En of er nog wat te leren valt!?

Daar zit je dan, begin van de avond omringd door jongeren, ouders, leraren, de directeur van het Kastanje College en andere betrokken mensen bij de première van 'Valt er nog wat te leren'. In Cinerama Rotterdam hangt een mix van gezonde spanning, trots en blijdschap. De documentaire van Inge Spaander en haar leerlingen van 4Havo heeft bezoekers zichtbaar geraakt. Het is een mooi document geworden dat, zoals Inge vooraf uit de doeken deed, als tegenhanger dient in het soms murw geslagen debat over goed onderwijs.

Voor mij gaat de film een stuk verder: de leerling krijgt overduidelijk een stem en de kwetsbaarheid van Spaander - zo genoemd door haar apprentices - maakt dat het voor mij de discussie ontstijgt. Onderwijs doet haar naam in deze praktijk van het Kastanje College in Maassluis eer aan. Ik mag me begeven onder wijzen, ieder op zijn/haar eigen wijze! Ik zie en hoor hoe klein, mooi en puur onderwijs is.

De film toont mijn eigen stip aan de horizon, namelijk gedragen onderwijs. Het onderwijsconcept, dat de naam Big Picture heeft meegekregen, laat jongeren het grotere plaatje zien, brengt dat perspectief terug naar de leerling zelf, om vervolgens het beste in zichzelf naar boven te brengen en betekenis te geven. Niet het talent eruit halen, maar juist door het potentieel te zien vinden, en aan te spreken. Kennis construeren door de dialoog.

Spaander is helder in alles wat ze op het witte doek brengt: "Ik heb - als leraar - de plicht het onderwijs te beschouwen, niet stil te staan en nooit tevreden te zijn. Tegelijkertijd maak ik het onderwijs in de klas, samen met mijn leerlingen!"

Een fantastisch statement waarbij deze powerjuf - want wat een overgave, vijf jaar op rij met dezelfde groep kinderen optrekken en meegroeien - haar leerlingen vastpakt! Spaander beschouwt haar onderwijzen van dichtbij en veraf, daagt haar leerling uit de verantwoordelijkheid over het eigen leerproces op te pakken en betrekt ouders en collega’s erbij. Dat doet ze door de ‘functionele waarom’-vraag te stellen en daarmee een groter plaatje helder te krijgen. Vanuit haar kwetsbaarheid stelt zij zichzelf misschien wel de meeste vragen.

Het is de kracht van de twijfel, van het reflecteren en zoals ze dat zelf benoemd: "...leerlingen leren - en ook de ruimte geven om te mogen oefenen - hoe ze van waarde kunnen zijn en sterk in de toekomst kunnen staan."

Ze durft zich te laten leiden door wat de groep aanreikt. En dit proces vraagt moed! De moed om te blijven luisteren, af te stemmen en - binnen het proces dat samen wordt aangegaan - volledig te blijven vertrouwen in de ander. Daardoor worden moeilijke momenten overwonnen. Het door en door leren kennen van jezelf en elkaar maakt de groep tot één familie. Of zoals het ook wordt benoemd, een samenleving in het klein.

Het gaat over het aangaan van persoonlijke processen, of zoals Gert Biesta zegt in de documentaire: "...over vorming van de persoon."

De directeur van het Kastanje College ziet verantwoordelijke en zelfbewuste jongeren die eigenlijk al als volwassen in het leven staan. En precies dat - het zien, laten zijn en het spiegelen - is wat van een docent moed vraagt! Dicht bij jezelf blijven, laten zien wie je bent en iedere dag weer uitgedaagd worden het beste uit jezelf te halen.

"Je moet het zelf doen, maar nooit alleen!"

Het was deze uitspraak van Luc Stevens in 'Valt er hier nog wat te leren' die me resoluut rechtop in mijn stoel zette. En of er nog wat te leren valt!? Wellicht dat 'de moed het zelf te doen, maar nooit alleen' in het proces past waar ik me als vso-leraar momenteel bevind. Vanaf de zomer ben ik met mijn collega Florus en 24 leerlingen uit twee VSO-klassen een soortgelijk proces aangegaan. We zijn een ‘nieuwe’ onderwijsomgeving aan het vormgeven. Daarin willen we samen het onderwijs maken. Aansluiten bij de behoeften van het kind. Dat is een mooi, soms pijnlijk en eenzaam proces, zelfs nu we het samen doen.

Maar in onze pilot is er ook de analogie met de Big Picture-klas van Spaander. Het is een vorm van werken dat iets losmaakt, in ons als mens. Een vorm die mij en mijn leerlingen dwingt verbonden te zijn én kritisch naar onszelf te kijken. Ouders mee te nemen in ons proces en dat van onze school, om vanuit vertrouwen het kind in de wereld te zetten.

Wij hebben nog een lange weg te gaan, een pad dat Spaander en haar leerlingen dit schooljaar met examens aan het afsluiten is. Voor hen ligt er sowieso een waardenvol document. Ze mogen trots zijn, op elkaar, op de directie van de school en vooral op zichzelf. Good practice waarbij ik zie dat samen ook echt samen is, en waarbij eenheid in diversiteit wordt voorgeleefd.

Onderwijs dat wordt gedragen!


Hoi juf, ik BEN Bart!

Al een aantal weken kom ik Bart overal tegen. Alsof ik 'iets' met hem 'moet'...het wat en hoe is nog onduidelijk, zoals wel vaker... Ik ken 'm nog van een jaar eerder toen ik wiskunde aan hem gaf. Hij is blijven zitten. En nu, de afgelopen weken, zie ik hem veranderen. Het kleine, onzekere en lieve mannetje dat ook in hem huist, heeft plaats gemaakt voor een log en opstandige jongen. De leerling is eraf. Is het een gebrek aan veiligheid waardoor hij niet meer tot leren komt? Motivatie? Wat zit ‘m dwars?
"Heeey Bart, goed om je weer te zien!" zeg ik vol enthousiasme de eerste keer dat ik zie dat hij aan het afglijden is. Zijn gehele lichaamstaal straalt uit dat hij niet wil en/of een last met zich meesleept...
"Jaah ja!?" is het enige dat ik terug krijg op mijn opmerking, zijn hoofd en ogen gericht op de grond. 
"Ja Bart, ik ben blij je weer te zien!" 

"Jaahah, dat zal wel..."
Zo gaat dat een aantal weken. Van de vraag hoe het met hem gaat tot het empoweren wanneer hij op de gang zit om rustig te worden. Hij weet niet meer hoe rustig te worden en lijkt ook niet te weten waar zijn onrust vandaan komt.

Als ik die ochtend op de gang in gesprek ben met een leerling, hoor ik Bart in de verte al aankomen. Een collega naast hem en op hetzelfde volume met elkaar in gesprek.

Op een paar meter afstand blijven ze staan. Bart naar buiten kijkend en niet luisterend naar wat mijn collega te zeggen heeft. Het aanvaarden van de hulp lijkt al een gepasseerd station. Waarom zou je ook luisteren naar wat er van je verwacht wordt? Het doen is al helemaal verder weg dan ooit… Je best doen, al zo vaak gehoord! Voor wie doe je je best als je geen geloof meer hebt in jezelf? Wie verwacht wat en wat zegt dat over degene die wat van jou verwacht?

Met hem contact maken, de vraag stellen en de functionele 'waarom' uitleggen lijken wel te werken.
"Bart?"
"Jah!?"

"Zou je misschien willen stoppen met het dichtklappen van het raam? Het trilt door in de wand waar ik tegenaan zit en vind dat vervelend. Zeker omdat ik in gesprek ben en erdoor afgeleid wordt..."

"Oké!"
Een opening! Wellicht helpt hem een vraag op weg. Omdat het gesprek met mijn leerling ten einde loopt en ik merk dat mijn collega niet verder komt in gesprek met Bart, stel ik hem voor naast me te komen zitten:
"Bart, kom even naast me zitten. Ik ben nieuwsgierig wat er speelt en jou bezig houdt!?"
Na een 'nee', de twijfel en het motiveren door mijn collega pakt hij uiteindelijk een stoel. Het nonchalant schuiven van de stoel stopt als ik hem non-verbaal wijs op het geluid in relatie tot de andere klassen in de gang. Hij komt naast me zitten en het gesprek ontvouwt zich:
"...dat ik me niet kan concentreren! Ja, dat is mijn probleem, alleen: als ik rustig ben en er iemand is die niet luistert gaat zij schreeuwen en dat vind ik vet irritant!"
"Weet de juf dat?"

"Dat heb ik al zo vaak gezegd!"

"Bart, dat is niet mijn vraag. Wéét de juf dat jij het 'schreeuwen' van haar niet prettig vindt en dat het je onrustig maakt? En: hoe weet jij dan zeker dat zij het weet?"

"Ik weet het niet zeker..."

"Hoe zou je het haar kunnen laten weten?"

"Nou, door het te zeggen. Maar dat vind ik niet fijn in de groep. Ik ben bang dat ze weer gaat schreeuwen. Ik krijg daar hoofdpijn van..."
"Ik vind school ook heel saai!"
"Wat heb je nodig om school wel leuk te laten zijn?"

"...meer activiteiten en af en toe naar buiten. Dat deden we in het begin van het jaar wel, nu niet meer en ik weet niet waarom?"
"De juf zegt dat ik wel KBL/TL-niveau aankan, maar dat ik meer rust nodig heb. Ik wil wel hoger, maar de klas is te druk voor mij."
"Alleen de klas?"

"...en ik ben zelf ook druk!"
Heerlijk, zulke gesprekken. Wat verwonderend - soms ‘onnozel’ - (door)vragen en als een waterval stroomt Bart leeg. De oordelen liggen door zijn reflectie dichter bij een uitnodiging - en uitdaging - om zijn verlangens te delen. Hij doet dit, met de ontmoeting als deze als vehikel.

Hij weet wat hij nodig heeft: de ruimte en veiligheid om de vraag te stellen! Wat hij zelf nodig heeft is de moed om deze ruimte te nemen. Ook zijn antwoorden zijn duidelijk: een voor hem rustige omgeving te mogen zoeken, de vraag aan de juf om leerlingen - zoals zijn juf een jaar eerder deed - persoonlijk aan te spreken en hij zou graag met een mp3-speler willen werken.

En tegelijkertijd de angst: wanneer kan hij het beste het gesprek aangaan en wat als de mp3-speler gestolen wordt? Samen op zoek naar de oplossing, er is niets leuker!
Als ik 's middags in de klas kom en zacht aan Bart vraag of hij al in gesprek is gegaan, knikt hij van niet. Een lach van ongemakkelijkheid voedt mijn invulling dat zijn ‘durf’ hem wat in de steek gelaten heeft. Ik vraag hem of hij het fijn vindt als ik er ook bij ben. Instemmend knikt hij. Zo groots als zijn bravoure lijkt, zoveel onzekerheid schuilt er in hem en houdt hem in zijn greep.
Aan het einde van de dag - de bel is al gegaan - staan Bart, de juf en ik bij elkaar. Ik leid het verhaal kort in met het gesprek dat we eerder die dag hebben gehad, deel mijn rol en geef het woord aan Bart. 
Wat onzeker en draaiend met zijn voet legt hij heel puur en zuiver zijn beleving op tafel. De juf stelt wat vragen ter verduidelijking en Bart legt uit. Het vertrouwen groeit, net als de afspraken die samen gemaakt worden.
Voor Bart lijkt het belangrijkste uitgesproken te zijn. Hij voelt zich gehoord! De kwetsbaarheid in de verbinding tussen beiden is voelbaar. Het fragiele van de open ont-moet-ing en de kracht van de pure kwetsbaarheid maken het tot een prachtig moment. Samen in de bubbel van de onderbreking en naar elkaar luisterend! Tijdloos…

Tussen het verlangen en dat wat gezegd wordt, ontmoet je elkaar echt! 

En ik? Ik mocht getuige zijn. Zien, luisteren en verwonderen was wat ik deed. Hulde voor Bart en de juf! Voor hun openheid en de spiegel naar elkaar toe.

Mogen zijn, omdat je bent. Hoi Bart, goed je weer te zien!

De snelheid van rood

Als ik in de deuropening van de klas sta te wachten op mijn tweede zoon zie ik de juf een stapeltje vellen pakken. Rijtjes met woorden erop. Het is mij direct duidelijk wat de bedoeling is. Er mag geoefend worden! Dat ook mijn zoon een vel mee naar huis kreeg verwonderde mij niet.
Een jaar eerder zaten we nog aan tafel bij de kleuterjuf. Ze wilde hem laten testen op 'kleurenblindheid'. De brief van de GGD viel een paar dagen later op de deurmat. Direct voelde ik weerstand: Mijn zoon gaat niet getest worden, dat bepalen wij als ouders zelf wel!
Tegelijkertijd schurend met mijn eigen professie. Ja, deze juf heeft onze zoon echt wel gezien en vrij gelaten in zijn ontwikkeling. Eerst het gesprek dan maar. Tegelijkertijd de vragen: en wat maakt dat ze alleen op kleurenblind testen? En hoe draagt de uitslag bij aan zijn ont-wikkeling?
Hoe ik mijn zoon zie? Goede vraag! Als een sensitieve, lieve, zachtaardige onderzoeker. Hij is creatief en denkt outside the box. Ja, ik weet heel goed dat hij de kleuren nog niet kan benoemen. En dat hij in de klas langer doet om de juiste kleur te vinden was mij ook bekend. Thuis vraagt hij aan zijn grote broer om de juiste kleur. Misschien zijn alle kleuren in zijn hoofd wel net als die volle bak met kleurpotloden en stiften thuis!?
De kleuterjuf vond het toch wel van belang. Wat als hij in groep 3 een rood potlood dient te pakken voor een opdracht? Dan komt er een stikker met 'rood' op zijn potlood.
Ik vulde de vraag aan met dat hij dan bij zijn buurman/-vrouw kijkt en dat het dan wat langer kan duren voordat hij zijn potlood heeft. De juf bevestigde vol herkenning. En ik dacht: Is 'rood' dan ook het eerste woord dat hij leert?
Wat ik als ouder wel zou willen? Nou, dat is dat hij zelf strategieën/oplossingen vindt om tegenslagen te overwinnen. Leren in veiligheid en vertrouwen de vraag te stellen als belangrijkste tool! Als hij dit thuis rondom de kleuren al durft te doen, lijkt dit voor hem geen probleem. En dat hij het groene potlood pakt zegt ook iets.
De juf liep op mij af en drukte het vel voor mijn zoon in mijn handen. Het leestempo lag te laag. Of wij iedere dag met hem zouden willen oefenen. De vraag naar het signalerings- en handelingsplan slikte ik in. Nog niet de woorden om mijn idee en gevoel te delen.

Toen we terugliepen naar huis vertelde hij vol enthousiasme dat hij thuis zou gaan oefenen. Nou, vanwaar mijn weerstand bedacht ik me. Zou het iets over mezelf zeggen misschien?

Ook de tweede avond pakte hij uit zichzelf het vel met rijtjes, plofte naast me op de bank neer en in zichzelf gekeerd ging hij voortvarend aan de slag. Ik genoot van zijn drive te willen leren. En toch, mijn weerstand, waar kwam dat vandaan?
"Zeg, hoe leer jij deze woordjes eigenlijk?"
"Nou gewoon, ik heb kamertjes in mijn hoofd; één voor de letters en één voor de cijfers!"
Met wat verbazing vraag ik door en vertelt hij dat het kamers zijn waarin nog niet alles even geordend is. Ik stel voor om samen met hem de woorden in de chaos aan letters op de muren te gaan verven of schrijven. Samen gaan we aan de slag!
Als hij aan het oefenen is vraag ik mijn vrouw een aantal woorden met de 'b' en de 'd' op te schrijven, de letter te kleuren en bij het woord een tekening te maken. Deze plaat hangen we op de muur. Verder geen uitleg, de verwondering en het gesprek volgde als vanzelf.
Wanneer we een paar dagen later aan het eten zijn, bedek ik zijn ogen en uit het niets vraag ik hem naar de schrijfrichting van de 'b' en een rijtje woorden te benoemen. Hij zoekt een fractie van een seconde, wijst de richting aan en noemt een rijtje op. Met de genoemde woorden spelen we en maken er verhaaltjes mee. Losse verhaaltjes en met alle woorden uit het rijtje één verhaal. Heerlijk die flow, creativiteit en spelen met woorden.
Mijn weerstand? Opgegroeid in een tijd waarin de kleuren kennen norm was en de rijtjes woorden in een bepaalde tempo gelezen moesten worden! Afzetten van de standaard. Oude pijn...los leren laten. En dan is er niets mooier dan de weerspiegeling terug te krijgen van je eigen kinderen. De keus om mee te gaan in de status-quo of kiezen om in je eigen kracht te gaan staan!

Het gaat niet over kleur bekennen of de snelheid van je handelen te bepalen. Het gaat over aansluiten en afstemmen op jezelf, van waaruit je met alles wat je weet - en ook niet weet - afstemt op wat de ander wil leren ont-wikkelen. De 'hoe' weet de ander - ook in zijn/haar niet weten - allang!

De rugzak en de vlinder

Werken in het speciaal onderwijs heeft ook wel zo zijn voordelen. Iedere dag mag ik werken met jongeren met een rugzak. Gekregen van de overheid! Gewoon omdat het zo geregeld is en tegelijkertijd om het meest passende onderwijsaanbod af te kunnen stemmen op de noden en behoeften van deze jongeren.

Alleen…mijn voordeel gaat echter, anders dan het ‘voordeel’ leerlinggebonden financiering, over de rugzak die een leerling zijn gehele leven meesleept, het verhaal.


Humans of New York, okt '14
It was hell growing up. My parents were two pieces of shit. You don’t know what it was like coming home from school and being afraid because your mom is flying on fucking drugs so you go and hide under your bed and listen to them scream and wonder whether your dad or your mom was going to kill the other one first. One time my dad told my mom that he’d kill her if she hit me again. He came home that night and saw my face bruised up, so he dragged my mom out of her room by the legs, lifted her up by her throat and pinned her against the wall. Her face was turning more and more purple and I was pulling on her legs trying to get her feet back on the ground. Cause I didn’t want to see my dad kill my mom. She always beat me and called me a piece of shit and told me that I was going to hell, but that was my mom.

Het zijn de verhalen uit de rugzak, die soms eeuwig lijkend durende zoektocht. Het onontgonnen pad naar de plek waar hij/zij gehoord wordt, zichzelf mag zijn en leert gelukkig te zijn. Niets is mooier om de rups binnen te zien kruipen en uiteindelijk de vlinder te laten vliegen!

Vol vertrouwen, het leerproces vooraf al aan te voelen en samen af te stemmen wat nodig is, start een ieder een eigen ont-wikkel-pad. Ieder met hun eigen verhaal, verleden en verlangens voor morgen.

Maar is er iets moeilijker dan het verhaal daar te laten waar het hoort? De weg naast elkaar te bewandelen, van elkaar te leren en afscheid te nemen. En juist dit laatste, het loslaten, is mijn allergrootste uitdaging! De zorg, het beter weten, mijn ideaal, de passie en levenservaring zijn regelmatig obstakels en voeden controle, mijn angst. 
Ooit las ik een verhaal over de man in het bos die al dagen een vlinder zag worstelen om uit de cocon te komen. Op het moment dat de man de keus maakte om te helpen, viel de vlinder op de grond. Het was vleugellam en afhankelijk om in leven te blijven… 
Het juiste doen op het juiste moment. Vertrouwen op dat iedereen zelf wil vliegen!
De twijfel lijkt dan ‘makkelijk’. Alleen, de twijfel is regelmatig zo eenzaam. ‘Het zekere weten te voorkomen’ klinkt leuk, maar vergt veel energie. Luisteren met je hart, tijd en ruimte creëren en het verhaal van de ander laten zijn!?

Het zijn de verhalen van hen, mij en/of samen die op enigerlei manier aansluiten op ieders leerproces. Op het moment dat het verhaal er mag zijn raakt het je, of -op dat moment - niet. Beide prima! Het sterke aan storytelling is voor mij het kunnen identificeren en/of inleven in het verhaal, het vanuit verschillende perspectieven bekijken en durven bevragen. En het er met compassie op te kunnen reflecteren.
Het was deze week dat een collega mij attendeerde dat één van haar leerlingen op televisie zou komen. Een week eerder kwam de trailer al voorbij. Het was een andere collega die haar berichtte:
Ik wist niet dat zijn leven zo heftig was…
Het raakte me dit te horen. Ja, mijn collega was enthousiast. Voor haar leerling. Begrijpelijk! Hij kreeg een stem. Misschien voelde hij wel ergens dat hij zich kon ‘bewijzen’ naar zijn achterliggende systeem? Oude pijn, een rekening ‘betalen’ en verder op weg!?
Maar was het dat wat mij raakte? Nee, het waren de vragen over die ‘voedzame bodem’, een onderwijsomgeving waarin onze leerlingen leren! Het speciaal onderwijs, vol met rugzakken vol verhalen:
Worden leerlingen binnen onze school werkelijk gezien met alles wat ze bezitten en meenemen in hun rugtas? Welke ruimte is er voor het verhaal? Hoe krijgt het een plek in de relatie tussen de leraar en leerling, een plek in de groep en binnen de school? 
En als het verhaal dan gehoord wordt, stemmen we dan ook echt ons onderwijs af?
Nee, niet vanuit het ‘uit de cocon helpen’. Ja, wel door te luisteren. Het verhaal laten zijn wat het is. Verwonderen. En samen op zoek naar wat nodig is, loslaten en op eigen kracht verder. De oprechte, objectieve vraagstelling. Gevolg: het antwoord wordt zelf gevonden, zelfs als dat niet mijn antwoord zou zijn!
"Even when you completely disagree, there is common ground. Find it!"

Het vraagt om moed! De moed om eigen waarden te nuanceren. De ‘sport’ om oordelen zo lang mogelijk uit het verhaal te laten. In verbinding blijven zoeken naar het gemeenschappelijke, de eenheid in diversiteit.

Mijn leerlingen en hun verhalen hebben mij mede gemaakt tot de mens en leraar die ik nu ben! Dankbaar kijk ik daar op terug. De ontmoetingen en verhalen draag ik met mij mee. Iedere periode met alle inzichten zijn als het transformeren van een rups in een vlinder, zo ook de jongere op weg naar volwassenheid. De transitie geeft kleur, aan de vleugels van de vlinder en aan ons als mens!

Een klas met 24 leerlingen in het VSO...!?

Het afgelopen half jaar, sinds mijn twijfel begin dit jaar en het voelen van mijn jaarwoord #dOEN, ben ik mijn eigen proces gaan evalueren en reflecteren... Op een aantal momenten was het een pijnlijk halfjaar en tegelijkertijd was het de pijn die me waarde(n)volle inzichten gaf! Misschien is de belangrijkste wel mijn twijfelen. Mijn onzekerheid, gevoed door mijn denken... Twijfel vaak door frustratie, waar op haar beurt een (onvervuld) verlangen onder zat (en zit). Een proces dat ik werkgerelateerd reflecteerde in de meivakantie. Stil staan en voelen wat goed voelt als thema en #notetoself.

Mijn collega Florus gaf al eerder aan dat ik eens met zijn vader moest gaan praten. Hij zag mijn worstelen. Het duurde even, gaarkoken in mijn eigen sop als belangrijkste reden. En toen uiteindelijk de ontmoeting had plaats gevonden, voelde ik dat mijn adrenaline voor het onderwijs weer begon te stromen. De plannen en creativiteit om 'outside the box' het speciaal onderwijs duurzaam en constructief te veranderen kreeg langzaam gestalte...

Krachten en talenten werden gebundeld en samen met Florus vroeg ik onze leidinggevenden om ruimte voor de uitwerking van een plan om ons onderwijs te ver(nieuw)bouwen. En die ruimte kregen we! SAMENkracht als titel en de brede vorming van leerlingen op sociaal-emotioneel vlak, klassenmuur-/vakdoorbrekend onderwijzen, de transitie van speciaal naar regulier, ouderbetrokkenheid en ervarend leren door de praktijk de school binnen te halen als belangrijkste pijlers! In de eerste week al veel bezoek van nieuwsgierige ouders, collega's en ook Rob van der Poel van Het Kind. Rob schreef er zelfs een artikel over en hieronder een deel:
‘Meneer, bent u soms de vader van Tom?’ Een logische vraag, in deze eerste dagen van een nieuw schooljaar, op een nieuwe school. Leerlingen zoek er hun weg. En op het Brederocollege in Breda – een school voor voortgezet speciaal onderwijs – maken 24 leerlingen voorzichtig kennis met hun nieuwe leeromgeving, waarin duidelijk is gemaakt dat ook ouders hun hoofd regelmatig om de hoek steken. Rob van der Poel nam een kijkje. Een reportage over een pilot in een school die zijn nek durft uit te steken. ‘Ik krijg hier weer zoveel energie van.’
‘De deur staat hier altijd voor iedereen open,’ had meester Ronald al op de eerste schooldag verteld. Dus kijkt op deze woensdagochtend – twee dagen verder – eigenlijk niemand meer op van een onbekend gezicht. Ronald komt me om 12.15 uur tegemoet, amper 24 uur na mijn spontane wens om eens mee te kijken. ‘Gaaf’, zo was zijn reactie via sms. Hij is met zijn collega Florus immers aan een avontuur begonnen, zeker in het speciaal onderwijs waar klassen hooguit uit 11 of 12 leerlingen bestaan. Op het Brederocollege zijn twee klassen samengevoegd, op verzoek van beide leraren die er in het voorjaar een ambitieus plan voor schreven en nu de ‘pilot’ zijn gestart.
Het plan is voor de stichting Driespan, waartoe de school behoort, revolutionair. De klasgrootte is bewust niet veel anders dan in het regulier onderwijs, omdat het in lijn ligt met de doelstelling die ze hebben. ‘In de twee jaar dat we met ze werken, willen we zoveel mogelijk leerlingen de overstap laten maken naar het regulier.’
Samen-kracht is de werktitel die ook de lading of de essentie dekt. Verantwoordelijkheid en afhankelijkheid kernbegrippen. ‘We gaan het met elkaar doen en hebben iedereen nodig.’ De ogen van beide leerkrachten glinsteren: ze geloven in hun aanpak, vertrouwen op elkaar en willen hun leerlingen (en hun dus ook hun ouders) zien. Afgesproken is dat er regelmatig verslag wordt gedaan van de vorderingen, aan zowel de CvB als aan het team van collega’s, die op hun beurt ook rooster-technische ruimte en voorwaarden hebben gecreëerd. ‘Iedereen is op de hoogte van onze insteek, die aansluit bij de onderliggende visie en behoeften van deze kinderen. In deze rolverdeling en aanpak is er immers veel meer ruimte voor persoonlijk contact, voor extra aandacht en coachgesprekjes, waar het in het onderwijs en met deze leerlingen vooral om gaat.’ - lees verder...
De eerste twee weken zijn voorbij en voor mij is het nu al goud waard! Wat er ook gaat gebeuren, dit is een fantastisch avontuur en een onvergetelijke ervaring. Natuurlijk waren er ook moeilijke momenten, zoals vaak bij nieuwe dingen. Het is zoeken, onzekerheden open durven te delen, educerend experimenteren en telkens afstemmen of er wordt recht gedaan aan de psychologische basisbehoeften... 

Het is zo fijn om samen een groep te draaien en te bouwen aan de vorming en ont-wikkeling van leerlingen! Bij een aantal is hun ballon al geklapt, waren er de tranen die vloeide en daardoor bewustwording op hun potentie. Het is een voorrecht dit voelbaar te mogen maken. Samen mogen wij ieder onze visie op opvoeding en onderwijs delen en met elkaar afstemmen. Elkaar sterker maken, onderwijs samen dragen. 

De leerling kiest zijn leermeester en wij als apprentice leren van 24 leermeesters. Dat is wat we de komende twee jaar met elkaar aangaan. Kwetsbaar durven zijn, waarde(n)vol handelen vanuit vertrouwen en vanuit jezelf mogen zijn bouwen aan ieders eigen toekomst. Wordt vervolgd... :-)

geDEELd LEIDERSCHAP

Dank je, Agnes!
Vorig weekend mocht ik tijdens Leraren Met Lef spreken over de pijler 'gedeeld leiderschap', een thema waar ik/wij binnen ons team volop mee bezig ben/zijn. Het is een zoektocht...een - individueel - proces! 

Vele verhalen en opgedane kennis passeerde in gedachten de revue. Waar moest ik beginnen? Ik wist het niet... En het niet weten besloot ik eens te accepteren!

Langzaam naderde de deadline. Door het niet weten te accepteren voelde ik geen 'druk'. Een opluchting, gevoel van ruimte en vertrouwen. En tegelijkertijd wist ik nog steeds niet wat ik precies wilde delen... Tot die dag op Vlieland waar een plevier naast mij een stuk met mij mee vloog. Zijn bijzondere manier van vliegen - het kort aanzetten, zweven op de wind en langzaam zakken - deed alles op zijn plek vallen. De keynote ontvouwde zich. Transit, dat tijdens het mountainbiken in mijn oor rockte, zette de metafoor wat kracht bij. De lagen van de muziek werden woorden. Ineens wist ik het! Het werd een persoonlijke reflectie van mijn pad naar gedeeld leiderschap:

Gedeeld leiderschap is eigen leiderschap delen.
Toen ik startte in het onderwijs merkte ik al snel dat het onderwijs als een traag en moeizaam systeem opereerde. Als jonge leraar kabbelde ik de eerste jaren mee op het bijna stilstaande water. Mijn leerlingen zorgden voor de meeste reuring. Zij spiegelden precies dat waar ‘wij’ als school in gebreke bleven! Dijken werden verhoogd en verzwaard met protocollen en regels … Bang om buiten de oevers te treden.
Om mij heen zag ik dat leerlingen wilden ontwikkelen, ruimte wilden om te spelen en op zoek te gaan naar wie ze zijn en wat ze zelf kunnen. Ik werd onrustig. 'Experimenteren om af te kunnen stemmen op de noden en behoeften van leerlingen die anders leren' werd mijn verlangen naar de zee!
Het deed pijn om mijn leerlingen te zien worstelen. Ik wilde verantwoordelijkheid nemen, werken aan een betere school, werken aan een context die 'goed' is en dacht dat ik dat deed!? Al schreeuwend probeerde ik een stroming in gang te zetten. Collega’s in beweging te krijgen.
Alleen de echo van dat wat ik riep beantwoordde mijn wens. ‘Autoriteitsprobleem’ en ‘schoppen’ als oordeel naar mij. Binnen de kaders bleef het windstil. Ik dacht dat ik leiding nam over mijn onderwijspraktijk, maar als een baksteen zonk ik naar de bodem. Een gebrek aan zuurstof als gevolg!
De onderstroom bracht me naar een nieuwe school. Het zware, gezonken gevoel schudde ik af door naar mezelf kritisch te zijn en mijn handelen te reflecteren. Vastberaden het anders te doen probeerde ik het gras groener te zien… Maar ook hier leerlingen en leraren die hun hoofd boven water probeerden te houden.
Ik werd stiller en soms een vinger op de zere plek. Stukken van mijn steen met kennis en vaardigheden brak ik af en gooide deze in het water, wederom hopend dat ik een stroming in gang zou zetten... ‘Relschopper’ veranderde in ‘betweter’, de sluis sloot voor mijn neus en werd een dijk.
De klas werd mijn eiland en ik experimenteerde in stilte. Onderbouwde mijn proces en innerlijk kompas met de stem van de leerling, deskundigheidsbevordering en input vanuit mijn netwerk buiten de school. Ik bouwde een uitkijktoren om over de dijken te kijken, verder bleef ik stil. Alleen wanneer het belang van de leerling in het geding kwam voegden zich donkere wolken samen boven het water. De druppels zorgden voor een schijnbeweging.
Het water kwam zo hoog te staan dat de dijken een overstroming niet konden voorkomen. Drie maal is scheepsrecht. Nieuw vaarwater. Rustiger werd het er echter niet op. Maar mijn ervaringen en vele oefenmomenten waren niet voor niets geweest. Het werd tijd om grenzen te verleggen. In mijn kracht te gaan staan. Tegelijkertijd te spelen met het water.
Het was hier dat ik de ruimte kreeg om mijn experimenteren en mijn legitimeren verder te brengen. Delen werd vermenigvuldigen. Er ontstond als vanzelf een beweging richting de zee.
Het begon te stromen en ik liet het toe om te volgen. Genoot van het ‘win-win’-denken en de keuze voor eigen kracht van mijn collega's! Wachten op de vraag. Niet de beweging forceren, maar de rust van vertrouwen zijn werk te laten doen. De zon verscheen en de sluis ging langzaam weer open. Voor het eerst voelde ik echt verantwoordelijkheid en nam leiding over mijn handelen.
Gedeeld leiderschap start voor mij in de eerste plaats bij eigen leiderschap, het kennen van jezelf en het proces naar authentiek leraarschap van waaruit je verbindt en inspireert! 
Gedeeld leiderschap is vanuit verantwoordelijkheid samen met collega's én leidinggevenden naast elkaar, als het ketsen van stenen op het water. Samen verder komen, een golfbeweging van ‘delen is vermenigvuldigen’ inzetten. 
Gedeeld leiderschap is samen een context creëren waar je gezien wordt en talenten er mogen zijn. De golven van de skipping stones die blenden.
Dit alles zal leiden tot een gezamenlijke en gedragen visie over en op onderwijs én opvoeding. Samen de school steeds opnieuw uitvinden. Samen staan, verantwoordelijkheid nemen, voor de simpele maar o zo complexe vraag of we het juiste doen in de vorming van de leerling!?
De pijler 'gedeeld leiderschap' was de middelste van vijf pijlers! De andere waren: 'positieve pedagogiek','lerende school', 'gebruiken van verschillen tussen leraren' en 'baas over eigen tijd'. En aan het einde van het betoog was het de bedoeling dat iedere pijler hetzelfde zou sluiten:
Ik wens dat op alle scholen in Nederland, en in ieder geval op de scholen waar jullie actief zijn, er nog meer werk gemaakt wordt van deze pijler GEDEELD LEIDERSCHAP. Leraren met Lef en Directeuren zonder Vrees kunnen daarmee een groot verschil maken”.
Normaal gesproken zou ik voorgestelde en opgelegde 'stukjes' lastig kunnen reproduceren. Dit einde raakt echter mijn verlangen: Ik wens mensen deze wens ook echt toe en hoop dat iedere leraar samen met zijn/haar leidinggevende(n) de ruimte vindt en neemt om te bouwen aan goed onderwijs voor iedere leerling!

Meesters in Pesten

……of eigenlijk ‘Meesters over pesten’! Het was een woensdagavond tijdens het T-café van basisschool Trinoom in Eindhoven dat Marije Boot en Ronald Heidanus van Meesters In Onderwijs werden uitgenodigd om over pesten te praten. Niet over Methoden of Protocollen. Maar over het delen van ervaringen uit de praktijk. Over dat wat werkt. En waarom het zo werkt.
De start van de avond was aan Ronald, leerkracht in het cluster 4 voortgezet speciaal onderwijs en voorbereider van passend onderwijs in het regulier onderwijs. Met zijn verhalen uit de praktijk maakt hij ‘het spel van macht en onmacht’ zichtbaar. Hij vertelt hoe de pester als ook de gepeste beide onmachtig zijn en vervolgens naar de macht in zichzelf zoeken. Beide zijn ze onhandig in communicatie waarbij compassie de sleutel is naar even-waardigheid.
Dat pesten een ‘hot item’ is, is wel bekend. Dat pesten een wezenlijk onderdeel is van de ontwikkeling van kinderen, is wat minder de geaccepteerde norm. Op dit moment ligt er veel nadruk op het bestrijden van pestgedrag, getuige de vele methodes en het verplicht stellen van Pestprotocollen door het ministerie van onderwijs. Ronald en Marije kijken op een andere manier naar omgaan met pesten, waarbij het pesten zelf niet wordt bestreden, maar eerder gezien wordt als een uiting van iets anders.
In de ogen van Ronald heeft de leraar, sámen met ouders en de leerling zèlf, de regie over dat wat er gebeurt. Er is moed voor nodig om handelen af te stemmen op wat nodig is voor deze kinderen in deze situatie. Vaak gebeurt het dat onze oordelen en/of aannames over gedrag op het plein gevoed worden door oude pijn. Toen we zelf kind waren. We denken te handelen voor het welzijn van de kinderen. Maar in feite handelen we vooral namens onszelf. Voor onszelf. Echter, ieder kind heeft een eigenheid, is van zichzelf. Het heeft ouders, leerkrachten en vooral ook leeftijdsgenoten nodig om sterker te worden. Door alle vormen van pesten direct te willen stoppen zou je kinderen deze  leer-kracht weleens kunnen ontnemen.
Het belangrijkste is het zien en horen van leerlingen. Een veilige leeromgeving start bij een grondhouding. De openingsvraag van Ronald is dan ook: ‘Welke houding/mindset is gewenst?’ Hiermee zet hij direct mensen aan het denken. De ander veranderen is een lastige, zo niet een onmogelijke opgave. Jezelf veranderen is een stuk ‘eenvoudiger’. In ieder geval meer realistisch. Dus met welke houding sta je als leraar, ouder of begeleider voor de groep. Hoe ga je vanuit die houding vervolgens om met pesten?
Het spel, waar Ronald de basis voor legt, start bij het accepteren en zien van verschillen om vervolgens vanuit de relatie die je met een leerling hebt ruimte te creëren. Vanuit die ruimte ga je zoeken naar oplossingen. Belangrijk is de vraag te stellen: Wie is probleemeigenaar? Waar ligt ieders verantwoordelijkheid? Hoe empower je de gepeste én pester? Vanuit de relatie luisteren naar de stem van de leerling, ook als waarheidsbeleving anders is dan je eigen waarheid, en de tijd maken om samen te zoeken naar oplossingen. Dat zorgt voor een brede basis!
Na een korte pauze vervolgt Marije Boot de avond met de opmerking dat pesten een fenomeen is dat niet geïsoleerd kan worden gezien als iets van één of twee kinderen. Pesten heeft een functie in een systeem. Dat kan het familiesysteem van het kind zijn, waarin het thema slachtoffer-dader een grote rol speelt. Of het kan een onderdeel zijn van de cultuur van het schoolsysteem ‘Hier wordt niet gepest’. Dan is de boodschap dat pesten absoluut NIET aanwezig mag zijn. En we weten allemaal dat dat wat NIET gezien mag worden, JUIST meer zichtbaar wil worden…..
Een school is juist een plek waar alle kinderen met hun eigen (familie)systemen zich moeten voegen naar wat leidend is in een schoolsysteem. De normen en waarden van thuis kunnen verschillen met die van school. Dit kan leiden tot conflicten! LEES VERDER...

Is er een juiste vraag?

Vijf weken op school en bijna iedere dag minimaal één keer naar de achtervang, onze Time Out. Het niet kunnen functioneren in de groep is reden voor het dagelijks uitstapje. Wat zou dit met de mindset van een leerling doen? Wat zegt dit over zijn welbevinden? Voelt hij zich welkom in de groep, bij zijn medeleerlingen en op school? Hoe is de relatie met de leerkracht en hoe verloopt de communicatie? Als hij bijna iedere dag ontglipt, vraagt dit een pedagogische uitdaging. Ik zoek de dialoog.
"Het lukt me bij hem niet om de juiste vraag te stellen..."
Een pijnlijke constatering. Edoch, de moed zich kwetsbaar op te stellen maakt de duidelijke hulpvraag van de leerkracht tot een bewustwording. De onmacht groeit. De verbinding met Michael is verder weg dan ooit. Samen staan zij voor een opdracht. Beide met hetzelfde verlangen; inzicht op en vertrouwen in hun eigen kunnen. Samen elkaar iets leren. Hun (leer)kracht zien en accepteren te mogen zijn wie ze zijn. De sleutel zit ‘m in de relatie!
Als ik het lokaal binnen loop om de groep te voorzien van hun proefwerk wiskunde zie ik hem achter in de klas zitten, Michael. Te vaak in de achtervang verbleven en nu, als tussenstap, ondergebracht in een andere klas. 
Ik knipoog. Hij knikt terug. 
Wanneer het proefwerk is uitgedeeld en de leerlingen aan het werk zijn pak ik een pen en ga naast Michael zitten. Hij kijkt me afwachtend aan. Ik zie een proefwerkblad liggen waarop een dagrooster staat. Mijn eerste gedachte: niet meer welkom in de groep vandaag. 
Op de achterkant schrijf ik: 'Wat is er gebeurd waardoor je nu hier zit?'
"Ik had gister veel problemen!"
We zijn vertrokken. Ik teken een cirkel om 'problemen', een prachtig woord dat bij mij direct de vraag 'Wat dan?' oproept. Ik vraag het niet. Als een woordspin trek ik alleen lijnen. Ik weet en vertrouw dat hij mijn vraag wel voelt. 
Ik schuif het blad naar hem toe en aan het einde van de lijnen komen 'ik was veel kinderen aan het uitschelden', 'brutaal', 'door de gang lopen' en 'druk' te staan. Een mooie opbrengst, evenals zijn evaluatie én vanuit de ‘ik’ geschreven. Verantwoordelijkheid! 
Als stroomschema ga ik al vragend verder. Wat ik krijg is waardevolle informatie, zijn informatie!
Het ‘uitschelden’ zou zijn ontstaan toen twee leerlingen hem aan het knijpen waren geweest. Volgens hen was Michael te druk. De oorsprong van zijn gevoel ‘druk(te)’ kon hij niet goed beschrijven. Wel kon hij aangeven zich in een leeg lokaal veilig te voelen.
"Gewoon, als ik even alleen in een kamertje ben, bijvoorbeeld het muzieklokaal."
Als ik doorvraag komt er een duidelijke "Ja!" op de vraag of hij het alleen zijn als prettig ervaart. Is het veiligheid? De rust? Kan hij de vele impulsen en/of het overzicht in de klas reguleren? Vragen te over.
Zelfinzicht lijkt Michael verder te helpen. Bewustwording van de momenten waarop hij ‘druk’ ervaart. Hij weet al wat hij nodig heeft… Alleen in een lokaal is een mogelijkheid om tot rust te komen. Een afgeschermde werkplek, een kaart die hij kan laten zien aan de leerkracht zodat die weet dat hij druk is, observeren en noteren wanneer hij druk wordt zijn andere mogelijke oplossingen. De start is het eigen proces! Wil hij weten waardoor hij druk wordt?

Gehoord en gezien worden hoeft niet altijd verbaal. De signalen zijn non-verbaal vaak sterker. Even een knipoog. Vanuit daar een verwachting fluisteren, gebaren of een chat op papier!? Het vertrouwen geven en de veiligheid bieden waardoor een ogenschijnlijke afstand minimaal wordt. De verbinding aangaan. Voelen wat in het moment het juiste is om te doen. De vraag zal opborrelen. En dan het lef ‘m te stellen!?


Schrijven/tekenen werkt, altijd! Pak een A4, schrijf de vraag die je bezig houdt op en leg het blad op de tafel van de leerling. Het is al een reflectie op jezelf. Een uitnodiging te antwoorden. Alleen al het denken over de vraag is voldoende beweging. Door te vertrouwen dat het antwoord volgt geef je alle ruimte die nodig is het denken voelbaar te maken en over te gaan tot doen, het schrijven! Vervolgens nodigt het de ander uit tot vervolgacties en zo ben je samen in beweging…

Door met Michael de conversatie aan te gaan, door hem te bevragen en hem het gevoel te geven er volledig voor hem te zijn, kon ik de brug zijn tussen hem en de leerkracht. Nu is het aan mij om te vertrouwen dat de leerkracht van Michael het verder oppakt. Dat ze vanuit haar kracht gaat handelen en dat wanneer het niet lukt, ze zal komen met de vraag!


Deel 1: “Een glimlach in plaats van een correctie!
Deel 2: “Ik luister niet!

Oefenen

Soms maakt iets dat je ziet of hoort een bijzondere indruk. Soms maakt het iets los! Het zien van de volgende film gaf me de woorden voor mijn huidige proces...


The force!

Dat waar ik me jaren tegen heb verzet.
De angst. Het denken! Mijn denken...

Door blijven gaan. 
Meten aan (wat) anderen (vinden). 
Mezelf niet zien en gezien willen worden!?

De 'wat maakt'-vraag rondom awareness.
Er ontstaat bewustWORDing...stapje voor stapje...
Bewust(mogen)ZIJN (en) oefenen!
Ont-dekken.
Ont-wikkelen.
Ont-moeten...
...mijn pad!

Een peacefull en LIEFdevol leven.
Ruimte nemen om te zijn wie ik ben.
De rust. Bewijzen valt stil.
Mezelf zien, een ander nodigt uit hen te (mogen) ZIEn.
NieUw (of hét) LEVEN!? 

Het zekere weten loslaten.
Net als de angst.
Vertrouwen dat het zich in het moment ontvouwt!

Het is VOELbaar EN ik OEFEN...


(...en dan de twijfel om het te posten, het denken 'wat zouden anderen...' thnX Lee!)

Over uitsluiten gesproken #3: ‘niet weten’


‘Uit alles blijkt dat scholen niet weten wat ze te wachten staat.’ Zo kopte dagblad Trouw onlangs online over de invoering van Passend Onderwijs. Het artikel riep bij mij direct vragen op! Wat is 'alles'? En welke scholen worden bedoeld? En wat staat die scholen dan te wachten? Dé vraag die mij nog het meest bezighield, was: Wat betekent het ‘niet weten’ en hoe kan dat - voor ouders, leraren en leerlingen - worden omgezet in ‘samen weten'?

Bijna direct, in de inleiding, lijkt het antwoord te staan: ‘Leraren zeggen niet de middelen te hebben om deze zorgleerlingen te helpen. Ook vrezen ze dat de hulp aan hen ten koste gaat van andere leerlingen.’ Hoe kunnen we daar verandering in aanbrengen en wat is daarvoor nodig? Op naar 'samen weten’!

Wat me raakt in dit artikel is de toon en het taalgebruik. In mijn visie op mens en onderwijs worstel ik met woorden als 'doelgroep’, ‘zorgleerlingen' en de namen van diagnoses. Deze lijken mij enkel richtinggevend. Ze kunnen de weg vrij maken om het individu beter te kunnen begrijpen, om gerichter vragen te stellen en om te weten komen wat er speelt en wat nodig is.

Een van de moeders heeft een lifestylemagazine. Zou het kunnen zijn dat zij een voorstel heeft met constructieve en duurzame oplossingen? En stel dat het lifestylemagazine bij wil dragen aan een positieve beeldvorming zonder (voor)oordelen over een bepaalde doelgroep: Hoe wordt de verbinding - of transitie - gemaakt met andere doelgroepen als ook scholen, initiatieven, individuen en uiteindelijk de samenleving als geheel? Focus kan vernauwen, het zicht belemmeren en dan ligt uitsluiten weer op de loer. Dat zou ik graag willen verkennen. Op naar samen weten!

foto: Jörgen Caris
Zelf vind ik een aanzet op antwoorden op het ‘niet weten’ in het ‘willen weten’! Voor mij is de triangulatie kind-leraar-ouder daarin onlosmakelijk verbonden met mijn handelen in de dagelijkse praktijk. Leren van en met elkaar. En als we binnen het onderwijs deze verbondenheid willen voelen, lijkt het loslaten van een te enge focus op zorgleerlingen en diagnoses van belang. Die kan het zicht belemmeren, de blik vernauwen en daarmee ligt uitsluiten weer op de loer.

Gesproken wordt in het stuk over onderwerpen als pesten, stigmatiserende beeldvorming, onvolledige informatie over en een maximum aantal procent zorgleerlingen. Natuurlijk, je kunt het daarbij hebben over 'niet weten'. Beter is te erkennen dat dit uitdagingen zijn waarvoor we als onderwijs staan, waarvoor we oplossingen en mogelijkheden zien. Natuurlijk hebben we daar middelen voor nodig en de eerste lijkt mij: TIJD. Tijd en ruimte om met elkaar - leerlingen, leraren, ouders, directies - in verbondenheid, ten behoeve van een onderwijs dat past aan de slag te gaan richting 'samen weten'.
Trouw schrijft vervolgens over een gezin dat achterdochtig is geworden. Een moeder vertelt over haar zoon die inmiddels drie basisscholen heeft gehad. Haar kind wil geaccepteerd worden en dat gaat moeilijk; het is pijnlijk voor alle betrokkenen. Ik denk dan wel aan de verantwoordelijkheid van een school om een leerling binnenboord te houden...Wat maakt dat het niet lukte? Was hier sprake van ‘niet weten’? Daardoor ontstaat achterdocht, die voedt vooroordelen en daarmee is de dialoog tussen ouders en school ten dode opgeschreven. 'Samen weten' oftewel: vanuit verbondenheid en met kennis van zaken handelen, kan de vierde kans voor deze jongen doen slagen.
Gelukkig zijn er ook positieve verhalen: van scholen met good practices, van rapporten en organisaties die het kind als uitgangspunt nemen. En bewegingen in gang zetten om leerlingen en hun ouders goed te informeren en te ondersteunen in de keuzes die gemaakt gaan worden. In mijn dagelijkse onderwijspraktijk voel ik echter dat mijn zevenmijlslaarzen niet groot genoeg zijn voor de stappen die voor de invoering van passend onderwijs gemaakt worden. Grote angst hangt volgens mij als een sluier om deze wet: een fixatie op toetsen, een fixatie op de Onderwijsinspectie, een mogelijke afrekencultuur, de nieuwe verdeling van de gelden, de bedreigde autonome positie van de leraar.

Voor gedragen onderwijs, welke naam je er ook aan geeft, is een leerrijke omgeving nodig waarin ieder kind, iedere leraar en elke ouder zichzelf kan en mag zijn; waar ieder zich gehoord en gezien voelt. Waarbinnen ieders leerproces centraal staat.

De tweede moeder die in het Trouw-artikel wordt opgevoerd vat een voorbeeld daarvan uit de praktijk mooi samen in het volgende citaat: 'Ter plaatse valt mijn zoon als een blok voor het technieklokaal en de natuurkundedocent die zijn eigen lesmethode ontwikkelde'. Is het een ‘samen weten’ dat die leraar dus het verschil maakt? 

Hoe belangrijk is het daarvoor dat leerlingen - en ouders - die leraren vinden. Als een talent op zoek naar zijn master. Binnen het ‘samen weten’ zijn de drijfveren van de leraar van belang! Het onderzoek kan van start gaan: Wat is de mens- en onderwijsvisie van degene die voor de klas staat? Wat maakt dat voor het onderwijs is gekozen? Wat zijn diens idealen en wat wordt voorleeft?

Van daaruit samen leren: leerling van leraar en leraar van leerling. Een authentieke leraar die de authenticiteit van het kind doorziet. Het vaststaande los durven laten om het ‘niet weten’ en ‘het weten’ in twijfel te trekken ten diensten van de ontwikkeling van het kind. Waar zowel groei als bloei mag zijn. Opnieuw een goed voorbeeld van 'samen weten'...

Om die leerrijke omgeving te scheppen, zou ik graag in gesprek willen gaan met leerlingen, leraren en ouders. Over: hoe geven we persoonlijke aandacht vorm? Wanneer is er ruimte voor groei? Hoe legitimeer je op basis van (zelf)kennis een duurzame samenwerking met het kind? Welke rol hebben de leraar, de ouders en eventueel externe partners hierin? Mag het kind, de leerling, hierin leidend zijn? Wellicht weet het kind reeds lang een hoop antwoorden te geven. Over 'samen weten' gesproken...

Ook gesprekken met schooldirecties kunnen door dit soort gesprekken (nog) leerrijker omgevingen scheppen. Ze zijn er al: scholen waar kinderen zich welkom voelen. Door bijvoorbeeld zeer ferquent open en meeloopdagen te organiseren. Waar ouders, leraren en kinderen hand-in-hand op weg gaan. Waar leraren ouders de ruimte bieden om los van (voor-)oordelen vragen te stellen. Vragen over het anders organiseren van bijvoorbeeld grote klassen, de pedagogische uitgangspunten en bovenal hoe iedereen daarin een rol kan spelen. Ook dat 'samen weten' zal het 'niet weten' doen verstommen. Samenkracht als statement!

En deze vorm van ‘weten’ voedt mijn drive en passie voor het onderwijs. Samen op weg naar mooi, open en gedragen onderwijs. De toekomst is nu, dus laten we beginnen met afbreken door te bouwen!

Goed als Trouw daarover een vervolgstuk schrijft…

Of een droom realistisch is!?

Het was een jaar eerder dat zijn slenteren mij al opviel. Hij leek zich wat onveilig of onzeker te voelen. Altijd in de buurt van zijn vriend. Onafscheidelijk waren ze en vaak liepen ze dezelfde route. Altijd even relaxt, alsof zij zich niets van hun omgeving aantrokken. Regelmatig kwamen ze langs als ik stond te surveilleren. Een vuurzee aan vragen volgde. Nieuwsgierig en hongerig naar dat wat zij niet wisten. Hun enthousiasme liet zich niet kanaliseren. Humor, dat hadden ze ook inclusief die aanstekelijke lach. En de energie van hun lach nam ik weer mee de klas in.

Aan het einde van het schooljaar vertrok zijn vriend naar een andere school. Yco bleef en stond bij mij op de lijst voor het nieuwe schooljaar! Nadat dit bekend was, kwam hij op mij aflopen. Zijn missie was helder: een overstap naar het regulier onderwijs! Een kort en krachtig betoog waarin hij nog voor de start van het nieuwe schooljaar mij een richting gaf. Hij nam de leiding en ik volgde. Samen werken aan die stip op de horizon. Zijn droom.

Een jaar samenwerken
Samenwerken aan zijn droom, een mooie uitdaging! Een ongekende groei maakte Yco door. Hij hield zijn stip in het vizier en verwijderde zonder enige moeite de etiketten die hem ooit werden opgespeld. Want wat maakte bijvoorbeeld dat hij in een sombere bui bleef hangen? Hij begreep zijn omgeving niet! Durfde geen vragen te stellen. Probeerde te leren in een voor hem onveilige omgeving. Resultaat: druk gedrag! Negatieve reacties waren net zo inherent en zo werd zijn onzekerheid gevoed. Het maakte hem kwetsbaar en natuurlijk wilde hij zich niet hechten. En ook zijn biografisch verleden speelde daar een belangrijke rol in. Voor zichzelf opkomen was hem niet geleerd. En toch, hij wilde zichzelf zo graag bewijzen…

Zichzelf bewijzen hoefde Yco van mij niet. Hij mocht vooral zichzelf zijn met al zijn onzekerheden en al zijn - zelf ervaren - moeilijkheden. Het vertrouwen was een voedingsbodem voor vele bijzondere en fijne gespreken. Zijn vele vragen bleven komen. Enkele vragen kwamen in een wat andere vorm telkens terug. Was het mijn uitleg dat niet toereikend of niet duidelijk genoeg was? Was het een gebrek aan (zelf)vertrouwen? Wat maakte het uit, we gingen samen gewoon weer in gesprek.

Zijn privacy was zo’n thema. Hij wilde geen werk van hem online hebben staan. Was hij niet trots? Nee, dat was het niet! Niemand mocht iets van hem zien. Angst was zijn raadgever, al die jaren al... Eigenlijk mocht niemand hém zien…zo onzeker dat hij was! Volledig teruggeworpen op de vraag: ‘Wie ben ik?’

Zelf had hij (nog) niet door dat zijn onzekerheid en angst zijn gedachten in stand hielden. Richting het einde van het schooljaar werd hij langzaam zichtbaar. Een mooi proces van grote stappen en moeilijkheden die overwonnen werden! Onrust maakte plaats voor rust en onthechting voor een hechte band met anderen, maar vooral met zichzelf!

Langzaam naderde het einde van het schooljaar en een moeilijk oudergesprek volgde. Twijfels vanuit school, gebaseerd op papieren documenten en oude gegevens, waren aanleiding om diepgewortelde emoties te doen ontluiken. Zowel Yco als zijn ouders bleven voet bij stuk houden. De droom lag er en nog wel zo dichtbij.

Het deed mij doen beseffen dat een droom door niets of niemand tegen te houden is. En tevens riep de situatie essentiële vragen op: wat maakt dat een school een mogelijk potentieel niet zou volgen? Wat is nodig om dit te zien? Wat hebben leerlingen nodig om dit te ontdekken? Hoe geef je dat vorm binnen het (voortgezet) speciaal onderwijs? En was dit gesprek niet juist een teken om na te denken over een duurzame samenwerking tussen speciaal onderwijs en het regulier onderwijs? Hoe heeft deze afstand zo groot kunnen worden?

Een observatie door de reguliere school volgde én een positief advies! Nooit eerder straalde Yco meer dan het moment dat hij hoorde dat zijn droom uit zou gaan komen.

Een half jaar regulier
Het is een half jaar geleden dat Yco startte aan zijn droom. Nieuwsgierig en met wat spanning vraag ik me af hoe mijn ooit ‘speciale’ leerling het op een ‘gewone’ school zou doen!? Samen met zijn moeder stuurde hij me deze week een fantastisch bericht:

Het gaat prima met Yco! Hij is heel erg enthousiast en ontwikkelt zich positief op school. Zijn eerste rapport zonder onvoldoendes is binnen!
Mijn favoriete vakken zijn vooral wiskunde, muziek en frans. Bij de kerstmarkt heb ik meegeholpen door samen met een vriend muziek te spelen voor de bezoekers. Ik speelde keyboard en een vriend gitaar. Samen hebben we kerstliedjes gespeeld. 
Afgelopen zaterdag heb ik bij de open dag muziek gemaakt met andere leerlingen van school.
Yco is heel erg blij en tevreden dat hij nu eindelijk op het regulier onderwijs zit. Hij heeft een goede band met de leraren en kan goed opschieten met andere leerlingen. Hij maakt elke avond zijn tas zelfstandig klaar en gaat met de fiets naar school.

Ook heeft hij dit jaar ook een uitwisselingsproject met een school in Frankrijk.

Afgelopen december kwamen Franse leerlingen naar Nederland voor een week. Mijn uitwisselingsstudent verbleef bij ons thuis. In maart ga ik voor een week naar Frankrijk met de klas. We zullen veel gaan leren over de cultuur en de gewoontes daar. We gaan ook in Frankrijk mee naar school en gaan proberen goed te communiceren in het Frans. Als het niet lukt dan in het Engels!

Ik vind deze school perfect bij mij passen. Ik heb veel nieuwe mensen leren kennen!

De ambulante begeleiding voegde er aan toe dat Yco het regulier onderwijs goed aan kan. Leswissels en meerdere leraren zijn voor hem geen probleem en zelfs in een drukke klas staat hij goed zijn mannetje.

Naast dat ik natuurlijk ontzettend blij en trots ben voor en op Yco, verwart dit bericht mij ook. Wat heeft Yco doen laten groeien? En hoe verhoudt zich dat tot de huidige visie op (speciaal) onderwijs? Hoe kan het dat Yco nog een uitzondering is?

Als het potentieel gezien wordt, leerlingen in hun kracht worden gezet, is het dan niet alleen een kwestie van perspectief bieden - lees: je persoonlijke droom mogen volgen -? Dan zou het (V)SO een ‘tijdelijke' tussenstop kunnen zijn. 

Als we dit nu eens z’n allen mogelijk kunnen maken: Leerlingen in een warm bad ontvangen, hen empoweren, moeilijkheden overwinnen en samen op zoek naar een (in de buurt)school waar zij zich welkom voelen, waar zij mogen zijn en waar zij kunnen groeien/bloeien!!

Langzaam wordt mijn stip op de horizon helder. Mijn droom maakt het pad zichtbaar. Yco bewijst dat het kan. Mijn verlangen is dat ik ook dit jaar weer leerlingen verder mag brengen. Waarom? Gewoon, omdat zij het kunnen…!!

Oh, en realistisch is het zeker!

Ter aarde gestort

‘Dat ze mij op de grond legden vond ik niet eens zo erg. Dat begreep ik nog wel. Maar waarom dreigen ze de politie te bellen en doen ze dat niet? Dan had ik tenminste mijn verhaal kunnen doen. En dat begrijp ik dus niet. Ik snap daar niets van! Iets zeggen maar niet doen…’
Een dag eerder. Daar lag hij dan. In het gras. Gevloerd. In vaktermen noemt men dat ‘gefixeerd’. Twee leerkrachten boven op Jannes. Als leerling hoop je dan maar dat de DDG-training is blijven hangen. Dreigend en Destructief Gedrag. Een vrij eenzijdige benaming trouwens. Ik denk dat Bakker & Bakker-Radbau (1981, Verboden Toegang) zich wel even achter de oren zullen krabben.

Jannes wilde Amber aanvallen. Dat was in ieder geval wat gedacht werd. De aanleiding voor de inzet. Of was het een aanname? Speelde angst misschien mee?

En wat nu als Jannes daadwerkelijk Amber iets aan wilde doen... Zou Amber dit niet zelf kunnen handelen? En preventief: hoe leren leerlingen geweldloos te communiceren en compassievol om te gaan met elkaar? Is ingrijpen überhaupt wel helpend en constructief? En hoe past het recht op herstel in het geheel? De mogelijkheid samen het gesprek aan te gaan. Samen afspraken maken. Leren luisteren naar elkaar. Elkaar begrijpen. Waarderen...

Uitdagingen genoeg!

Maar wat maakt nu dat Jannes boos was op Amber?
‘In de klas verstoorde Amber de les. Ik sprak haar aan en toen begon ze mij uit te dagen. Andere leerlingen en de juffrouw probeerden mij te helpen waardoor ik het uitdagen kon negeren.
In de pauze ging Amber ineens voetballen. Zij voetbalt nooit mee! Ik voelde dat ze mij moest hebben, maar ik kon haar natuurlijk niet verbieden om mee te doen…
Toen ik tijdens het spel een stap naar achteren deed stond ik op haar tenen. Ze had slippers aan, dus ik begrijp dat het niet fijn is dat ik erop stond. Ze begon te schelden. Ik negeerde het nog. 
Kyan begon zich er ook mee te bemoeien en wilde mij duwen. Ik draaide me wat om, was boos en schopte gefrustreerd wat tegen takjes en blaadjes richting hen. Ze bleven doorgaan. Toen ik tegen ze wilde zeggen dat ze moesten stoppen met schelden legden de leerkrachten mij op de grond.’
In zijn hoofd is het zo helder. Zijn omgeving interpreteerde het anders. Jannes’ waarheid tegen die van zijn veel grotere omgeving. Geen verbinding. Geen begrip.

In het proberen los te komen raakte Jannes de geblesseerde knie van één van de leerkrachten. Een trap terug volgde. ’Zo, nu weet je ook eens wat ik voel!?’ Enige constructieve oplossing bleek verre van dichtbij. Was het de macht over de controle? Of was dit hoe onmacht haar weg vond?

Jannes leek zijn eigen controle volledig kwijt te zijn. Was het zijn frustratie? Boosheid? Zijn roep om veiligheid? Onbegrip? Een deur en een kliko moesten het ontgelden.

Als ik hier een dag later met hem over in gesprek ben, verandert zijn ontspannen gezicht in een onzekere gespannenheid. In alle rust laat ik hem verder vertellen. Soms alleen een ontvangstbevestiging. Soms een korte verduidelijkingsvraag. Full focus luisteren! De details helder krijgen!
‘Ik was boos en had het gevoel dat ik wéér de schuld kreeg, sloeg en schopte wat om me heen. Dat had ik niet moeten doen. Ik raakte zijn zere knie. Ik snap ergens wel dat hij mij trapte, ik had rustig moeten meelopen. Maar de opmerking ‘zo, nu weet je ook eens wat ik voel’ snap ik niet. Zoiets zeg je toch niet tegen een leerling?’
Zo onzeker als dat Jannes is, getekend door zijn biografisch verleden, geeft hij toch een heldere en scherpe analyse! Wat een kracht in zijn kwetsbaarheid. Zo jammer dat hij het zelf nog niet kan zien. Maar fantastisch dat hij het mij wel al laat zien. Aan mij de taak om het hem te laten zien.

De stem van de leerling is voor mij de basis, of de feitelijke waarheid nu wel of niet klopt. Niet alleen woorden spreken verlangens uit. Het zijn de details waarin de wens verborgen ligt. Aan mij om het pad naar deze soms diep weggestopte behoefte te vinden. Vertrouwen, mijn oor en vragen als gereedschap. Ruimte en veiligheid zullen voelbaar worden.

Jannes mag oefenen, leren en toetsen. Hij leert reflecteren, open te staan voor en met anderen de relatie aan te gaan. Zichzelf kwetsbaar opstellen. Ik mag hem spiegelen, hem teruggeven wat hij mij geeft. De leraar in zichzelf ontwaken!

Over uitsluiten gesproken #2: 'een dikke middelvinger naar…'

‘Hij heeft autisme, dus dat kan hij niet!’ Het was het eerste dat ik hoorde toen ik mijn toenmalige adjunct-directeur, tevens leerlingbegeleider, vroeg of één van mijn derdejaarsleerlingen stage mocht lopen bij een kinderdagverblijf.

Wáaaaat!? We hadden het toch over Joey, een enthousiaste en goedaardige jongen die na zijn vmbo-periode heel graag naar de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk (SPW) zou willen.

Ik stond perplex, mijn mond viel wagenwijd open. Een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een wens van een leerling en nul perspectief? Waar was ik in beland? In een oerwoud, zo bleek later, waarin percepties van de doelgroep echt niet strookten met de mogelijkheden, talenten en ontwikkelingen die ik als leraar bij veel leerlingen zag. Vanuit het denken volgens het medisch model werden benaderingswijzen geïmplementeerd, naar de leraren - laat staan leerlingen - werd niet of nauwelijks geluisterd.

Later - verderop in mijn loopbaan - bleek deze school in haar aanpak niet op zichzelf te staan. Eén van de klasgenoten van Joey, Mirabel, had zich ingeschreven voor de Politieacademie. Daar werd ze niet aangenomen. Een maand of twee werkte ik met haar en ik herinner me nog goed dat ik haar handelingsplan las. Daarin stond wat knullig beschreven dat zij zeer onbeschoft kon zijn naar de leerkracht.  Ik proestte een net genomen slok water uit en de geconcentreerde, stille werksfeer maakte plaats voor een schaterlach.

Mirabel zat vlak voor me en schrok van het onverwachte geluid. Op de vraag of zij haar handelingsplan al eens gelezen had, volgde een ‘nee’ en verwachtingsvol keek ze me aan. Ik vertelde wat er op papier stond geschreven en vroeg of zij zichzelf erin herkende. Nu volgde een resolute ‘NEE!’ Terecht! Als er iemand sterk, stoer en rechtvaardig zou zijn, was zij het wel.

Mirabel won ooit een debatwedstrijd in het Provinciehuis. Dus ja, een mening en argumenten had ze zeker. Heerlijke discussies leverde dat op. De lessen werden er levendig van. Ik begrijp het wel. Als je geen weerwoord als leraar duldt, dan heb je een moeilijke aan haar… Nee, voor mij was ze een voorbeeld voor andere leerlingen en lag ze zelfs goed in de groep. Onbeschoft? Mag je misschien als puber nog onbezonnen zijn? Wat beeldvorming en eigen (voor)oordelen al niet kunnen doen.

Bovenstaande ervaringen dateren alweer van zes jaar terug.. En toch raakt het me nog steeds. De lach zit er, maar ook de frustratie én de boosheid. Je zou zeggen dat er in de tussenliggende periode toch wel wat veranderd  zou moeten zijn. Bovendien, vanaf 2004 zijn we in onderwijsland bezig om passend onderwijs te introduceren. Maar niets is minder waar. Recent heeft de ‘weigerschool’ haar opwachting gemaakt. Het beestje heeft een naam gekregen. En het begrip is langzaam ingeburgerd. Ontwikkelingen die volgens mij alleen maar verliezers zal opleveren. Sterker, door dit soort berichten wordt het bouwen van bruggen alleen maar lastiger. Het voedt de beeldvorming en het stigma dat bepaalde scholen en bepaalde mensen niet deugen!

Voor de duidelijkheid:  het recht op onderwijs mag een mens niet worden ontnomen, dat lijkt me volstrekt helder! Toch? Maar hoe worden leerlingen met andere onderwijsbehoeften verder gebracht? Hoe doen zij binnen en buiten scholen kennis en praktijkervaring op?

De ‘standaard’-informatie volstaat niet meer. We worden uitgenodigd om te kijken én te handelen buiten de kaders. Zonder kaders zou trouwens alles mogelijk zijn. Dan zou een schoolleider, een politiefunctionaris of zelfs een directeur ‘je bent niet welkom’ of ‘dat kan jij niet’ niet eens verzinnen!

Hoe ver strekt de maatschappelijke verantwoordelijkheid van scholen?

In het Eindhovens Dagblad las ik een artikel. Het begint met een vraag: Hoe ver strekt de maatschappelijke verantwoordelijkheid van scholen? Ik denk heel ver én ook weer niet. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Van de leerling, de ouders en de leerkrachten die onderdeel zijn van een schoolgemeenschap en daarmee deel van de samenleving zijn.

We hebben in Nederland een systeem bedacht waarbij kinderen relatief vaak en lang op school zijn. Dat betekent ook meer ‘opvoedtijd’. Tijd om samen (leerling - leerkracht) af te stemmen en te onderzoeken wat nodig om alle (kern)doelen te halen, juist als je anders dan ‘standaard’ leert! Soms is een klein hulpmiddel al voldoende, een andere of volgende keer vergt het (veel) meer tijd. Ben je als onderwijsinstelling ook niet verantwoordelijk voor het welzijn en het leren van ieder kind?

Hoe kan de verantwoordelijkheid worden verdeeld?

Het start vanaf het moment dat leerlingen een stem krijgen, ouders participeren binnen een school (ja, dat is investeren en inherent met het aangaan van het ouderschap) en het beleid opgesteld en gevoerd wordt dóór en mét leerkrachten, plus de leiding van een school. Dat vraagt om een andere mindset van alle betrokkenen. Een maatschappelijke bewustwording. Een sense of urgence. Alleen dan kan een verandering ook duurzaam worden.

School draagt maatschappelijke doelen. Maar langzaam maar zeker begint het bij meer mensen door te dringen dat een standaard curriculum daarvoor niet ideaal is, zeker niet voor iedereen. In het woord maatschappelijk staat het begrip ‘maatschap’. Laat dat nu - los van geld -  staan voor ‘een samenwerkingsverband waarin ieder naar eigen aandeel participeert, ‘inkomsten’ worden verdeeld en waarbij middels verbinding iets in gemeenschap gebracht wordt.

Het ‘samenwerken’ lijkt me duidelijk.  Het ‘verband’ bestaat uit leerling, diens ouders, leerkracht, school en eventueel externe partijen. Dat binnen een samenwerking ieder een ‘eigen aandeel’ heeft is eigenlijk ook wel logisch, al vraag ik me soms af of iedereen ook een gezamenlijk doel heeft!? En zo ja, of de doelen voor iedereen helder zijn geformuleerd en van gelijke waarde zijn. Misschien spelen er wel dubbele belangen?

Een ‘eigen aandeel’ kan ook worden gelezen als een eigen professie, met alle verantwoordelijkheden van dien. Of eigen talenten die er altijd zijn en mogen worden ingezet. Een ‘samenwerkingsverband’ is  immers gebaat bij vertrouwen en openheid. Dat voedt de verbinding! Ik heb dat in mijn klas, maar ook in de contacten met anderen en op andere scholen mogen ervaren! Mis je een schakel ,dan houdt het op. Dan krijg je iets van een kaartenhuis.

Het is dus van belang dat er regelmatig wordt afgestemd. En nee, dat hoeft echt niet met ellenlange bijeenkomsten, zeker niet in het digitale tijdperk!

Als ‘inkomsten’ gezien worden als opbrengsten – populair beleidswoord – gerelateerd aan de ontwikkeling die een leerling doormaakt, wat is daar dan voor nodig?  Meer tijd voor luisteren? Afstemmen? Hulp bieden? Een omgeving aanpassen?

Maar wat deel je dan?  ‘What’s in it for me’ houdt veel  samenwerking tegen, hoor ik om mij heen.

Niemand is hetzelfde. Ik leer iedere dag opnieuw van mijn leerlingen. Dat maakt mijn beroep voor mij zo interessant en te gek: van elkaar leren en op een creatieve wijze in een flexibele dynamiek nieuwe (hulp)middelen ontwikkelen. Nee, daar krijg ik geen tijd en geld voor. Ik doe het  omdat dit voor mij ver-DELEN is!

Ik hoop oprecht dat de (term) ‘weigerschool’ snel verdwijnt, net als het stigma op kinderen die anders leren, andere behoeften en ervaringen hebben. Ik gun het alle leerkrachten om de uitdaging aan te gaan het mooie in leerlingen aan hen terug te geven. Daarmee brengen we ze verder, in hun totaliteit, als mens, binnen de gemeenschap, en de samenleving!

Laten we genieten van  de leerlingen die ‘ik kan het wel’ leven. Als ik – zes jaar na dato - hoor dat Maribel werkgevers voor het uitkiezen heeft, verbaast mij dit niets! In de korte tijd dat ik het vehikel heb mogen zijn in haar ontwikkeling viel alles op zijn plek. Ondanks momenten waarop er zand tussen de onderdelen van het ‘samenwerkingsverband’ kwam.


Als onervaren leerkracht voelde ik dat Maribel compleet vastliep, wetende dat het niet aan haar capaciteiten lag. Als je dan uiteindelijk samen op het punt kan komen, waarop het kind – in dit geval Maribel  - de regie  overneemt en gaat vechten voor haar ‘ik-kan-het-wel’, dan is dat onbetaalbaar!

Maribel heeft bij mij het zaadje van ‘vertrouwen’ doen ontluiken. En misschien is ze in die periode wel een klein beetje onbeschoft geweest. Dan stak ze inderdaad een dikke middelvinger op! Niet naar mij trouwens…




'Het is heel interessant om dingen eindelijk te begrijpen
(zoals die lach met vervolgens de vraag of ik mijn dossier
wel eens had gelezen) en waarom er dingen worden
gedaan voor mij en andere leerlingen die je als puber/
leerling niet snap of niet wil zien.' - Maribel