Wat als drukker zijn gewoon enthousiasme is?

Die eerste dag van het nieuwe schooljaar, ik vergeet het nooit meer! Grote ogen, vooraan in de klas, gedreven om in een jaar het maximale te leren wat in zijn macht lag, bleek later. Niet te temperen, overal wilde hij op reageren, mijn uitleg leek voor hem als een slak te gaan. Nog voordat ik mijn vraag af had waren er al verschillende antwoorden voorbij gevlogen. Als ik hem hier op aansprak reageerde hij verongelijkt en ik voelde zijn drang…eigenlijk de nood om zijn enthousiasme te kanaliseren. 

Robbie (9) stond te boek als het ‘wat’ drukkere type leerling. Twee dikke dossiers gevuld met biografisch perspectief lagen op mij te wachten om enig beeld van hem te vormen. Ik koos ervoor ze links te laten liggen. Op de een of andere manier voelde ik de rust en het vertrouwen dat Robbie mij zelf wel zou gaan ‘vertellen’ als hij of ik ergens tegenaan zou lopen. Een jaar eerder zag ik hem in die andere klas achterin zitten, soort van weggestopt achter een opeenstapeling van boekenkasten. Regelmatig hoorde ik eerst een schreeuw van frustratie en vervolgens een proestend rood hoofd, gevolgd door een stampvoetend en strakgespannen lijf door de gang richting de ‘achtervang’ snellen. Nu zat hij, en misschien wel heel bewust zelf gekozen, met een big smile en zijn grote ogen vooraan in de klas. 

De boeken waren uitgedeeld, allemaal open op de juiste bladzijde en eigenlijk iedereen was klaar om te luisteren naar de instructie. Een rekensom werd op het bord geschreven. Direct gaf Robbie antwoord. Hij wist allang hoe deze som opgelost zou moeten worden. Rekenen, dat was zijn vak! Een aantal kinderen keken wat gedesillusioneerd in hun boek, het antwoord was tenslotte al gegeven. Simon liet duidelijk merken niet gediend te zijn dat er door de klas geroepen werd. Direct boog ik zijn reactie om en vroeg Simon uit te leggen hoe het kon dat Robbie zo snel antwoord gaf. Hij kon niet direct een reden geven maar hij wilde wel uitleggen hoe hij de som had opgelost... Tijdens het geven van de oplossing zat Robbie er weer doorheen. “Dat is helemaal verkeerd!” riep hij door de klas. Simon hield zich in, maar had graag even willen roepen naar Robbie… 

Vanuit de andere kant van de klas hoorde ik Fanny, doorgaans stil tijdens een instructie (en zeker bij rekenen), zeggen: “Zo kun je het ook oplossen, hoor…” Robbie keek fel om en probeerde Fanny te overtuigen dat zijn oplossingsstrategie de beste en enige juiste zou zijn. Ik liet Robbie zijn strategie op het bord schrijven, onder die van Simon en liet ze beide even voor de klas staan. Op de vraag of er kinderen waren die de som op nóg een andere manier kon uitrekenen volgde een voorzichtige vinger. Het was Thomas. Onzeker vertelde hij hoe het hem ook gelukt was de som op te lossen. Mijn enthousiasme groeide en vroeg Thomas om ook zijn uitwerking op het bord te schrijven. Met complimenten stuurde ik de heren terug naar hun plek en vroeg de andere kinderen om naar het bord te kijken. "Geef eens aan welke strategie jij gebruikt, en Robbie; kijk eens wat er gebeurt!?” 

Een chaos van leerlingen die naar het bord liepen om een streepje bij hun voorkeursstrategie te zetten voltrok zich voor Robbie. Toen de rust was wedergekeerd vroeg ik Robbie om een analyse te maken. Hij keek naar het bord en kwam tot de conclusie dat er niet één maar meerdere ‘wegen naar Rome leiden’. Zichtbaar dimde hij in en vroeg zich hardop af hoe het kwam dat er meerdere oplossingen mogelijk was. Naast de technische uitleg/instructie heb ik Robbie en daarmee ook de rest van de groep duidelijk gemaakt dat er altijd verschillende manieren zijn van denken en vinden oplossingen. Dat het belangrijk is om de ander te begrijpen en daarna af te stemmen hoe iemand (in dit geval) een som oplost. Maar ook dat iedereen de tijd krijgt om over een oplossing na te denken. De grote overeenkomst tussen elkaar is dat iedereen graag het antwoord wil geven maar dat iedereen dat op hun eigen tempo en manier doet. 

Verwonderd keek Robbie mij aan. Hij vroeg nog wat verbaasd om de bevestiging of echt iedereen anders kan denken en verzonk vervolgens in gedachte zijn boek in. Na een klein half uur vroeg of hij de volgende keer het antwoord dat iemand gaf mocht controleren. “Natuurlijk, maar hoe wil je dat aanpakken?”, vroeg ik hem. Hij wilde zelfstandig in stilte zijn strategie en antwoord opschrijven en later afvragen hoe de ander de som opgelost heeft om zo tot de meest efficiënte strategie te komen! Hij leek ‘het licht’ gezien te hebben. Zijn eerste kennismaking met eenheid in diversiteit, dat wat hem, maar ook de klas, zichtbaar en merkbaar rust gaf! 

Nu leerlingen met vragen konden rekenen op Robbie veranderde daarmee ook de ‘mindset’ van een aantal leerlingen. Het beeld dat zij hadden over Robbie veranderde. En wanneer hij door de klas riep werd hij op een respectvolle wijze ‘teruggefloten’ door de groep. Het enige dat ik hoefde te doen was volgen en waar nodig ‘sturen’ van het proces. Robbie (en daardoor ook de anderen) groeide, voelde zich tijdens rekenen in zijn kracht staan en was een meester voor diegene die het moeilijk vonden. Zijn enthousiasme kreeg een plek, hij werd een stem die er voor iedereen mocht zijn! En misschien nog belangrijker, hij vond de verbinding bij en met anderen waardoor hij niet alleen bij het vak rekenen kon groeien. Zelfs bij zijn zeer gehate vak ‘lezen’ groeide Robbie. Hij durfde zich kwetsbaar op te stellen en van anderen te leren. Rollen wisselden. Vol trots vertelde hij anderen zijn ontwikkeling waardoor hij positieve support kreeg van anderen in de klas en de andere leerkrachten. 

Natuurlijk is het zo dat ‘enthousiasme’ als probleem kan worden gezien, zeker als het moment waarop het enthousiasme geuit wordt (net) niet het juiste moment is. Maar wie bepaalt dit moment? Wat maakt dat iemand zou ‘moeten’ leren hier rekening mee te houden? Zijn regels en sancties altijd effectief en hoe verhoudt zich dit tot individuele leerlingen en hun achtergrond? Is het zelf ervaren van en regie geven de sleutel tot het antwoord? Empathie en rolneming zijn in ieder geval essentieel in het proces om te leren bewust te worden (en zijn) wanneer en wat maakt dat je jezelf wel al dan niet aanpast. Afstemming met de ander en de ruimte die je elkaar gunt zijn onmisbaar. Is het niet laveren tussen hoe de wereld er nu uitziet, wat men van je verwacht, wat je volgens deze verwachting dient te leren en wie je wezenlijk bent, hoe je jouw potentieel positief inzet en samen (de leerling, leeftijdsgenoten, ouders, leerkrachten en andere volwassenen) met een zoeklicht op weg gaat naar jouw bestemming? En dat er meerdere wegen zijn die naar Rome leiden moge duidelijk zijn, ‘reken’ daar maar op. En mocht je het niet begrijpen, dan wil Robbie het graag vol enthousiasme uitleggen!

De #InnovatieKlas #hasik13

Wat is twitter toch eigenlijk een mooi medium! Begin deze week kreeg ik te horen dat ik op donderdag vrij zou zijn. Op dinsdagavond een tweet eruit “Is er donderdag een school ergens in Nederland die mij wilt ontvangen zodat ik me kan laten inspireren?” Retweets en verschillende reacties volgden (waarvoor dank!) en het meest concrete was die van Evert-Jan Ulrich, een verbindend leider die staat voor en ‘iets’ doen met onderwijsvernieuwing. Dat ‘iets’ waarvoor hij mij uitnodigde was de InnovatieKlas van de HAS Hogeschool in ’s Hertogenbosch. Een klas met 14 studenten die het laatste half jaar van hun studie ‘doen wat ze willen doen’, hun passie volgen, talenten ontplooien en in een (co-)creatieve setting werken naar hun eigen eindproduct! Vanuit verbinding en d.m.v. hun eigen uniciteit en ideaal, op zoek naar een innovatieve bijdrage aan de maatschappij.




De afspraak startte op de HAS, waar Evert-Jan mij oppikte om vervolgens terug de straat af te lopen om in een ander gebouw ergens boven op zolder en achterin weggestopt het eigen (!!) lokaal van de #hasik13 binnen te lopen. Het voelde als warm thuiskomen… Onderwijs dat vanuit de ‘drives’ en de stem van studenten is vormgegeven, waar vertrouwen en verbinding de belangrijkste waarden zijn. Dat was direct duidelijk voelbaar! Achteraf bevreemdde het mij dat deze klas niet een (meer) prominente(re) plek heeft gekregen in het nieuw ogende hoofdgebouw. Deze ‘ademende’ broedplaats van creativiteit kan voor de nodige inspiratie zorgen voor de rest van de studenten! Zij ‘verdienen’ dat mijn inziens…

Jasper ontving ons hartelijk en stak na een algemene uitleg over het reilen en zeilen van de klas van wal over zijn eigen project. Bevlogen en vol enthousiasme vertelde hij over zijn project de ‘tafelbrouwerij’. Inhoudelijk durf ik er weinig over te zeggen (mijn enthousiasme wil het graag met u delen overigens), temeer omdat de geniaal verzonnen ‘brouwerij’ nog in het traject rondom ‘patent aanvragen’ zit. Met het project jaagt hij zijn droom na, uiteindelijk zijn eigen brouwerij starten. Als hobby brouwt hij al jaren, maar wil dit naar een hoger plan tillen. Zijn idee zou een mooie opstap zijn naar zijn uiteindelijke droom! Naast het briljante idee vertelde hij over zijn stage in Estland, een van de best bewaarde geheimen van de wereld zo heeft hij ervaren. Jasper heeft daar een aantal maanden op een universiteit ‘rondgehangen’, onder meer een kruidenlikeur ontwikkeld en onderzoek gedaan. Hij vertelde dat op dit moment zijn medestudenten in het reguliere traject kattenvoer aan het onderzoeken zijn en daar absoluut niet aan zou moeten denken, begrijpelijk... Zijn werk (bedrijfsplan schrijven, marktonderzoek doen, de technische uitwerking, het vinden van een geldschieter en een bedrijf dat de productie voor een prototype uit kan voeren) wacht op hem, maar eerst even een biertje op het terras! 

Als tweede en laatste op deze mooie donderdag spreek ik Mousha en haar ideaal om de voedselindustrie te veranderen. Op haar vlak een wereldverbeteraar in de dop. Haar onzekerheid lijkt haar drive nog wel eens in de steek te laten... Want ook persoonlijke ontwikkeling is een belangrijk onderdeel in deze klas. Echt reflecteren op jezelf en het leerproces waar deze 14 studenten middenin zitten! Iedere week start de week met een ‘mind’-sessie waarin doelen en persoonlijke ontwikkeling centraal staan. Haar stage in Zweden en haar eigen biografisch perspectief hebben gemaakt dat zij zich nu richt op ‘allergieën’. Ook zij heeft een fantastisch idee dat ik ook niet durf te beschrijven. Is het mijn angst dat ik niet zou willen dat iemand met haar (of Jaspers) idee aan de haal gaat? Is de kern van delen niet inspireren en elkaar verder brengen? Gelukkig gaat mijn bezoek over dat ik geïnspireerd wilde raken over vernieuwende ideeën in het onderwijs en me dus niet schuldig hoef te voelen! Als het wereldkundig gemaakt mag worden deel ik het graag met u! 

Wat ik wel kan delen is dat vele mensen met een voedselallergie en voedselintolerantie heel blij gaan worden als haar ‘product’ in de publiciteit komt!! En niet alleen blij, bij velen zal de kwaliteit van leven verbeteren. Wanneer je zelf geen ‘last’ van een allergie hebt sta je hier niet zo bij stil… Vol enthousiasme vertelde Mousha de in en outs van haar project. En ook haar broer, die het technische gedeelte voor zijn rekening neemt, participeert. Het tekent het belang van een rijk netwerk! Op dit moment is ze naast de (technische) uitwerking ook flink aan het netwerken in de voedselindustrie. 

En ook netwerken is dus een belangrijk leerthema in de InnovatieKlas en Evert-Jan heeft mij op de weg naar de klas al duidelijk gemaakt dat de kracht van een netwerk maakt dat een idee wel of niet kan slagen. Hij schuwt niet om zijn gehele netwerk in te zetten, sterker nog, hij zoekt ook de verbinding met anderen in het hoger onderwijs zoals de HAN (met bijv. EenTweeTien als een eerder voorbeeld) en de Knowmads. Krachten bundelen! Hij ziet nog veel kansen voor het onderwijs als de echte verbinding met het bedrijfsleven gemaakt wordt. Ik beaam en vertel hem over ‘My Machine’, een project waarin leerlingen een ‘droommachine’ ontwerpen en hoger en middelbaar onderwijs participeren om hun machine te verwezenlijken. Waarom zou het bedrijfsleven hier niet aan toegevoegd kunnen worden...!? Een taak: mijn leerlingen leren netwerken! 

Als ik met mensen mijn enthousiasme deel krijg ik twee reacties: 1, mensen waarbij ik aan een paar woorden voldoende heb en die mee door exerceren en 2, mensen die zich afvragen hoe het onderwijs beoordeeld wordt (hoezo vastzitten en het systeem mee in stand houden). Voor de tweede groep: deze studenten moeten laten zien dat zij op HBO-niveau kunnen functioneren, zeg maar een ‘flipping het HBO’. Ik had graag op de pabo in een soortgelijke klas gezeten. Mensen, ga kijken en ervaar dat zij dit doen! En praktisch, zij volgen workshops, netwerken, onderzoeken (met een functionele waarom!), reflecteren en groeien door en met elkaar. Het proces wordt bewaakt door zeven (!) begeleiders / coaches / tutoren / changemakers (hoe je het ook wil noemen…), fysiek en via sociale media…en ook hier geldt: vertrouw hen maar! Er ontstaat een dik portfolio en met een beetje mazzel hebben ze een goedlopend bedrijf als ze klaar zijn met de opleiding… 

Het was fantastisch om even een paar uur in de InnovatieKlas aanwezig te zijn. Onderwijs zoals onderwijs voor mij bedoeld is, in haar meest pure vorm! Inspirerend om te zien en ervaren. De openheid en de durf je kwetsbaar op te stellen maakt dat er geen brug nodig is om bezig te zijn met je eigen leerproces, drives, dromen, idealen en de ander! 

Dank Petra, Evert-Jan, Jasper, Mousha, de InnovatieKlas en Janus! Wellicht tot een volgende...

Het vinden van relatie en/of structuur...

De woorden ‘relatie’ en ‘structuur’ schreef ik op het bord. Daarbij vertelde ik dat twee collega’s zouden komen kijken in de klas. “Maar u doet toch beide!?”, klonk het van achter in de klas. ‘Huh?’, dacht ik en tevens werd ik helemaal blij van het feit dat zij dit direct opmerkten. Nog voor ik een vraag had kunnen stellen namen de leerlingen regie en hadden zij blijkbaar voldoende aan de inleiding en aanleiding om in gesprek te gaan. In de vijf minuten die ik aan het onderwerp besteedde ontstond een dialoog tussen hen over hoe zij mijn onderwijs dit jaar ervaren hebben. Het enige dat ik hoefde te doen was de uitspraken noteren en verwonderen.

…doet wat nodig is. Relatie is goed, maar ook wat goed is om te werken.” Als voorbeeld ontstond er een gesprek over het aanpassen van de omgeving in tijd en ruimte. Doen wat nodig is voor de individuele leerling en dat men daar onderling respect voor heeft omdat verschillen en overeenkomsten duidelijk zijn. Geen jaloezie (meer) maar vanuit de acceptatie dat iedereen anders is met elkaar werken en verrijken.

U geeft meerdere kansen en daardoor kun je leren van fouten!” Eigen perceptie en projectie zorgen voor het ontstaan van handelingsplannen en dikke dossiers. Een standaard curriculum volgen (beter gezegd ‘methodes’ in mijn context) is niet de weg die mijn leerlingen afleggen. Vol in het proces van (essentiële) levensvragen, ligt de kracht van het vinden en weten wie zij werkelijk zijn en hoe zij leren. Het maken van fouten is een onmisbaar onderdeel van dit leerproces! Er zijn veel leerlingen die hiaten hebben opgelopen doordat zij anders leren en eerder niet begrepen zijn. En die basis is nodig om nieuwe kennis te kunnen construeren en toepassen in andere situaties. Het schooljaar is dus een pad van ‘trail and error’ waar meerdere antwoorden/’wegen’ mogelijk zijn! Zonder dit pad zal het eigenlijke potentieel niet aangeboord worden en zal het stigma in leven blijven…

U gaat voor de relatie, maar geeft ook verantwoordelijkheid om zelf te leren structuur toe te passen.” Ja, vanuit een bepaalde structuur en vertrouwen verantwoordelijkheid geven. Het is een misvatting dat leerlingen niet vragen om structuur (te leren). De vraag is echter of deze voor iedereen hetzelfde is? Ik zit in de luxe positie dat ik met leergierige en bijzondere leerlingen mag werken, die verder vragen dan dat wat de lesstof te bieden heeft. Vragen om duidelijkheid en inhoud. Zij willen ervaren. Het is hierbij onlosmakelijk dat de achtergrond en cognitieve stijl (nee, niet leerstijl) van de leerlingen hierin moet worden meegenomen. Door hen verantwoordelijkheden te geven leren zij hoe structureren voor hen werkt, raken ze gemotiveerd en groeien zij! Prachtige voorbeelden als resultaat.

Als één kind niet gelukkig is, is niemand gelukkig!
Toshiro Kanamori

Net voordat ik het wilde afsluiten zag ik dat Kalle nog iets dringends wilde toevoegen. “…u maakt de klas vrolijk…” En dat juist hij met deze opmerking kwam was niet zo verwonderlijk. Kalle voelt als geen ander de sfeer in de groep aan. Het hele jaar fungeerde hij, bij twijfel, als één van de graadmeters om de sfeer in de groep te peilen. Ik beaamde dat dit absoluut mijn inzet is en dat als niet iedereen zich prettig voelt we er voor elkaar dienen te zijn!

Een prachtige afsluiter van een bijzonder gesprek dat zich onderling onttrok. Het betekent dat we elkaar kunnen ‘lezen’, van elkaar leren en dat is een mooie opbrengst, zo niet de belangrijkste. We waren dit jaar een mooi (leer)team! En dat is onmogelijk zonder ‘relatie’, en ook niet zonder ‘structuur’. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, ondanks dat ze (schijnbaar) zover uit elkaar lijken te liggen. Ik verwelkom mijn collega’s en hoop dat zij tijdens hun collegiale consultatietour vinden waar zij naar op zoek zijn en dat de leerlingen hen hun weg wijzen, net als dat in deze les ontstond!

Autoriteit in samenkracht!

Vorig jaar tijdens mijn functioneringsgesprek liet mijn toenmalige locatiemanager het woord ‘autoriteitsprobleem’ vallen. Met een glimlach linkte ze dat begrip aan mij. Het verwonderde mij; daar waar ik nergens een ‘probleem’ van wil maken maar juist op zoek wil (en ook ga) naar oplossingen. Na wat vragen kwam het er op neer dat ik de ‘ongeschreven regels’ niet volgens de juiste weg bewandelde. Ja, als ze nergens beschreven staan of uitgelegd worden lijkt mij dit vrij lastig… En ook dat ik me niet zou houden aan het voorgeschreven protocol. Dat laatste klopt en daar ben ik trots op. Waarom? Omdat ik geloof in elkaar, het samen maken van een protocol, uitvoeren, evalueren en bijstellen! Ik denk dat daar de kracht ligt van het (speciaal) onderwijs, onderwijs maak je samen, onderwijs is leren van en met elkaar, samenkracht dus!

‘Autoriteit is de toestand dat mensen naar je luisteren door je positie en je kwaliteiten.’ Iedereen heeft een rol binnen een organisatie en het bevreemdt mij dat het woord ‘positie’ met enige regelmaat verward wordt met de hiërarchische ladder. Alsof je als leerkracht lager op de ladder staat dan een locatiemanager en daardoor minder ‘autoriteit’ of iets te vertellen hebt!? Misschien dat dit in salaris op deze wijze uit te drukken is, echter ben ik daar absoluut niet gevoelig voor. Zit daar mijn probleem dan?

Positie betekent voor mij de taak en rol die je invult binnen een organisatie en daarmee de verantwoordelijkheid die je hebt en dient te pakken. Ik ben leerkracht en ook daar ben ik trots op! Zodra iemand een beleidsstuk presenteert dat moet worden uitgevoerd en waar ik niet (geheel) achter sta, zal ik duidelijk mijn visie hierop geven. Ik neem mijn verantwoordelijkheid om binnen het onderwijsproces te kijken naar wat werkt en natuurlijk het protocol er in meeneem. Vergeet echter niet dat iedere leerling en daarmee iedere groep en dynamiek per jaar kan verschillen, zelfs per periode of vak. En dit nog even los van de ‘mens’ die je als leerkracht bent.

The distance from where the heart lies, between the words and 
sometimes, it's a meaning to interpret and relate.
The Distance, Funeral For A Friend

Dat maakt dat ik samen met mijn groep kijk naar wat voor hen werkt waardoor ik het onderwijsproces efficiënter kan laten verlopen en nog beter in kan zetten op de ontwikkeling van het individu. Dat ik daarin zoek naar wat de meest kwalitatieve weg naar efficiëntie is, moge duidelijk zijn. Door een protocol te volgen en een soort van standaard te willen doe je m.i. tekort aan de kwaliteit van de leerkracht én leerling! En nu het woord ‘kwaliteit’ gevallen is, een autoriteit kan (en moet) hier dus een belangrijke rol spelen. Een autoriteit weet te inspireren, te motiveren, op een relatie gebaseerde luisterende houding te laten zien over de kennis (van de doelgroep) te beschikken, mede te onderzoeken en te doen wat werkt! Ben ik afhankelijk van een autoriteit? Nee! Ik neem de verantwoordelijkheid om de omgeving aan te passen, onderbouw en breng verder. Kun je als leerkracht dan ook niet een autoriteit zijn? Een pionier, een onderwijziger?

Iedereen die werkt binnen een organisatie kan het dilemma voelen van wie je bent, je waarden, je ontwikkeling en hoe je jouw kwaliteiten en creativiteit tot uiting wil laten komen versus het beleid en ‘het systeem’ waarin gewerkt wordt. Je bent als leerkracht dus onderdeel van het systeem! Dit dilemma kan gevoed (en in stand) worden door opgelegde regels en protocollen. Ik weet dat velen zich in stilte er niet aan houden omdat men weet dat het niet werkt! In beide gevallen, het opleggen en ook het niet uitvoeren ervan maakt dat een school wel of niet draait, veilig is, ‘zin in leren’ uitstraalt. Zit er dan een bepaalde angst achter? “Maar hoe moet dat dan volgend jaar? Doorlopende lijn?” zijn veel gestelde vragen vanuit het management en leerkrachten, maar ook “Ik blijf gewoon op mijn eiland” wordt benoemd, als leerkrachten dit al ‘en public’ durven benoemen. En hier is mijn (autoriteits)probleem: men neemt niet de taak en rol die bij hun professie hoort op zich en daardoor worden verbindingen niet gemaakt! Dat betekent elkaar kritisch bevragen en de wil om samen te bouwen met als doel de ontwikkeling van de leerling en diens proces! Voor de leerkracht om te laten zien wat werkt en de manager om te luisteren en om beleid af te stemmen op wat de professional op de werkvloer hem/haar aanreikt. Gaat het dus niet eigenlijk over een samenwerkingsprobleem?

Aanleiding voor de opmerking van mijn toenmalige locatiemanager was het door mij toestaan van mobiele telefoons in de klas. Dit zou niet volgens de regels zijn. Klopt! De regel luidt: ‘mobieltjes bij binnenkomst de kluis in.’ Aan het einde van de dag zouden zij hun mobieltje weer terugkrijgen. Nog even los van dat deze regel absoluut niet van deze tijd is, vroeg ik mij af wat precies de reden van deze regel is? Is het innemen van eigendommen bevorderlijk voor het gevoel van vertrouwen? Worden regels als deze gesteld om te beheersen? Of om controle te houden over ontwikkelingen die (te) snel gaan? Bij navraag was het inderdaad de angst dat er foto’s en filmpjes gemaakt zouden worden en deze op internet verspreid zouden kunnen worden. Dit was echter nog nooit gebeurd, alleen voorbeelden uit de media werden aangehaald… Ligt de uitdaging dan niet bij het mediawijs/-vaardig maken van de leerlingen? Hoort dit (alleen) bij school? Vorig schooljaar ben ik er in ieder geval al mee gestart.

Een tweede argument was dat leerlingen te snel afgeleid zouden worden. Gebaseerd op (praktijk)onderzoek was dit argument helaas niet. Als dat al zo zou zijn, wat zegt dit dan over de instructie/les en eventueel het leerproces/-motivatie van de leerling? Dien je als leerkracht niet de leerling te inspireren en motiveren? En wat is het probleem als jouw inspirerende les door leerlingen wordt opgenomen, Flip? En ligt er niet ook de uitdaging om samen met de leerlingen afspraken te maken over ‘wat’ en ‘wanneer’ er wel (!) gebruik gemaakt mag worden van ‘your own device’? Iets (BYOD) dat in het bedrijfsleven al een grote vlucht genomen heeft en waar we de leerlingen toch ook voor willen klaarstomen? En natuurlijk moet je hen leren om te gaan met nieuwe werkvormen (van het plannen op je telefoon tot het gebruik maken en zoeken van bronnen)! Een ‘mobieltje’ is tegenwoordig niet alleen een telefoon, maar een persoonlijk en functioneel ‘device’ waarop van alles mogelijk is.

In mijn context zijn de telefoons zelfs een stuk sneller dan de drie karige leerlingcomputers in mijn lokaal! Door de leerlingen meer eigen regie en verantwoordelijkheid te geven, ontstond er vertrouwen en de ruimte om te exploreren. Zij kwamen tot de conclusie dat niet iedereen internet op zijn device had. Een router werd meegenomen en aangesloten. En niet snel daarna volgde de eerste tablets. Zonder enige sturing, maar door te volgen werd de klas naast een ‘rijkere’ leeromgeving ook een testlab! Voor mijn klas waren er geen problemen, de afspraken waren helder en men sprak elkaar onderling aan wanneer men zich niet aan de afspraken hield. Ook inspireerde en leerden de leerlingen van elkaar en werden ICT-vaardigheden ontwikkeld! Buiten wat scheve gezichten en vragen vanuit collega’s is uiteindelijk besloten de regel aan te passen. Een ‘testperiode’ tot de zomervakantie zal dienen om uit te wijzen hoe er ‘beleid’ op moet worden losgelaten...

Wat ik in het geheel gemist heb is een ‘autoriteit’ op het gebied van nieuwe media! Hierdoor hadden we als team een gedegen en gezamenlijke visie kunnen creëren en het inhoudelijk vorm kunnen geven! Hierdoor is het voor iedereen duidelijk wat er allemaal kan, kun je samen op zoek gaan naar oplossingen voor de ‘beren op de weg’ en worden er naar de toekomst toe constructieve stappen gezet om het onderwijs voor onze leerlingen te verrijken. Op deze wijze zal de verbinding met het regulier onderwijs sterker en beter vorm gegeven worden!

Want daar zit mijn probleem! De discrepantie tussen de situatie nu en de wens om het beste onderwijs en een soepele doorstroom op maat voor deze groep leerlingen vorm te geven. Dat betekent luisteren en doen met het geloof IN elkaar!

VISIE of vizie(r) op oneindig?

1) Aanschouwing 2) Beschouwing 3) Brede blik 4) Denkbeeld 5) Gezicht 6) 
Gezichtspunt 7) Het zien 8) Inzicht 9) Ideologie 10) Inzage 11) Interpretatie 
12) Idee 13) Kijk 14) Lezing 15) Mening 16) Oordeel 17) Opinie 18) 
Optiek 19) Opvatting 20) Standpunt 21) Zicht 22) Zienswijze

Aha! Dat er zoveel ‘betekenissen’ van het woord VISIE kunnen zijn. De inhoud verschilt… Is het een weloverwogen mening over hoe een zaak zich zou moeten ontwikkelen? Of de wijze waarop men zaken beoordeelt, de kijk op iets, de psychische interpretatie van iets wat is waargenomen? Dus een bepaald inzicht, kijk, mening, optiek en/of inzage? Is het een inspirerend toekomstbeeld voor de organisatie, ontwikkelen en uitdragen door al dan niet afstand te nemen van de dagelijkse praktijk? Is een visie bereikbaar of (misschien) een onbereikbare droom van wat een organisatie wil doen en waar ze wil (uit)komen? Moet je jezelf concentreren op de hoofdlijnen, het langetermijnbeleid, en dat dan weer vertalen naar korte termijnbeleid? Nee, een visie vormt zich een beeld van de toekomstige ontwikkelingen en ziet mogelijkheden om daarop in te spelen…toch?

Wat ik er doorheen lees is iets met ‘toekomst’, in hoeverre je daar nu een bepaald perspectief over kan hebben, ‘standpunten’, welke deze ook mogen zijn en ‘beschouwing’ waaronder een hoop begrippen onder kunnen vallen. Ik voel er ook iets doorheen zitten dat linkt aan ‘inspiratie’ (creatief, je wordt er blij van, het motiveert), ‘uitdaging’ (want dat is het, zeker als je nu iets gaat neerzetten voor in de toekomst), ‘dynamisch’ (dat kan niet anders, niet iedere persoon/organisatie maar ook dag/week/maand/jaar is hetzelfde), ‘ambitie’ (dat is nodig om iedereen zover te krijgen) en (dus) ‘samen’, het collectief.

Samen visie vormgeven en er voor staan. Dat was dé reden voor mij om in mijn laatste jaar van de pabo tijdelijk te stoppen. De opdracht was om met een ‘team’ medestudenten een fictieve school op te bouwen. En daar heb je een bepaalde visie voor nodig. Het is namelijk een mooie uitdaging om samen een inspirerende en dynamische visie neer te zetten dat alle ambities omvat die je als ‘team’ hebt. Ons lukte het niet, althans, we misten in ‘ons team’ de competentie samenwerken, is mijn mening achteraf. Ik kwam erachter dat “zoveel mensen, zoveel meningen” een kakofonie van standpunten teweeg kon brengen en dat eigenlijk niemand (waaronder ikzelf) uitging van dat waar het volgens mij in het onderwijs om draait, het kind en diens leerproces. Hoe leren kinderen, maar ook hoe leert dit kind. Dan is het dus belangrijk om het kind te kennen, in relatie te staan en het te durven bevragen, los van (voor)oordelen. Zover kwamen we met dit ‘team’ niet en tot op de dag van vandaag heb ik nog in geen enkel team gewerkt waar samen op een constructieve wijze wordt nagedacht over visie op onderwijs daar waar juist de leerkracht het verschil maakt of kan maken!

Mijn ervaring wil natuurlijk niet zeggen dat er geen scholen of organisaties zijn die hier wel over nadenken en samen een visie ‘ontwikkelen’! Sterker nog, dit weekend stuurde Stefan van der Weide me de visie en missie van zijn school Stad & Esch. Zij noemen het echter geen visie en missie maar hun ‘Onderwijsmanifest’! Dat is niet hun enige kracht, want ze mijden daarmee natuurlijk de ingewikkelde betekenis van het woord visie. De kracht zit ‘m in het SAMEN, het manifest ademt inspraak, zowel van de leerkrachten (die onderwijs maken) als wel van leerlingen (die met hun leerproces de kern zijn)!! De leerlingen zijn namelijk de toekomst, zij ‘bepalen’ mede hoe de toekomst eruit gaat zijn. Zij zijn de ‘future adults’, dus dat betekent dat het onderwijs een belangrijke opvoedvraag en -taak heeft liggen. En tja, dan zijn er natuurlijk ook weer uiteenlopende visies over ‘hoe op te voeden’… Ik heb er alle vertrouwen in dat dit bij Stad & Esch gebeurt, getuige hun eerste ‘statement’ “Wij medewerkers & wij leerlingen van Stad & Esch maken samen de plek waar ontdekken en leren als vanzelf gaat. Welkom 21e eeuw.” Dit ademt, en heeft ‘toekomst’ (en nee, dat zit ‘m niet in het getal). Het leerproces centraal, net als de visie bij scholen als Hellerup School in Denemarken of de Ontdekkingsreis in ons eigen kikkerlandje. Het statement inspireert mij om na te denken over hoe we dat samen zouden kunnen vormgeven. Het nodigt uit tot gesprek, het roept diverse (positieve, dus al dat praktische geneuzel daar gelaten) vragen op. Probeer er zelf eens tien te bedenken vanuit verschillende perspectieven... En bedenk dan eens hoe deze school eruit zou zien. Mijn interesse heeft het gewekt, dus wie weet volgt er nog een blog over Stad & Esch.

“Stad & Esch bereidt leerlingen optimaal voor op de uitdagingen van de 21e eeuw. Succesvol meedoen in een wereld die snel verandert, vereist meer dan een diploma. We willen dat iedereen bij ons een stevige basis meekrijgt om een plaats in te nemen in de maatschappij. Bij ons ontdek je wie je bent, wat je talenten zijn, waar je voor staat en wat je kunt.” Bamm! De essentiële vragen ‘Wie ben ik?’ en ‘Hoe verhoud ik mij tot mijn omgeving?’ komen direct in het tweede standpunt voorbij. Voor mij is de toon gezet en word ik wel heel nieuwsgierig naar de school. Een stevige basis impliceert dat er een sterk curriculum staat en dat doelen en eindtermen duidelijk zijn. Het maakt mij ook nieuwsgierig naar hoe leerkrachten hun onderwijspraktijk hebben ingericht. Er wordt namelijk veel geroepen en er zijn verschillende ‘visies’ op en over bijv. de 21th Century Skills.


Het is een manifest waarin vertrouwen, eigen regie, talentontwikkeling en verantwoordelijkheid belangrijke thema’s zijn. In het manifest staat ook een schema waarin overzichtelijk de missie (“Leerlingen optimaal voorbereiden op de uitdagingen van de 21e eeuw”), de visie (“Passie als brandstof voor talenten”, “Creativiteit als sleutel tot succes”, “Persoonlijk maken als standaard”, & “Ruimte voor lef”) en de identiteit (het waarom/doelen, de hoe en het wat) van het onderwijs in één oogopslag helder uiteengezet is. Je zou kunnen stellen dat de begrippen ‘hol’ zijn, echter biedt de verklarende woordenlijst uitkomst om de eventuele leegte te vullen.

Als ik het bovenstaande afzet tegenover mijn eigen context en mijn  visie lijkt dit manifest een wereld van verschil. Misschien is dat ook wel de reden dat ik buiten mijn onderwijspraktijk op zoek ben naar wat nu mijn visie is op goed onderwijs is. Daar waar mijn praktijk uitgaat van sturing werkt Stad & Esch aan betekenisvol onderwijs vanuit eigenaarschap en nieuwsgierige ontwikkeling. Ieder mens is nieuwsgierig en het deed me denken aan wat Jef Steas ooit schreef: ‘leergierige mensen zoeken kennis niet gewoon om het louter te weten, maar om er iets mee te doen’. En dat leerlingen bij Stad & Esch het recht krijgen om talenten te mogen ontwikkelen maakt dat de leerkracht en leerling samen eigenaar worden van het leerproces/-behoeften, noden en daarmee het onderwijs. Er is veel diversiteit, al voelt het op deze school als ‘eenheid in diversiteit’! “Binnen het gegeven kader krijgen leerlingen op Stad & Esch ruimte om invloed uit te oefenen op het eigen leerproces.” vervolgt de tekst bij het kopje ‘variatie in sturing’ in het Onderwijsmanifest. Ik heb van mijn oud-docent Wendy Lampen het principe (of is een wijze van zijn?) ‘leiden door te volgen’ mogen 'leren', ervaren en fine-tunen. In mijn beleving is dit de eerste stap voor goed onderwijs. Ik hoop dit ook nog jaren te mogen doen met mijn leerlingen. Samen (goed) onderwijs maken dat samen gedragen wordt…wordt vervolgd!


If you put fences around people, you get sheep
William L. McKnight


Jaspers had lef!

Wat wij in kleine verhoudingen doen, heeft ergens, hoe dan ook, zijn repercussie op het veld van de gehele samenleving, op de wijze waarop wij in het groot met elkaar proberen een leefbaar bestaan te bereiken.” - Karl Jaspers

Een uur van uitersten!

Het gesprek naderde zijn einde. Langzaam zou bekend worden of de langverwachte overgang door zou gaan. Er was met hart en hoofd zo hard aan gewerkt. Het was de allergrootste wens van Yco, aangenomen worden op een reguliere school. Met twee man sterk kwamen ze observeren. Na schooltijd volgden kritische vragen op inhoud. De grote verschillen tussen speciaal en regulier tekenden zich in een rap tempo af tot een ogenschijnlijk onoverbrugbare kloof. Het was bekend, waardoor twijfels en angst transformeerden in uitdagingen om de transitie voor Yco te kunnen laten slagen!

Didactisch, check, geen problemen. Ja, zijn perfectionisme misschien… Sociaal-emotioneel, check, ontzettend gegroeid in het afgelopen jaar. De uitdaging gaat hem zitten in de mogelijkheid tot het stellen van zijn vele vragen (om duidelijkheid, inzicht [in sociale situaties] en levensvragen) en de noodzaak aan houvast (lees: veiligheid en vertrouwen). Voordeel is dat de aankomende school klein is en, zoals zij aangaven, die aanpassingen te kunnen bewerkstelligen die nodig zijn om Yco verder te brengen. Leerkrachten zetten, zo gezegd, in op de band met leerlingen! Het voelde goed en het beslissingsmoment naderde. ‘On the spot’ wilden zij de knoop doorhakken en stonden positief tegenover een overgang, YES!

Yco, een jongen die te boek staat als het drukkere soort, heeft zoals gezegd een mega groei doorgemaakt. Van introvert en druk in situaties waarbij hij het overzicht en zijn omgeving verloor naar een gemotiveerde, hardwerkende en verantwoordelijke leerling. Yco wilde tot in de puntjes alles op orde hebben en wilde alles weten. Hij kon wel 1000 vragen op een dag stellen, vragen waarvan de antwoorden in mijn ogen volledig ‘normaal’ waren. Hij zocht, had en heeft het lef om te ontdekken en te vragen waardoor hij de kracht heeft om onduidelijkheden en moeilijkheden te overwinnen en dit met een (onbewuste) openheid door zaken haarfijn aan de kaak te stellen.

Een goed gevoel dat ik dit jaar zijn leermeester mocht zijn. Hij is het ook voor mij geweest en samen hebben we veel van elkaar geleerd. Ooit zal hij de leermeester zijn voor wat nu leeftijdsgenoten zijn. De tijd is aangebroken voor mij om los te laten en voor hem om zijn droom, wiskundeleraar, te doen verwezenlijken!

Na de observatie wilde ik mijn enthousiasme delen, liep de lerarenkamer binnen en zag dat men in vergadering zat. Mijn enthousiasme maakte direct plaats voor stoom! Net toen ik een dag eerder had besloten me niet meer druk te maken om beleid en financiën waren de reorganisatieplannen onderwerp van gesprek. Contract- en functiewijzigingen kwamen aan bod. Veel vragen vanuit teamleden, een onduidelijke koers werd ingebracht en onwaarheden en speculaties volgden elkaar op. Wat mij het meest deed verwonderen was dat men zo weinig wist van de context passend onderwijs, de dialogen uit de MR/GMR die natuurlijk in notulen terug te lezen zijn en de rechten die je hebt.

Denkend aan Yco vroeg ik mezelf af welke vragen hij zou stellen. Wat zou hem doen verwonderen? Eén ding is zeker, hij zou zich echt afvragen hoe het nu precies allemaal zit. Is passend onderwijs dan zo’n chaos geworden? En wat is dan de reden en functie dat informatie zo (selectief) gebracht wordt? Zijn leerkrachten zelf verantwoordelijk om ontwikkelingen bij te houden of dienen zij op een transparante wijze de ontwikkelingen ‘bevoorwaard’ te worden? Zijn de bezuinigingen reden om contracten niet om te zetten in ‘onbepaalde tijd’? Wat staat er in het sociaal plan? Of is er juist geld nodig om het sociaal plan uit te voeren? Samen met Yco zou ik op zoek willen gaan naar de antwoorden. Yco zou geen genoegen nemen met ‘het komt wel goed’ of ‘het zal allemaal wel loslopen’, zeker niet als hij zou zien dat een medeleerling de dupe zou worden van deze onduidelijkheden. Yco zou net zolang doorvragen tot hij een antwoord heeft en zich er in vastbijten. Hij zou niet als een schaap volgen en alles over zich heen laten komen. Nee, hij zou zich niet laten leiden door zijn emotie en zou zijn door de massa genoemde ‘beperking’ inzetten als een kwaliteit. Dat heeft hij mij geleerd! Ik denk dat ik zijn voorbeeld ga volgen, vragen stellen!

“Wat zou het mij opleveren om vergaderingen in de huidige opzet niet meer bij te wonen?” Ik denk dat ik optimistischer mijn primaire taak kan uitvoeren, leerlingen klaarstomen en met hen op weg gaan naar hun droom! En bij deze gedachte komt mijn ‘smile’ en ‘drive’ weer terug. Een uur van uitersten en een knipoog van Yco…


Een schaap verzuipt in de informatiestroom omdat hij(/zij)
niet weet in welke richting hij moet zwemmen” - Jef Staes