geDEELd LEIDERSCHAP

Dank je, Agnes!
Vorig weekend mocht ik tijdens Leraren Met Lef spreken over de pijler 'gedeeld leiderschap', een thema waar ik/wij binnen ons team volop mee bezig ben/zijn. Het is een zoektocht...een - individueel - proces! 

Vele verhalen en opgedane kennis passeerde in gedachten de revue. Waar moest ik beginnen? Ik wist het niet... En het niet weten besloot ik eens te accepteren!

Langzaam naderde de deadline. Door het niet weten te accepteren voelde ik geen 'druk'. Een opluchting, gevoel van ruimte en vertrouwen. En tegelijkertijd wist ik nog steeds niet wat ik precies wilde delen... Tot die dag op Vlieland waar een plevier naast mij een stuk met mij mee vloog. Zijn bijzondere manier van vliegen - het kort aanzetten, zweven op de wind en langzaam zakken - deed alles op zijn plek vallen. De keynote ontvouwde zich. Transit, dat tijdens het mountainbiken in mijn oor rockte, zette de metafoor wat kracht bij. De lagen van de muziek werden woorden. Ineens wist ik het! Het werd een persoonlijke reflectie van mijn pad naar gedeeld leiderschap:

Gedeeld leiderschap is eigen leiderschap delen.
Toen ik startte in het onderwijs merkte ik al snel dat het onderwijs als een traag en moeizaam systeem opereerde. Als jonge leraar kabbelde ik de eerste jaren mee op het bijna stilstaande water. Mijn leerlingen zorgden voor de meeste reuring. Zij spiegelden precies dat waar ‘wij’ als school in gebreke bleven! Dijken werden verhoogd en verzwaard met protocollen en regels … Bang om buiten de oevers te treden.
Om mij heen zag ik dat leerlingen wilden ontwikkelen, ruimte wilden om te spelen en op zoek te gaan naar wie ze zijn en wat ze zelf kunnen. Ik werd onrustig. 'Experimenteren om af te kunnen stemmen op de noden en behoeften van leerlingen die anders leren' werd mijn verlangen naar de zee!
Het deed pijn om mijn leerlingen te zien worstelen. Ik wilde verantwoordelijkheid nemen, werken aan een betere school, werken aan een context die 'goed' is en dacht dat ik dat deed!? Al schreeuwend probeerde ik een stroming in gang te zetten. Collega’s in beweging te krijgen.
Alleen de echo van dat wat ik riep beantwoordde mijn wens. ‘Autoriteitsprobleem’ en ‘schoppen’ als oordeel naar mij. Binnen de kaders bleef het windstil. Ik dacht dat ik leiding nam over mijn onderwijspraktijk, maar als een baksteen zonk ik naar de bodem. Een gebrek aan zuurstof als gevolg!
De onderstroom bracht me naar een nieuwe school. Het zware, gezonken gevoel schudde ik af door naar mezelf kritisch te zijn en mijn handelen te reflecteren. Vastberaden het anders te doen probeerde ik het gras groener te zien… Maar ook hier leerlingen en leraren die hun hoofd boven water probeerden te houden.
Ik werd stiller en soms een vinger op de zere plek. Stukken van mijn steen met kennis en vaardigheden brak ik af en gooide deze in het water, wederom hopend dat ik een stroming in gang zou zetten... ‘Relschopper’ veranderde in ‘betweter’, de sluis sloot voor mijn neus en werd een dijk.
De klas werd mijn eiland en ik experimenteerde in stilte. Onderbouwde mijn proces en innerlijk kompas met de stem van de leerling, deskundigheidsbevordering en input vanuit mijn netwerk buiten de school. Ik bouwde een uitkijktoren om over de dijken te kijken, verder bleef ik stil. Alleen wanneer het belang van de leerling in het geding kwam voegden zich donkere wolken samen boven het water. De druppels zorgden voor een schijnbeweging.
Het water kwam zo hoog te staan dat de dijken een overstroming niet konden voorkomen. Drie maal is scheepsrecht. Nieuw vaarwater. Rustiger werd het er echter niet op. Maar mijn ervaringen en vele oefenmomenten waren niet voor niets geweest. Het werd tijd om grenzen te verleggen. In mijn kracht te gaan staan. Tegelijkertijd te spelen met het water.
Het was hier dat ik de ruimte kreeg om mijn experimenteren en mijn legitimeren verder te brengen. Delen werd vermenigvuldigen. Er ontstond als vanzelf een beweging richting de zee.
Het begon te stromen en ik liet het toe om te volgen. Genoot van het ‘win-win’-denken en de keuze voor eigen kracht van mijn collega's! Wachten op de vraag. Niet de beweging forceren, maar de rust van vertrouwen zijn werk te laten doen. De zon verscheen en de sluis ging langzaam weer open. Voor het eerst voelde ik echt verantwoordelijkheid en nam leiding over mijn handelen.
Gedeeld leiderschap start voor mij in de eerste plaats bij eigen leiderschap, het kennen van jezelf en het proces naar authentiek leraarschap van waaruit je verbindt en inspireert! 
Gedeeld leiderschap is vanuit verantwoordelijkheid samen met collega's én leidinggevenden naast elkaar, als het ketsen van stenen op het water. Samen verder komen, een golfbeweging van ‘delen is vermenigvuldigen’ inzetten. 
Gedeeld leiderschap is samen een context creëren waar je gezien wordt en talenten er mogen zijn. De golven van de skipping stones die blenden.
Dit alles zal leiden tot een gezamenlijke en gedragen visie over en op onderwijs én opvoeding. Samen de school steeds opnieuw uitvinden. Samen staan, verantwoordelijkheid nemen, voor de simpele maar o zo complexe vraag of we het juiste doen in de vorming van de leerling!?
De pijler 'gedeeld leiderschap' was de middelste van vijf pijlers! De andere waren: 'positieve pedagogiek','lerende school', 'gebruiken van verschillen tussen leraren' en 'baas over eigen tijd'. En aan het einde van het betoog was het de bedoeling dat iedere pijler hetzelfde zou sluiten:
Ik wens dat op alle scholen in Nederland, en in ieder geval op de scholen waar jullie actief zijn, er nog meer werk gemaakt wordt van deze pijler GEDEELD LEIDERSCHAP. Leraren met Lef en Directeuren zonder Vrees kunnen daarmee een groot verschil maken”.
Normaal gesproken zou ik voorgestelde en opgelegde 'stukjes' lastig kunnen reproduceren. Dit einde raakt echter mijn verlangen: Ik wens mensen deze wens ook echt toe en hoop dat iedere leraar samen met zijn/haar leidinggevende(n) de ruimte vindt en neemt om te bouwen aan goed onderwijs voor iedere leerling!

Meesters in Pesten

……of eigenlijk ‘Meesters over pesten’! Het was een woensdagavond tijdens het T-café van basisschool Trinoom in Eindhoven dat Marije Boot en Ronald Heidanus van Meesters In Onderwijs werden uitgenodigd om over pesten te praten. Niet over Methoden of Protocollen. Maar over het delen van ervaringen uit de praktijk. Over dat wat werkt. En waarom het zo werkt.
De start van de avond was aan Ronald, leerkracht in het cluster 4 voortgezet speciaal onderwijs en voorbereider van passend onderwijs in het regulier onderwijs. Met zijn verhalen uit de praktijk maakt hij ‘het spel van macht en onmacht’ zichtbaar. Hij vertelt hoe de pester als ook de gepeste beide onmachtig zijn en vervolgens naar de macht in zichzelf zoeken. Beide zijn ze onhandig in communicatie waarbij compassie de sleutel is naar even-waardigheid.
Dat pesten een ‘hot item’ is, is wel bekend. Dat pesten een wezenlijk onderdeel is van de ontwikkeling van kinderen, is wat minder de geaccepteerde norm. Op dit moment ligt er veel nadruk op het bestrijden van pestgedrag, getuige de vele methodes en het verplicht stellen van Pestprotocollen door het ministerie van onderwijs. Ronald en Marije kijken op een andere manier naar omgaan met pesten, waarbij het pesten zelf niet wordt bestreden, maar eerder gezien wordt als een uiting van iets anders.
In de ogen van Ronald heeft de leraar, sámen met ouders en de leerling zèlf, de regie over dat wat er gebeurt. Er is moed voor nodig om handelen af te stemmen op wat nodig is voor deze kinderen in deze situatie. Vaak gebeurt het dat onze oordelen en/of aannames over gedrag op het plein gevoed worden door oude pijn. Toen we zelf kind waren. We denken te handelen voor het welzijn van de kinderen. Maar in feite handelen we vooral namens onszelf. Voor onszelf. Echter, ieder kind heeft een eigenheid, is van zichzelf. Het heeft ouders, leerkrachten en vooral ook leeftijdsgenoten nodig om sterker te worden. Door alle vormen van pesten direct te willen stoppen zou je kinderen deze  leer-kracht weleens kunnen ontnemen.
Het belangrijkste is het zien en horen van leerlingen. Een veilige leeromgeving start bij een grondhouding. De openingsvraag van Ronald is dan ook: ‘Welke houding/mindset is gewenst?’ Hiermee zet hij direct mensen aan het denken. De ander veranderen is een lastige, zo niet een onmogelijke opgave. Jezelf veranderen is een stuk ‘eenvoudiger’. In ieder geval meer realistisch. Dus met welke houding sta je als leraar, ouder of begeleider voor de groep. Hoe ga je vanuit die houding vervolgens om met pesten?
Het spel, waar Ronald de basis voor legt, start bij het accepteren en zien van verschillen om vervolgens vanuit de relatie die je met een leerling hebt ruimte te creëren. Vanuit die ruimte ga je zoeken naar oplossingen. Belangrijk is de vraag te stellen: Wie is probleemeigenaar? Waar ligt ieders verantwoordelijkheid? Hoe empower je de gepeste én pester? Vanuit de relatie luisteren naar de stem van de leerling, ook als waarheidsbeleving anders is dan je eigen waarheid, en de tijd maken om samen te zoeken naar oplossingen. Dat zorgt voor een brede basis!
Na een korte pauze vervolgt Marije Boot de avond met de opmerking dat pesten een fenomeen is dat niet geïsoleerd kan worden gezien als iets van één of twee kinderen. Pesten heeft een functie in een systeem. Dat kan het familiesysteem van het kind zijn, waarin het thema slachtoffer-dader een grote rol speelt. Of het kan een onderdeel zijn van de cultuur van het schoolsysteem ‘Hier wordt niet gepest’. Dan is de boodschap dat pesten absoluut NIET aanwezig mag zijn. En we weten allemaal dat dat wat NIET gezien mag worden, JUIST meer zichtbaar wil worden…..
Een school is juist een plek waar alle kinderen met hun eigen (familie)systemen zich moeten voegen naar wat leidend is in een schoolsysteem. De normen en waarden van thuis kunnen verschillen met die van school. Dit kan leiden tot conflicten! LEES VERDER...