs, iets waar zij wel RECHT op hebben! Om dan eenzijdig naar de leerling te wijzen is veel te kort door de bocht.

In mijn vorige blog doe ik een voorstel om scholen voor regulier en speciaal onderwijs samen te brengen onder één dak. Vanuit de visie 'gebruik maken van elkaars kwaliteiten' zou je mogen stellen dat er binnen het speciaal onderwijs specialisten werken die weten hoe te werken met leerlingen die andere onderwijs leer-/zorgbehoeften en vragen.

Er wordt op de weg naar ‘passend’ onderwijs - die al sinds 2004 is ingezet - veel te weinig gebruik gemaakt van elkaars expertise. En ondanks - leg dit in het buitenland eens uit - dat ‘we’ speciaal (basis)onderwijs hebben, blijft het natuurlijk nog steeds verwonderlijk dat er ongeveer 16.000 ‘onderwijswezen’ zowel kort- als langdurig thuis zitten.

We hebben toch speciaal onderwijs in het leven geroepen om… Ach, laat ook maar!
Op zoek gaan naar oplossingen biedt wellicht meer perspectief…

Samenwerken en op (onder)zoek! In het stuk dat vandaag verscheen benoemt Katinka Slump ‘schaalvergroting’ en de ‘professionalisering van de schoolbesturen’ als belangrijke oorzaken voor de toename van het aantal thuiszitters.

Zelf ben ik werkzaam binnen een stichting voor speciaal onderwijs en is de schaalvergroting - mede door een fusie - duidelijk voelbaar! Inzoomen op de noden en behoeften van individuele leerlingen wordt mij als leerkracht steeds moeilijker gemaakt. Door verschillende (achterhaalde) protocollen en nauwe kaders wordt ook in het (voortgezet) speciaal onderwijs van mij als leerkracht verwacht dat na vier jaar een leerling met dezelfde bagage als in het regulier onderwijs wordt afgeleverd! Dit schijnt opgedragen te zijn door de inspectie, zo zegt men!? Het doel: hetzelfde uitstroomperspectief als reguliere leerlingen. 

De voorwaarden die daar voor nodig zijn worden minimaal geschapen. Faciliteren is een vies woord. Dus ook in het speciaal onderwijs is de druk voor leerkrachten en leerlingen zeer hoog! Dat kan een verklaring zijn dat er zelfs leerlingen uit het cluster4 onderwijs thuis komen te zitten en/of doorstomen naar interne opname...

Volgens mij zou de visie in het speciaal onderwijs dienen te zijn dat er gekeken en gewerkt wordt naar wat van belang is voor de leerling, op zowel pedagogisch als didactisch vlak. Dit om vervolgens - waar nodig - de (directe/familie-/leef-)omgeving aan te passen! Dit om het aanleren van vaardigheden te vergemakkelijken, waardoor moeilijkheden overwonnen kunnen worden. Vervolgens kan gezorgd worden dat de transitie naar het regulier onderwijs, ook wel bonding and bridging genoemd, plaats kan vinden! Speciaal onderwijs zou een tijdelijke pitstop - stilstaan, kijken wat nodig is, nieuwe brandstof en GO! - dienen te zijn!

Het grote geheel ingezoomd Met ‘professionalisering van de schoolbesturen’ doelt Slump op het feit dat er steeds meer professionals zonder onderwijsachtergrond in besturen plaatsnemen. Daar zou je aan toe kunnen voegen dat prioriteiten en doelen van bestuurders anders (kunnen) liggen dan die van de leerkracht op de vloer. Dat is al merkbaar wanneer je een inhoudelijk gesprek voert met de laag/lagen tussen de leerkracht en het bestuur. Het gaat niet meer over de leerling en diens specifieke en individuele onderwijsbehoefte(n), maar om (opbrengstgerichte) doelen die gerealiseerd dienen te worden.

Wanneer je als leerkracht ziet dat in de dagelijkse praktijk aanpassingen nodig zijn, dient dit inhoudelijk via verschillende kanalen onderbouwd te worden. De leerkracht wordt op deze wijze in mindere mate als professional gezien, opgezadeld met onnodig veel werk en niet de ruimte geboden om ‘good practices’ te delen. Het gaat ten koste van de ontwikkeling van leerlingen! Leerkrachten voelen zich niet gehoord en de ruimte om bij/met leerlingen echt ‘onder de ijsberg’ te gaan en te investeren in de totale ontwikkeling van deze leerlingen komt in het gedrang.

De oplossing is dus simpel: een heldere visie en missie voorleven, praktisch uitvoeren met de noden van leerlingen met speciale/andere onderwijsbehoeften voorop! De vakinhoudelijke kennis volgt! En wie kan dit beter organiseren dan de professional ‘op de werkvloer’? Zij werken dagelijks met de leerlingen. En ja, een wetswijziging is zeker een belangrijke stap en biedt kansen voor veel leerlingen, want zoals Slump stelt: “…het gevolg is dat nieuwe wetten nu alleen getoetst worden aan de vrijheid van onderwijs, een recht dat wel in de Grondwet staat. Of het recht op onderwijs in het geding is, wordt onvoldoende onderzocht.” 

Er ligt dus een grote verantwoordelijk bij leerkrachten zelf. Deze dient ook genomen te worden! Beleid dat zonder enig overleg top-down wordt opgelegd maakt mensen juist lui en onverantwoordelijk. Dat leidt tot nog meer willen toetsen en controleren! 

Het is juist de leerkracht die het verschil maakt, een open deur lijkt me. Het is dan ook aan leerkrachten om duidelijke grenzen te stellen en beleid mee te ontwikkelen, met oog voor de leerling en eigen professionaliteit. En ja, soms is het nodig om burgerlijk ongehoorzaam te zijn!

En dan natuurlijk de belangrijke vraag: is iedere leerkracht toegerust op leerlingen met andere onderwijs-/zorgbehoeften? Op twitter volgt een dialoog met Hannes Minkema waarin hij aangeeft niet het gevoel te hebben bij machte te zijn om zijn onderwijs echt passend te maken. Zelfs vanuit mijn context een herkenbaar gevoel! Als hoofdzaak noemt hij tijdgebrek, te volle klassen en veel lesuren waardoor er weinig tijd per leerling overblijft voor aandacht en differentiatie. Ook zegt Minkema dat het aantal leerlingen toeneemt waarbij ouders individuele aandacht, begeleiding en traject-op-maat verwachten. En natuurlijk heeft hij gelijk dat het een te grote verantwoordelijkheid is voor een leerkracht om het alleen te doen.

Daarom pleit ik voor gedeelde verantwoordelijkheid, het nemen van autonomie, kennis delen als eerste stap en SAMEN met leerlingen, ouders, leerkrachten én bestuurders de verbinding maken om samen te bouwen aan goed onderwijs!

Minkema stelt voor om in de provincie Drenthe proef te draaien met ‘passend’ onderwijs. Een goed idee, een pilot, kinderziektes eruit en door... Graag zou ik een berekening willen zien van alle onderwijsuitgaven en scholen/klassendeler/zorgleerlingen/thuiszitters nu en daar tegenover een berekening van alle onderwijsgelden bij elkaar, het speciaal onderwijs opheffen en een concept neerzetten waar zowel vrijheid als recht op onderwijs een plek vinden binnen scholen.
Ontstaan er dan niet automatisch kleinere klassen?
Kan er dan niet extra begeleiding per school 'ingekocht' worden? 

En daarbij, je creëert automatisch een andere mindset. Dit omdat alleen een SAMENleving als geheel dit kan dragen. En natuurlijk betekent dit een hoop praktische ‘bezwaren’, bijvoorbeeld dat er schoolgebouwen zijn die niet toegerust zijn op het leerproces maar op klassen van max. 32 leerlingen. Of dat lesuren anders ingedeeld dienen te worden (flipping, lesuren van 70-90 min., …), opleidingen wellicht anders vormgegeven dienen te worden... Het moet kunnen!

Het gaat er om dat we op de lange termijn in Nederland goed onderwijs bieden waarbij iedere leerling zich op school welkom voelt, gezien wordt en zichzelf - vanuit vertrouwen en zijn/haar gehele zijn - maximaal kan ont-wikkelen! Het is onze taak als samenleving en aan leerkrachten - changemakers - om iedereen in te sluiten door gebruik te maken van elkaars talenten. Het start bij jezelf als opvoeder! Voorleven...

Een utopie?

Dacht het niet!